De negende van oma & de fontein

Tussen gemeentelijke overheden en beeldende kunstenaars gaat het vaak niet goed. De toenemende wens van lagere overheden om artistiekerig te doen leidt tot meer opdrachten aan kunstenaars maar het aantal gerechtelijke procedures neemt rechtevenredig toe. Oorzaak van die procedures is vaak dat de overheden nogal pedant en laks met hun afspraken omspringen, terwijl de kunstenaar niet alleen geld wil zien maar ook zijn werk uitgevoerd en geplaatst wil hebben.

De gemeente Vlaardingen besloot een kunstenaar opdracht te geven tot het vervaardigen van een werk van beeldende kunst, een zogenaamd ruimtelijk object. Kosten 130.000 gulden. De opdracht werd gegund onder voorwaarde dat de gemeente het nog in te dienen ontwerp ook qua plaatsing, zou goedkeuren. Het goedgekeurde ontwerp bestond uit drie teksten in neonletters, die op het dak of de gevel van drie gebouwen in Vlaardingen zou moeten worden aangebracht. De tekst ”De negende van oma' zou moeten worden geplaatst op een seniorenflat - vroeger heette dat bejaardenflat - in eigendom van de gemeente. Op de nabijgelegen bibliotheek zouden de eerste 23 letters van het alfabet komen en op het postkantoor de letters PTT. Dit vormde in de visie van de kunstenaar één onlosmakelijk geheel als kunstwerk.

De inwoners van de seniorenflat voelden niets voor de plaatsing van die grote neon-letterinstallatie met de tekst ”De negende van oma' op het dak. De tekst werd, vooral vanwege het woord ”Oma', als denigrerend ervaren, maar de gemeente Vlaardingen trok zich niets van die protesten aan.

De kunstenaar verdedigde de tekst nogal theoretisch door te wijzen op het feit dat de betreffende seniorenflat het negende bouwwerk van het architektenbureau O.M.A. (Office for Metropolitan Architecture) is. Wat is er nu leuker dan zo'n speelse, dubbelzinnige tekst, aldus de kunstenaar. Gaat de vrijheid van expressie als kunstenaar niet boven het uiterst subjectieve bezwaar van de grijze permanentjes? Burgemeester en wethouders van Vlaardingen hadden intussen de bouwvergunning, nodig om de tekst op het dak te mogen plaatsen, afgegeven en ook in hoger beroep bleef die beslissing in stand. De gemeenteraad floot B en W terug. Vervolgens verleende de gemeente van de seniorenflat, geen medewerking meer aan de voorgenomen plaatsing van de tekst ”De negende van oma'. Wel heeft de gemeente na sommatie de kunstenaar de afgesproken 130.000 gulden betaald.

De kunstenaar verklaarde vervolgens slechts afstand te willen doen van plaatsing van het kunstwerk tegen betaling van 426.672,71 gulden aan artistiek smartegeld. Daar werden gemeente en kunstenaars het natuurlijk niet over eens. De Rotterdamse rechter vond dat de gemeente veel te laks had gehandeld. Zij kende de bezwaren van de bejaarden en had niettemin een bouwvergunning afgegeven en had al toegestaan dat een deel van het kunstwerk was uitgevoerd. Onder die omstandigheden mocht de gemeente niet halverwege de rit opeens afhaken bij de laatste te plaatsen tekst. Kortom: de letters moeten het dak op van de rechter. De gemeente heeft hoger beroep ingesteld.

Omdat de rechter zijn beslissing bewust niet onmiddellijk heeft willen laten ingaan, kan het wel even duren voordat in hoger beroep wordt beslist wat er feitelijk zal gaan gebeuren. Juridisch gezien kunnen de senioren, niet gehinderd door neonlicht, voorlopig nog even rustig slapen.

Het Hof in Den Bosch heeft de gemeente Haarlem de oren gewassen omdat zij een door een kunstenaar gemaakte fontein niet wilde plaatsen. Haarlem had de kunstenaar Spronken opdracht gegeven een ontwerp te maken voor een fonteinsculptuur. Het beeldhouwwerk, genaamd ”de Zonnevechter' kwam er daadwerkelijk, maar werd nog niet in het fonteinbekken, dat nog niet is gemaakt, geplaatst. Er volgde een proefplaatsing op drie kolommen op de Grote Markt. Jarenlang kwam dat fonteinbekken er echter niet, zodat de Zonnevechter nog steeds droog stond op drie kolommen in plaats van in een bruisend fonteinbekken. Wegens gewijzigde artistieke inzichten van de gemeente moest de droogstaande Zonnevechter ook nog maar eens verhuizen naar het Houtplein, vond de Haarlemse overheid. Dit werd Spronken te dol en hij stapte naar de rechter. Die oordeelde dat de Zonnevechter, zoals afgesproken, in een fonteinbekken op de Grote Markt moest staan en dat Spronken zich ook verregaand mocht bemoeien met de exacte plaats waar het kunstwerk moest komen te staan. Dat de gemeentelijke artistieke inzichten waren gewijzigd gaf geen recht om gemaakte afspraken maar te schenden.

Ook het verweer van de gemeente, dat zij het geld, dat voor het fonteinbekken was gereserveerd, al lang geleden aan andere dingen heeft uitgegeven, vindt geen gewillig oor.

Als bedrijven net zo zouden werken als overheden heeft de faillissementsrechter een dubbele dagtaak.