De Moeilijke Gang Naar Emmaus; Wie zag Lucifer? Waar baadde Batseba? Wie werd levend gevild? Wat deed Van Meegeren? Wat vond Elsschot?

H. Brandt Corstius heeft behoefte aan een spoedcursus Hoe Bluf Ik Mijn Weg In de Bijbel. Die bestaat niet. Wel zijn er nu twee boeken over de doorwerking van thema's uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament in de kunsten. “Gaat iemand in Zeus of Jupiter geloven omdat er op Sicilië zoveel moois uit die godsdienst te zien valt? Niemand wordt toch mohammedaan na een vakantie in Egypte?”

Louis Goosen: Van Abraham tot Zacharia, Thema's uit het Oude Testament in religie, beeldende kunst, literatuur, muziek en theater. Uitg. Sun, 270 blz. Prijs ƒ 39,50.

-: Van Andreas tot Zacheüs, Thema's uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten. Uitg. SUN, 334 blz. Prijs ƒ 39,50.

Wij leven in een Christelijk land, zeggen ze.

Wat zou dat kunnen betekenen? Dat er hier veel christenen wonen? Om u de waarheid te zeggen; ik ken geen mens die christelijk is. Dat ligt aan mij: als je de E.O. aanzet, zie je dat Christenen bestaan. Misschien zijn de christenen in Nederland wel de grootste gelovige groep. Maar als straks de mohammedanen de grootste gelovige groep vormen, dan leef ik nog steeds in een christelijk land. We leven namelijk in de ruïnes van het het Christendom. Veel gebouwen, veel schilderijen, veel uitdrukkingen in de taal, veel gewoontes, herinneren ons aan het feit dat Nederland niet zo lang geleden werkelijk een christelijk land was. En omdat geen andere religie de macht heeft overgenomen, zijn we nog steeds een christelijk land.

Mijn ouders werden aan het begin van deze eeuw al opgevoed zonder veel bijbel en christendom. Zelf weet ik er niets van. Mijn kinderen weten niet eens dat ze er niets van weten. Zo nu en dan hoor je - en ik hoor het mezelf ook beweren - dat het toch goed zou zijn als schoolkinderen, ook in deze godsdienstloze tijden, iets zouden leren over de bijbel, over de christelijke traditie.

Iedereen moet natuurlijk altijd van alles veel meer weten, dat staat voorop. Maar hoe urgent is de kennis van het christendom? Ik merk weinig spontane behoefte bij mijn kinderen om daar veel over te horen. Maar dat geldt ook voor het onderwijs in de geschiedenis, de Griekse tragedies en het elektromagnetisme. Als je kind bent, wordt er niet aan je gevraagd wat je weten wil. De ouders dringen het je op, en daar zijn de kinderen dan later dankbaar voor. Maar hoe kun je als ouder je kinderen iets opdringen waar je zelf niets van af weet?

Omdat mijn zoon een vriendje had die een oom had die een buurvrouw had die een vriendin had die lerares was op het Kleofas-gymnasium, ging ik naar een avond waar deze katholieke school leerlingen trachtte te ronselen. Eerst hoorden we dat het onderwijs in het Roomse geloof niet verder ging dan een algemeen-culturele inleiding in de waarden en schatten van het Christendom. Leek me wel wat, voor mijn zoon. Maar daarna hoorde ik een leraar tegen een bezorgde ouder vertellen dat er wel degelijk gebeden werd en dat het Katholicisme toch méér aandacht kreeg dan andere geloven. Zoon dus naar een gewone school. Moet ik hem vertellen wie de "man met de schep' was (een verwijzing naar een oppas die veel over de Schepper sprak)?

Mosterdzaadje

Ik ben nu toevallig verdiept in het leven van Multatuli (1820-1887). Dus ik kom elke dag een "mosterdzaadje', of zo iets onbegrijpelijks, tegen. Die man zit nu eenmaal in een eeuw en een land waar de dominees de intellectuelen waren, waar je zondags naar de kerk ging, en waar de taal verzadigd was met de statenbijbel. Ik weet nu wel hoe ik snel mijn mosterdzaadje kan vinden. Maar een spoedcursus "Hoe Bluf Ik Mijn Weg In de Bijbel' zou ik niet versmaden.

Wie van schilderijen houdt, wel eens een museum of een kerk binnenloopt, staat voor raadsels. Wat gebeurt daar? Wie is dat? Wiens oog wordt daar ingeramd? Wie stapt daar in bad? Wie wordt daar levend gevild? Is dit de klassieke oudheid of het Midden-Oosten?

Er is behoefte aan een boek dat de mens die niet gelovig is en dat ook niet wil worden, de nodige informatie verschaft zodat hij zulke vragen kan beantwoorden.

Uitgeverij SUN heeft Louis Goosen twee boeken laten schrijven, een over thema's uit het Oude Testament en een over thema's over het Nieuwe Testament, zoals die doorwerken in de religie en in de kunsten.

Ze weten bij SUN niet hoe onwetend ik ben. Waar ligt precies de grens tussen Oude en Nieuwe Testament? Zit Johannes de Doper in het Oude of het Nieuwe? die afgehakte kop en die dans van Salomé doen aan het Oude denken, maar had hij niet een connectie met Jezus? Het Nieuwe dan maar.

Elk van de twee boeken is opgedeeld in zestig lemma's. Zoals bij elke encyclopedische indeling zijn die lemma's soms te klein en soms te groot. Het verband tussen de verschillende verhalen gaat verloren, dus de lemma's moeten groter. Maar de lemma's over Jezus en Maria zijn zo groot dat je ze niet in het donker van een kerk even doorkijkt om te zien welk van de negen typen Jezus en acht typen Maria in dat schilderij verenigd zijn.

Op de informatie uit de bijbel volgt meestal een verhaal hoe het verder ging in de christelijke wereld, tot en met Schillebeeckx toe. Ik weet niet of ik dat allemaal wil weten. Die nieuwste ontwikkelingen hebben toch meestal geen invloeden op de kunsten meer. Bestaat er een Schillebeeckse Kruisiging?

Onderscheid

De schrijver heeft te weinig onderscheiden tussen zes verschillende zienswijzen, die bij elk thema meer of minder aan de orde komen:

1. Hoe het echt was. Dat is gauw verteld, want daar weten we meestal niets meer van dan wat de bijbel beweert.

2. Hoe men het eeuwen geloofd heeft. Inclusief alle voorchristelijke bijgeloven en gewoontes.

3. Hoe men het nu dient te geloven, volgens de laatste dogma's.

4. Hoe desondanks de volksopvatting is. Zo denkt iedereen dat de onbevlekte ontvangenis van Maria verband houdt met haar maagd zijn. Als je dat opschrijft, krijg je direct van theologen te horen dat het anders zit. Maar hoe ingenieus en spitsvondig hun theorie is, je moet als burger in een christelijk land óók weten wat de niet-theologen er over denken.

5. Hoe men vorige, nu verkeerd gevonden, ideeën wegpraat. Zo lezen we op pagina 179 van Goosens Nieuwe Testament dat “Eva's schuld onnodig seksueel gekleurd en Maria op on-bijbelse wijze gedeseksualiseerd” is. Pas de huidige feministische theologie maakt aan die wantoestand een einde, aldus Louis Goosen. Ik zou wel eens willen weten of de paus het daar mee eens is. En wat hebben de moderne fratsen te maken met het Christendom zoals zich dat in kunst en cultuur uit? Het is alsof je in een handboek over de Griekse Oudheid leest dat er bij het Parthenon popcorn te koop is. Dat is wel waar, maar daar koop ik geen boek over de Griekse Oudheid voor.

6. Hoe men de bijbelse verhalen elders ziet. De joodse en mohammedaanse tradities zijn immers op veel punten met de christelijke verweven. Gelukkig werpt Goosen op twee plekken enig licht op hoe de Koran onze christelijke helden beschouwt.

Als we de theologie doorgezwoegd hebben - eigenlijk ontgaat me meestal de kern van die zaak - krijgen we als beloning een stortvloed van schilderijen, veel minder tekeningen, en spaarzame muziek en literatuur. Als Nederlandse schrijvers trof ik alleen de dichters Vondel, Nijhoff en Engelman. Er moet toch veel meer zijn. Wolkers, 't Hart, Achterberg, wat zouden ze zijn zonder de bijbel? Schreef Vestdijk niet een roman over Pontius Pilatus? En behandelde Elsschot in Het Dwaallicht niet de kruisdood op onnavolgbare wijze?

Zoek naar Emmaüs

Van Meegeren

Hoe praktisch zijn deze boeken? Ik neem de proef. Het gesprek gaat over de Emmaüs-gangers van Caravaggio.

Wie is die Emmaüs? Of is het een plaats? Zoek in de bijbelse index. Staat er niet in. Dan zoek ik de naam Caravaggio in de kunst-index. Helaas blijkt hij in negen thema's werkzaam te zijn geweest, waaronder de lange van Jezus en Maria. Moet ik dus het halve boek lezen.

Een idee! Misschien staat Van Meegeren in de kunst-index. Hij staat er en verwijst naar het lemma Kleopas. Kleopas? Kleopas blijkt misschien een broer van de vader van Jezus (lijkt me informatie van soort 2 of 4). Die Kleopas liep naar Emmaüs (voorstad van Jeruzalem, of veel verder?) en kwam Jezus tegen die hem en zijn naamloze vriend te eten vroeg. Ha, daar staat de Caravaggio uit Londen. En wat lezen we daar? “Van Meegeren nam in de jaren veertig met zijn Emmaüsgangers zowel de kunstkritkiek als het grote publiek bij de neus.” Bij welke neus? Wat deed Van Meegeren? Dat zijn geen bijbelse of christelijke vragen.

Ik heb de afgelopen weken vele proeven van deze soort genomen. Ik heb veel moois gevonden, maar niet altijd wat ik zocht. Voor de grap heb ik het eens andersom gedaan en de bekendste schilderijen uit een populair boekje (Themes and Subjects in Painting van Daniel en Berger, uitg. Thames and Hudson 1971) teruggezocht op de schildersnaam. Ontbreken onder meer: Adam van Hugo van der Goes uit Wenen, Anna van Georges de la Tour uit Frick's, Egyptevlucht van De la Tour ook uit New York, Isaäc van Del Sarto in Dresden, de Samaritaan van Bassano uit Londen, de Ark van Reni in St.-Petersburg, Gabriël van David uit New York. Ik weet niet welke conclusie ik daaruit moet trekken.

Natuurlijk kon Goosen niet alle kunst met bijbelse inspiratie nemen. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor schilderkunst. In zijn bronnen heeft hij een duidelijke voorkeur voor Duitse boeken.

Louis Goosen lijkt mij een gelovig rooms-katholiek. Geen enkel bezwaar natuurlijk. Maar het leidt wel tot enigszins beschamende stichtelijke preken in het voorwoord. Er gaat toch niemand in Zeus of Jupiter geloven omdat er op Sicilië zoveel moois uit die godsdienst te zien valt? Niemand wordt toch mohammedaan na een vakantie in Egypte?

Het is met Nederland als christelijke natie net als met het klassieke Sicilië en het mohammedaanse Egypte. We reizen er graag in rond, we kijken onze ogen uit, maar waarom zouden we er een godsdienst voor nemen? Een goede gids op vakantie is nuttig. Zo'n gids had Goosen ons moeten geven.

Vertederend

Op pagina 102 schoot ik in de lach. Daar schrijft Goosen: “De verrijzenis of opstanding van Jezus werd voor de 9e eeuw niet in beeld gebracht. Geen mens had het immers gezien.” Het woord 'immers' is vertederend. Wie had dan Adam en Eva gezien (behalve Eva en Adam)? Wie zag Lucifer? Wie zag de engelen? Staat er niet geschreven: Geloven wordt aanschouwen? Ik heb die spreuk uit Goosens boek, maar waar stond hij? Een volgende druk verdient een index met alle onderwerpen en zinsneden, en met verwijzing naar een pagina, niet naar een lemma van dertig pagina's.

Het zijn twee mooie boeken, propvol informatie. Maar ik wil twee heel andere boeken.

Ten eerste wil ik een encyclopedie van bijbelse invloeden op onze cultuur, ook en juist op de literatuur. Zulke boeken bestaan voor de klassieke oudheid; ze bestaan in het Engels, maar ik wil er een in het Nederlands, omdat wij te maken hebben met onze statenvertaling en met onze Nederlandse literatuur.

Ten tweede wens ik mij een sterk verkorte, zakelijke, bijbel. Behalve de kinderbijbel waar al het te wrede of te vieze is weggelaten, moet er een volwassenenbijbel komen, waar alle poespas en herhaling uit zijn weggelaten. Van elk verhaal de kern en alle namen. Het moet toch mogelijk zijn om in een week alles over het Christendom te weten te komen wat je ooit nodig hebt.