Curaçaose ambtenaren moeten werk hervatten

WILLEMSTAD, 3 APRIL. De president van de rechtbank op Curaçao mr. M. Wijnholt heeft gisteren in het kort geding dat de overheid tegen de ambtenarenbonden had aangespannen de bonden gelast de acties onmiddellijk te beëindigen. De honderden leden die zich voor het gerechtsgebouw hadden verzameld zijn direct na de uitspraak naar het vakbondsgebouw gegaan om uitleg van het vonnis te krijgen.

Wijnholt ging er bij het bepalen van zijn vonnis vanuit dat ambtenaren ook recht hebben op het voeren van een collectieve actie. Bij de nu gevoerde acties is, aldus het vonnis, echter sprake van een onevenredige schade waardoor zij onrechtmatig zijn.

Ondanks het bevel van de rechter het werk te hervatten is een groot aantal Antilliaanse ambtenaren gistermiddag niet aan het werk gegaan. Zij verzamelden zich bij een vakbondsgebouw waar zij lieten blijken bereid te zijn tot wilde acties.

De bonden hebben sinds 11 maart acties gevoerd in de vorm van bijeenkomsten en vergaderingen om de financiële postitie van hun leden te verbeteren door opgeschorte secondaire arbeidsvoorwaarden opnieuw in te voeren.

In Willemstad wordt gevreesd dat een aantal ambtenaren zich niet aan het vonnis zal houden en tot wilde acties zal overgaan. Het openbare leven op Curaçao begint de gevolgen van de acties van de afgelopen dagen te merken. Vooral het niet volledig functioneren van de politie - de helft werkte niet - begint problemen te geven. Zo kan de particuliere veiligheidsdienst in de Willemstad verdachten niet altijd overdragen aan de politie omdat die niet te bereiken is.

Gezaghebber Wilsoe erkende gisteren dat door de acties van de politie de veiligheid van de burgers niet meer gegarandeerd kan worden. Een oplossing voor het geval de politie na de uitspraak van de rechter doorgaat met acties, had hij niet. “Het enige wat we kunnen doen is hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid”. Wanneer de politie zich niet meer aan een gerechtelijke uitspraak houdt, is volgens Wilsoe het eind zoek.

Premier M. Liberia-Peters zei dat iedereen in een democratie zich moet onderwerpen aan uitspraken van de rechterlijke macht. Toen haar verteld werd dat op de bijeenkomst van ambtenaren na afloop van de uitspraak gezegd was dat Liberia-Peters het maar moest komen zeggen in plaats van de rechter, antwoordde zij dat dat het begin zou betekenen van een dictatoriale macht. “Op deze manier is men bezig de basis van onze democratie te ondergraven”, aldus de premier.