CDA-fractie waarschuwt minister Pronk voor herhaling

DEN HAAG, 3 APRIL. Het CDA heeft minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) gisteravond in de Tweede Kamer ernstig gewaarschuwd om met zijn uitspraken de relatie met Indonesië niet verder te verslechteren.

Aan het slot van het debat sprak het CDA weliswaar vertrouwen uit in de minister, maar zei ook dat een gewaarschuwd man voor twee moet tellen. Pronk voelde zich niet aangesproken, maar hij gaf wel toe dat hij met sommige recent uitgesproken teksten iets anders had bedoeld dan in Jakarta was begrepen.

De VVD hekelde de “misplaatste geborneerdheid” van de minister en het “volledige onbegrip voor de situatie die is ontstaan tussen Nederland en Indonesië”. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) kondigde aan dat Indonesië de andere relaties met Nederland wil handhaven en dat eerst staatssecretaris Van Rooy (buitenlandse handel) en later hijzelf naar Indonesië zullen gaan om de verhoudingen op economisch, politiek en cultureel terrein te bestendigen.

De PvdA stootte zich aan het feit dat het CDA pas met kritiek was gekomen vijf dagen nadat minister Pronk in het Algemeen Dagblad had gezegd dat met deze generatie politici in Indonesië geen zaken meer te doen waren. Het CDA had toch ook het beleid van Kamer en regering om het mensenrechtenbeleid te koppelen aan ontwikkelingshulp gesteund, aldus Van Gijzel (PvdA).

Pag.3: CDA valt over stijl, toon en presentatie

De Hoop Scheffer (CDA) moest dat beamen maar meende dat de gevoelens bij Indonesische politici op dit moment niet verder geïrriteerd moesten worden door minister Pronk. Hij viel met name over 'de presentatie, de stijl en de toon van een van de boodschappers van dat beleid, de minister voor ontwikkelingssamenwerking'.

In een brief aan de Kamer die de ministers Van den Broek en Pronk slechts korte tijd voor het debat verstuurden, schrijft de regering dat “de beslissing van Indonesië aanleiding geeft meer in het algemeen na te gaan hoe de effectiviteit kan worden verhoogd van het - ook in EG-verband voorgestane mensenrechtenbeleid inclusief de relatie daarvan met ontwikkelingssamenwerking. Naar het oordeel van de regering dient - onverlet de grondbeginselen van het mensenrechtenbeleid - van geval tot geval, onder primaire verantwoordelijkheid van de minister van buitenlandse zaken en namens het kabinet, een benadering te worden gekozen die een ongewilde breuk in de betrekkingen beoogt te voorkomen.

De minister van buitenlandse zaken is voorts de eerst verantwoordelijke voor het tenuitvoerleggen en uitdragen van het beleid dat voortvloeit uit deze van geval tot geval te kiezen benadering,'' aldus de brief.

De Kamer vroeg een notitie van de ministers Pronk en Van den Broek hoe het beleid tan aanzien van mensenrechten met meer effect te voeren. De Hoop Scheffer: “Per saldo is immers het effect dat wij hier ter zake van mensenrechten in Indonesië kunnen roepen wat wij willen, doch wij hebben geen invloed meer. Dat is onze stelling.”

Beckers (Groen Links): “Ik denk dat wij nog heel wat discussie nodig hebben om precies tot conclusies te komen. Wat ik in ieder geval heel gevaarlijk zou vinden, is een 'mea culpa', en het een heel andere weg inslaan. Ik vind dat wij die suggestie moeten vermijden, al was het alleen maar om Indonesië gelijk te geven.”

Tommel (D66): “De wereld is een dorp geworden. Landen kijken over elkaars schutting. De tijd dat men dacht zich door middel van hoge muren te kunnen afschermen voor nieuwsgierige blikken naar het mensenrechtenbeleid ligt ver achter ons. Ider land staat met zijn mensnerechtenbelkeid voor het wereldforum en dat is ook goed. (...) Goede relaties met Indonesië vereisen aandacht, zorgvuldigheid en overleg met de Indonesische autoriteiten. Het vereist ook zelfrespect.”

Aan het eind van het debat herhaalde Weisglas (VVD) de vraag of minister Van den Broek nu alleen de relaties met Indonesië zal gaan behartigen. Van den Broek: “De ontwikkelingsrelatie met Indonesië is verbroken. Dat betreuren we allen. Dit betekent echter dat de bemoeienis van de minister van buitenlandse zaken met Indonesië een meer intensieve zal zijn dan die van de minister van ontwikkelingssamenwerking”. Pronk had daar geen iota aan toe te voegen.