C-Serie wil stampende pauken verenigen met introvertie van Schat

Concert: Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Programma: Mossolow, De IJzergieterij; Ives, The Unanswered Question; Varèse Arcana; Schat, De hemel. Gehoord: 2/4, Concertgebouw te Amsterdam, Herhaling: 3/4, aldaar; 8/4 (20.15u), Radio 4.

De rommelige programmering van de C-serie van het Concertgebouworkest laat veel te wensen over. Maar gisteravond hadden ze in Amsterdam in ieder geval een goed idee: een werk van een Nederlandse componist dat minder dan een jaar geleden zijn première beleefde, De hemel van Peter Schat, werd herhaald. Het gebeurt niet vaak dat een hedendaagse compositie zo snel een tweede uitvoering beleefd, als hij die ooit haalt.

Overigens was ook gisteravond het concert als geheel weer een allegaartje. Schat moest de aandacht delen met een gestaald rouwdouwer-werk dat precies weergeeft wat de titel (De IJzergieterij) belooft, een fraaie, kortstondige muzikale grap, en een vitaal orkestwerk vol nerveuze klankschilderingen. Je kunt natuurlijk zeggen dat alle vier composities verwijzen naar een buiten-muzikaal gegeven, maar daarmee zijn de karakterverschillen niet verdwenen.

Na zoveel contrast en krachtvoer, viel het dan ook niet mee om na de pauze in de juiste stemming te raken voor de meer bezonken en introverte stijl, met de slechts af en toe uit de band springende klankbewegingen, van De hemel van Peter Schat. De componist had zelf graag met La Mer van Debussy - een sfeer die dichter bij die van Schat ligt - op één programma gestaan. Dat vertelde Schat al voor de première tijdens het laatste Holland Festival toen twee andere Nederlandse premières aan De hemel vooraf gingen - Hollandse Nieuwe van de visafslag, zoals Schat het noemde.

In vergelijking met de eerste uitvoering, door het Residentie Orkest onder leiding van Hans Vonk, is er bij het Concertgebouworkest meer rust in het klankbeeld gekomen. Daardoor krijgen de details een betere kans om te gaan schitteren. Maar Chailly legt naar mijn idee te veel nadruk op de schoonheid van het moment, waardoor het cyclische principe dat aan Schats partituur ten grondslag ligt, onvoldoende uit de verf komt. Ook de kleurverschillen tussen de twaalf uren van Schats Toonklok, waarop het werk is gebaseerd, blijven onhoorbaar. Maar dat ligt niet alleen aan Chailly, mijn oor is niet genoeg getraind om ze echt te herkennen.

Hetzelfde probleem als in De hemel deed zich voor bij Chailly's interpretatie van Arcana van Varèse. Ook dit passagaglia-achtige werk zit vol verscholen herhalingen, maar de lange adem ontbrak. Chailly dirigeerde de complexe partituur als een schijnbaar willekeurige verzameling van muzikale momenten, met een accent op de krachtige hoogtepunten.

Door de strijkers achter een gordijn te verstoppen, lag in The Unanswered Question van Ives de nadruk duidelijk op het idee. De stijkers moeten inderdaad voor een tere, warm klinkende ondergrond zorgen, waartegen een eenzame vragende trompettist en vier verward antwoordende blazers hun dialoog voeren. Maar de muzikale grap (het contrast tussen de tonale strijkers en de atonale blazers) ging nu vrijwel verloren, omdat de strijkers te veel op de achtergrond bleven.

De IJzergieterij, een werk uit de jaren twintig van Alexander Mossolow, kreeg de uitvoering die het verdiende. In de volle glorie van het sociaal-realisme was het genieten van stampende pauken, stevig krassende strijkers en toeterend koper, met een geleidelijk verschuivend ritme, die de werkelijkheid van de metaalbewerking dicht leken te naderen.