Bungelende Pronk

VERTROUWEN TOTDAT het tegendeel blijkt. Met dat zuinige oordeel van de CDA-fractie in de Tweede Kamer mag minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking verder.

Een oordeel dat vannacht aan het slot van het Indonesië-debat overigens door coalitiegenoot PvdA nog uit de mond van CDA-woordvoerder De Hoop Scheffer moest worden getrokken. Aanvankelijk beperkte de politieke conclusie van het CDA over het optreden van minister Pronk in de affaire met Indonesië zich tot de constatering dat een gewaarschuwd minister voor twee telt. Dat was weer een nieuwe variant in het rijtje van gele kaarten, rode kaarten, knipperende groene danwel oranje lichten. Pas nadat het CDA ertoe was uitgedaagd een motie van wantrouwen in te dienen kwam deze fractie met het voorwaardelijke vertrouwen.

Aanvankelijk bestond er tussen Kamer en kabinet algehele consensus ten aanzien van het gevoerde Indonesië-beleid. Maar in een week tijd is de zaak verworden tot het probleem-Pronk.

Opmerkelijk in het geheel is de positie van de CDA-fractie. Op het optreden van minister Pronk is heel wat af te dingen, maar de verontwaardiging van het CDA kwam wel erg laat. Een interview dat zaterdag in het Algemeen Dagblad was verschenen leidde pas woensdag tot uitermate kritische geluiden van de zijde van het CDA. De twijfels die over minister Pronk bij het CDA bestonden heeft deze tijdens het debat van gisteren niet kunnen wegnemen, getuige het harde politieke oordeel. Er is geen vertrouwen in de minister uitgesproken, maar voorwaardelijk vertrouwen. Hoe vertroebelend een dergelijk oordeel op de interne verhoudingen kan werken is tijdens vorige kabinetten gebleken.

Het ging al moeizaam met het beleid van het kabinet Lubbers/Kok. Daar is sinds vannacht een bungelende minister bijgekomen. De coalitie gaat steeds meer scheuren vertonen.