BERNARD TAPIE; Kapitalist of Samaritaan

PARIJS, 3 APRIL. “Model van het wilde kapitalisme of Barmhartige Samaritaan van de banlieues? Geniaal zakenman of stroman? Voorbeeldig sportleider of oplichter?” Deze flaptekst op een onlangs verschenen boek over Bernard Tapie (ondertitel: "Of de politiek van het lef') is tekenend voor de man die gisteren benoemd werd tot minister voor stadsontwikkeling in de regering van Pierre Bérégovoy.

Tapie is een provocateur, zoals hij graag toegeeft. “Ik wil mijn vingers in alle jampotten steken”, is het motto van de 49-jarige nieuwe minister, die al drie carrières achter zich heeft, in zaken, in de sport en in de politiek.

Bernard Tapie werd in 1943 als zoon van een loodgieter geboren in een Parijse wijk met weinig groen en veel hoog beton. In zijn jonge jaren sloot hij zich aan bij de lokale communistische jeugdvereniging. Hij verliet de school met het diploma van electriciën, maar kwam in 1966 voor het eerst in het nieuws als popzanger en vervolgens als auto-racer en televisie-presentator.

In de jaren zeventig stortte Tapie, uitgerust met bluf, veel energie en het vermogen om snel beslissingen te nemen, zich in het zakenleven. Hij kocht circa vijftig ondernemingen op die in financiële moeilijkheden verkeerden. Na een sanering verkocht hij ze weer met stevige winst. In 1990 werd hij de baas van Adidas, het Duitse sportschoenenconcern - de kroon op zijn carrière als kapitalist.

In 1987 werd Tapie, reeds sponsor van een ploeg wielrenners, de baas bij de voetbalclub Olympique Marseille, die toen bijna failliet was en onderaan de ranglijst van de Franse voetbalcompetitie bungelde. Vier jaar en vele miljoenen francs later stond Olympique in een Europese Cupfinale. In 1988 werd Tapie als "niet-ingeschreven socialist' tot parlementsafgevaardigde gekozen in het departement Bouches du Rhône, waar hij bij de recente regionale verkiezingen als een van de weinige socialistische kandidaten winst boekte met een eigen lijst, "Energie Sud' geheten. Hij wekte tijdens de verkiezingscampagne opschudding met zijn uitlating dat mensen die op het extreem-rechte Front National stemmen “net zoals Le Pen smeerlappen zijn”. Voor veel Fransen was dat een nieuw bewijs van zijn vulgariteit.

Tapie, die overigens zelden in de Nationale Vergadering te zien was, trad in 1990 ook onverwacht aan als strijder “tegen het kwaad van de banlieues”, de grijze betonnen voorsteden waar werkloosheid en drugs het leven bepalen. In de Parijse voorstad Montfermeil richtte hij een "Forum van burgers' op, dat initiatieven ontplooide om de ontgoochelde jeugd nieuwe perspectieven te bieden. Hier en elders financierde Tapie sportcentra.

Minister Tapie, getrouwd en vader van vier kinderen, blijft voorzitter van Olympique Marseille, “want in het stadion van Marseille heb ik vastgesteld hoe verschillende gemeenschappen harmonieus met elkaar kunnen samenleven als men daartoe de wil maar heeft”. En bovendien “omdat Olympique Marseille het belangrijkste centrum van het leven in Marseille is en niet gemist kan worden voor het sociologische en economische evenwicht van de stad”, aldus Tapie.

Voor de nieuwe minister zal gelden wat altijd al gold voor Bernard Tapie in al zijn voorgaande rollen: men is voor of men is tegen hem.