Barbara den Uyl vecht tevergeefs voor verloren onschuld

In Naam der Wet', voorafgegaan door Deel III uit Dagboek van het vergeten, een korte film van Barbara den Uyl over haar vader, Joop den Uyl. Nederland 3, 20.25 uur.

Het meest indringende tafereel in de semi-documentaire 'In Naam der Wet' van Barbara den Uyl is de scène waarin de Amsterdamse burgemeester Van Thijn gehangen wordt. De maakster heeft Van Thijn - hij is het echt, hij speelt in de film zichzelf, zoals meer betrokkenen - een cassetterecorder voorgezet, waaruit het lied klinkt van de zanger Joop Visser: "Heb je wel gehoord, ze hebben Kok gestorven onder leiding van Van Thijn.' Minutenlang ziet de kijker het gezicht van Van Thijn, in close-up, bungelend en spartelend, en Joop Visser zingt maar door, totdat bij de kijker een gevoel overblijft dat vermoedelijk precies het omgekeerde is van wat de maakster voor ogen had: medelijden. Van Thijn wordt van dader tot slachtoffer, de zoveelste maal dat in de Hans Kok-affaire de rollen worden omgedraaid.

De kraker Hans Kok werd, samen met een aantal anderen, bij een van de laatste harde ontruimingen gearresteerd, op de avond van de 24e oktober 1985. De afdeling Staatsliedenbuurt had zich hardhandig geweerd met stenen en andere projectielen, en in de beslotenheid van de arrestantenwagens hadden de ME-ers zich vervolgens zo op de opeengepakte krakers afgereageerd dat wij, journalisten, de volgende dag niet echt verbaasd waren toen we hoorden dat een kraker 's ochtends dood in zijn cel was aangetroffen. Dat kon ook niet uitblijven, dat moest wel een keer gebeuren, zeiden we tegen elkaar. "Kapotgeslagen door de politie," zeiden de krakers. "Overleden aan een overdosis,' zei de politie. Hans Kok. De kraakbeweging had een martelaar, en Nederland had er een Kwestie bij.

Hans Kok was niet geliefd in de kraakbeweging. Hij zoop, spoot, verziekte iedere samenkomst, en ik herinner me hoe sommige krakers zich kreunend afvroegen waarom uitgerekend "die eikel' tot martelaar verheven moest worden. Uit het onderzoek bleek uiteindelijk onomstotelijk dat hij was overleden aan een combinatie van zijn eigen druggebruik, kou en flagrante verwaarlozing, en daarmee lag de schuldvraag weer in het midden. Of, beter gezegd, de strijd om de onschuld. Want Hans Kok was, hoe Barbara den Uyl ook haar best doet om dat aan te tonen, niet alleen een slachtoffer van 'het systeem' van Van Thijn. Hij was net zo goed ook een slachtoffer van de opgenaaide, gewelddadige sfeer in de Staatsliedenbuurt in die jaren, waarbinnen de filmmaakster zelf en vooral haar echtgenoot Henk Kersting ook een rol speelden. En Hans Kok was, hoe pijnlijk dat ook klinkt, niet in de laatste plaats ook een slachtoffer van zichzelf.

Die mengeling van verantwoordelijkheden is dan ook precies het probleem met deze documentaire: de maakster wil de wereld helder hebben: schuld, boete, daders en slachtoffers. Maar waar ze vooral voor vecht, tevergeefs, is voor een verloren onschuld.