Arbeidsbureau lokt werkwilligen winkel in

DEN HAAG, 3 APRIL. “Ze staan hier in de rij”, zegt de bedrijfsleider van de sportzaak in het Haagse centrum tegen de consulent van het arbeidsbureau die in zijn winkel op bezoek is. Het is figuurlijk bedoeld. "Ze', dat zijn jongeren die graag in deze winkel willen werken. Heeft de bedrijfsleider iemand nodig, dan heeft hij dat binnen twee dagen voor elkaar, luidt zijn verhaal. Hij houdt zelf een bestand aan potentiële verkopers bij. Aan de diensten van het arbeidsbureau heeft hij geen behoefte. Consulent Alwin Eberle noteert op zijn formulier: géén vacatures.

Dat is lang niet overal zo. De detailhandel is in de Haagse regio met ruim 22.000 arbeidsplaatsen een belangrijke bron van werkgelegenheid. De afgelopen twee weken heeft het Arbeidsbureau Den Haag jacht gemaakt op vacatures door onaangekondigd zoveel mogelijk winkels af te gaan. Het resultaat: 400 openstaande arbeidsplaatsen. Gewoonlijk zijn er in de bakken van het arbeidsbureau maar tachtig vacatures voor winkelpersoneel te vinden.

Volgende week wordt een poging gedaan de open plaatsen vervuld te krijgen. Met een veertien meter lange trailer, beschilderd volgens een ontwerp van Jaap Drupsteen, rijdt het arbeidsbureau dan winkelcentra in Den Haag en omgeving af. Met video, muziek en cabaret worden werkwilligen gelokt voor een baan in de detailhandel.

Het Arbeidsbureau Den Haag haakt hiermee in op de promotiecampagne "Week van de Winkel' die het Hoofdbedrijfschap Detailhandel volgende week houdt. Het arbeidsbureau hoopt zo de samenwerking met de winkeliers te verbeteren en zijn imago op te poetsen. Ook elders in Nederland organiseren arbeidsbureaus activiteiten als informatiemarkten en fototentoonstellingen. Dat is ook in hun eigen belang. Het arbeidsbureau valt tegenwoordig onder een tripartiet bestuur van werkgevers, werknemers en regionale overheid en wordt jaarlijks beoordeeld op zijn prestaties.

Deze donderdag, als Eberle en zijn collega-consulenten Monica van der Perk, Jenneke Schneider en Greet Eerens een deel van het Haagse centrum bestrijken, blijkt het geen overbodige luxe dat zij zich onder de winkeliers begeven. Het beeld dat de middenstand van het arbeidsbureau heeft is niet onverdeeld positief. Dat het arbeidsbureau zijn clientèle aan werkgeverszijde opzoekt is niet zo'n bijzonderheid meer; de onaangekondigde visites die de consulenten nu afleggen zijn niet eerder vertoond. Alwin Eberle treft menig bedrijfsleider aan die bereid is zijn praatje beleefd aan te horen, maar tevens de indruk wekt dat dit het maximale is waartoe hij bereid is. Nee, vacatures hebben ze niet, ook niet binnenkort en zelfs geen vakantiewerk.

Respons is er ook. In een kledingwinkel voor jongeren registreert de consulent twee vacatures, terwijl de bedrijfsleider intussen een zojuist verkochte spijkerbroek opvouwt. In een damesmodezaak blijkt de bedrijfsleidster om een plausibele reden geen tijd te hebben voor de consulent: zij is net bezig met een sollicitatiegesprek.

Bij de volgende winkel, eveneens damesmode, treft Eberle het, althans dat lijkt op het eerste gezicht zo. Zojuist is daar een vacature via het arbeidsbureau vervuld en de bedrijfsleidster neemt ruim de tijd voor het onverwachte bezoek. Zo tevreden is ze achteraf niet. “We kregen van het arbeidsbureau mensen doorgestuurd van wie je je afvroeg: hoe kùnnen ze dat doen? Met die mensen hield je uit beleefdheid een praatje, maar je dacht bij jezelf: het is eigenlijk zonde van mijn tijd en zonde van de tijd van het arbeidsbureau.” Zij kreeg 30 kandidaten in de winkel en achtte slechts twee van hen geschikt. Later opperen de collega's van Eberle dat er misschien iets mis was met het profiel van de aan te trekken winkelbediende. “De werkgever moet vooraf bewuster eisen stellen.” De bedrijfsleidster meldt trouwens alsnog drie vacatures aan.

De Haagse vestiging van een grote landelijke keten van kledingzaken werkt tegenwoordig nauw met het arbeidsbureau samen. “Ik plaats geen personeelsadvertentie meer, ik kijk wel uit”, zegt de bedrijfsleidster. Haar goede ervaringen zijn van recente datum, sinds het arbeidsbureau, met zijn "Team Detailhandel' waarvan Eberle en elf collega's deel uitmaken, gerichte acties richting middenstand heeft ondernomen. Op het hoofdkantoor heeft ze wel enige overtuigingskracht moeten gebruiken, “want ze zijn niet zo voor het arbeidsbureau”. Zelf herinnert ze zich een negatieve ervaring met het arbeidsbureau in Leiden: op een vrijdagmiddag om twaalf uur was daar niemand meer aanwezig om de vacature te registreren die zij wilde melden.

“Maar nu gaat het prima. Ik krijg mensen die door het arbeidsbureau zijn voorgeselecteerd en doe dan een keuze. Dat bespaart mij een hoop tijd en geld.” Ze is al blij dat ze tegenwoordig de vacatures vervuld krijgt, want één, twee jaar geleden, “was er echt niemand te krijgen”. Eberle denkt dat de verbeterde samenwerking tussen arbeidsbureau, sociale dienst en bedrijfsverenigingen in de Haagse regio tot resultaten heeft geleid. “Je merkt dat de uitkeringsinstanties strenger zijn geworden. Mensen moeten sneller werk zoeken, anders wordt hun uitkering gekort.”

In het restaurant van een warenhuis maken aan het einde van de middag vier consulenten de balans van deze donderdag op. Ze hebben 70 winkels bezocht. De oogst van de dag bestaat uit 17 vacatures.