Amerika: Israel verkocht geen Patriot-raketten

WASHINGTON, 3 APRIL. De Verenigde Staten hebben publiekelijk de beschuldiging ingetrokken dat Israel Patriot-raketten zou hebben verkocht aan China. Maar Israel wordt nog wel verdacht van het illegaal leveren van andere Amerikaanse wapens aan derde landen.

De woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, Margaret Tutwiler, zei gisteren dat een zeventien leden tellend Amerikaanse team dat de afgelopen tijd een onderzoek heeft ingesteld in Israel “geen enkel bewijs heeft gevonden dat Israel een Patriot-raket of rakettechnologie van de Patriot zou hebben doorverkocht. We hebben geen verdere maatregelen tegen Israel op het oog en beschouwen de zaak als gesloten”, aldus Tutwiler.

Tutwiler wilde echter niet ingaan op een woensdag uitgebracht rapport van de inspecteur-generaal van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, generaal Sherman Funk, waarin wordt vastgesteld dat “een belangrijke ontvanger” van Amerikaanse wapens en technologie - waarmee wordt gedoeld op Israel - onophoudelijk en illegaal wapens naar derde landen exporteert. Funk constateerde dat het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken een jaar geleden de ambassade in Israel opdracht had gegeven niet te onderzoeken of Israel wapens doorverkocht in strijd met de Amerikaanse exportbepalingen. Funk zei dat hij in juni 1991 deze zaak had aangekaart met minister van buitenlandse zaken, James Baker. De inspecteur-generaal opereert onafhankelijk van het ministerie. Volgens Funk is er sinds 1983 regelmatig sprake geweest van illegale doorverkoop van wapens.

Israel toonde zich tevreden over de uitlatingen van Margaret Tutwiler. Het heeft steeds volgehouden dat het geen Patriots had doorverkocht, ondanks aantijgingen van onder anderen de Amerikaanse minister van defensie, Dick Cheney. De woordvoerder van het Israelische ministerie van defensie, Danny Naveh noemde de uitlatingen van Tutwiler “helder en belangrijk”. Hij voegde daaraan toe: “We hebben het niet over een verontschuldiging. Wat van belang is, dat duidelijk geworden is dat de beweerde leveringen niet hebben plaats gehad.” (AFP, Reuter)