VVDM twijfelt nu aan dienstplicht

ROTTERDAM, 2 APRIL. Een commissie van de vereniging van dienstplichtige militairen (VVDM) heeft zich uitgesproken tegen de dienstplicht. Tot nog toe was de VVDM daarvan een voorstander. Tijdens een ledenvergadering van september 1991 werd dat standpunt nog eens onderschreven.

Volgens een woordvoerder zal de VVDM zichzelf opheffen wanneer de C, die door Defensie is ingesteld om een advies te geven over het voortbestaan van de dienstplicht, dit najaar tot afschaffing adviseert. Uit de recente toespraak van minister Ter Beek (defensie) concludeert de commissie dat de diensplicht overbodig wordt. Omdat de nadruk komt te liggen op internationale inzet van troepen en het omgaan met hoogwaardige technologie, voldoet de diensplichtige niet meer aan de kwalitatieve eisen.

Volgens de VVDM zijn de oude argumenten voor handhaving van de dienstplicht niet meer van kracht. Voorheen was het standpunt van de VVDM dat de dienstplicht een nauwe band tussen leger en maatschappij verzekerde. Volgens de commissie zijn er ook andere methoden om die band te behouden, zoals de inzet van kort-verband vrijwilligers.

Voorts meent de bond dat de rol van dienstplicht in bepaalde opzichten de invoering van maatschappelijk aanvaarde waarden en normen binnen de krijgsmacht tegenwerkt. Zo zou het gedwongen karakter van de dienstplicht uitsluiten dat dienstplichtige militairen als volwaardige werknemers kunnen onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en rechtspositie. De controlerende taak van de VVDM kan in de toekomst worden overgenomen door de bestaande beroepsbonden.

Naar verwachting zal het bestuur van de VVDM vanavond het advies van de commissie overnemen. Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 22 april stelt de VVDM zijn standpunt tegenover de dienstplicht definitief vast.