Verbrande mannen

Modus. Tijdschrift voor recherche en forensische wetenschappen. Jrg. 1 no. 1, feb. 1992. Verschijnt 4 x per jaar. Uitgever: J.B.van den Brink & Co., Postbus 14, 7240 BA Lochem. Jaarabonnement: politiefunctionarissen ƒ 35,00; andere geïnteresseerden ƒ 70,00. Losse nummers franco ƒ 25,00.

Pas op bladzijde 35 wordt Modus interessant. Daar begint een gedegen en helder artikel over "forensisch-pathologisch onderzoek bij sterk verbrande slachtoffers'. Intrigerend om te lezen met de drievoudige moord in Oostvoorne in het achterhoofd. Vuur blijft door misdadigers beschouwd worden als de grote sporenuitwisser. Ten onrechte, zo blijkt.

Modus is een "Tijdschrift voor recherche en forensische wetenschappen'. "Forensisch' betekent gerechtelijk. De wetenschap die dit predikaat draagt houdt zich bezig met onderzoek in strafzaken. Volgens de inleider van dit eerste nummer vult Modus een leemte op. Er bestond in Nederland, zegt de directeur-generaal politie en criminaliteitsbestrijding van het ministerie van justitie, geen "vaktijdschrift' op het gebied van recherche en forensische wetenschappen. Niet zoals in het buitenland.

Daar kunnen we niet over oordelen. We hebben slechts Modus in handen en zijn daar blij mee. Eindelijk een tijdschrift waarin een poging wordt gedaan criminalistisch onderzoek voor een groter publiek toegankelijk te maken.

Terug naar de verbrande slachtoffers. Aan de hand van twee series foto's wordt de rol van forensisch pathologisch onderzoek belicht. In het eerste geval werd brand ontdekt in een stapelbed waarin twee kinderen lagen van ongeveer drie jaar. De aanvankelijke verklaring, spelen met vuur (er werd een aansteker in het onderste bed gevonden) wordt al snel vervangen door een ernstig vermoeden van mishandeling.

Bij sectie op het kind in het bovenste bed valt bij inwendige schouwing de abnormaal rode kleur van de organen en het bloed op. Ook worden in strottehoofd en luchtpijp van het slachtoffer roetdeeltjes gevonden. Allemaal aanwijzingen dat het kind door rookgasvergiftiging (HbCO-gehalte in het bloed van 77%) en verbranding om het leven is gekomen.

Bij het gedeeltelijk verkoolde slachtoffertje in het onderste bed hebben organen en bloed een normaal aanzien. Op de slijmvliezen van de luchtwegen wordt geen roetaanslag gevonden. Ook blijkt er geen HbCO in het bloed te zitten. Wel worden door geweld veroorzaakte verwondingen in de hersenen aangetoond. Dat leidt tot de conclusie dat er, in tegenstelling tot het kind in het bovenste bed, geen aanwijzingen zijn dat het kind in het onderste bed in leven was toen het verbrandde. ""Enige tijd later wordt deze conclusie bevestigd door de verklaring van een van de ouders'', zo wordt casus I besloten.

De tweede casus is met enige vrij gruwelijke foto's geïllustreerd (Modus pas doorbladeren na het ontbijt!) en gaat over een sterk verbrande man die het slachtoffer blijkt van een geweldsmisdrijf. De foto's bij dit stuk zijn, ofschoon lichtelijk weerzinwekkend, zeer verhelderend. Dat staat helaas in schril contrast met de wijze van illustreren van een aantal andere artikelen.

Bij het verder uitstekende pleidooi van een hoofd van een technische recherchedienst om toch vooral alert te zijn op een juiste datering van sporen bijvoorbeeld. Als casus dienen de sporen die bij een brandkastkraak gevonden werden. Vingerafdrukken en schoensporen. De vingerafdrukken gaven honderd procent zekerheid, de schoensporen varieerden van "met absolute zekerheid' tot "zekerheid'. Op grond van deze sporen werden een paar mannen aangehouden. Waarom werden zij vrijgesproken?

Ze erkenden voor de rechter grif dat zij in de buurt van de bewuste brandkast waren geweest. Om de weg te vragen! Toen ze 's middags waren en niemand hadden aangetroffen waren ze doorgelopen, vandaar de voetsporen. En misschien hadden ze wel ergens tegen een glazen ruit geleund, vandaar de vingerafdrukken. Van een kraak wisten ze niks.

""De bewijsmiddelen moeten in het web van de chronologie van de onderzochte zaak ingepast worden'', zo besluit de rechercheur zijn verhaal. Als de voetsporen gemaakt zijn door natte schoenen, check dan even het weerbericht van die dag om te zien hoe laat het geregend heeft. Kleinigheden waar, zo blijkt uit het artikel, vaak niet naar gekeken wordt.

Wat voor illustraties vinden we bij dit artikel? Twee foto's vanuit verschillende richting genomen van een kinderfietsje naast een bospad.

Het artikel "Misdaad kent geen grenzen' is exemplarisch voor de tendens zomaar wat foto's door een verhaal te strooien. Een vage foto van een man bij een auto moet blijkens het onderschrift de stelling ondersteunen: ""Er zijn tekenen van internationalisering van de voertuigcriminaliteit.'' Een zeer algemeen artikel over het belang van forensische geneeskunde wordt verlucht met een drietal suggestieve foto's van slachtoffers van geweldsdelicten. In de tekst wordt naar geen enkel concreet geval verwezen dus waarom de met krassen overdekte keel van een meisje getoond? Gaat het om de suggestie dat de forensische arts meehelpt het bewijs te leveren dat leidt tot veroordeling van de dader? Maar dan wil je in Modus juist weten hoe en op welke manier precies.

Modus zou er goed aan doen om voortaan slechts die foto's te tonen die aspecten van een misdrijf belichten. Maar ondanks deze kritiek blijft het blad een aanwinst op het gebied van de criminalistische publicaties.