Tweede Kamer wil terughoudende opstelling Pronk

DEN HAAG, 2 APRIL. Een meerderheid in de Tweede Kamer (CDA, VVD en D66) zal vanavond pleiten voor een meer terughoudende opstelling van minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) inzake Indonesië. De Kamer komt niet terug op haar uitspraak dat er een duidelijke band ligt tussen mensenrechten en ontwikkelingshulp, maar op dit moment heeft zij een grote behoefte aan "radiostilte'.

Tommel (D66): “Ik vind de uitspraak van minister Pronk, ook gisteren op Schiphol weer herhaald, dat met deze generatie politici in Indonesië geen zaken meer te doen zouden zijn, hoogst onverstandig. Als je wilt proberen via particuliere organisaties toch nog wat projecten overeind te houden, dan moet je niet tijdens de onderhandelingen aangeven dat je het niet voor mogelijk houdt.”

Weisglas (VVD), die mevrouw Terpstra tijdens het debat vervangt omdat de fractie wil dat de kritiek op de houding van minister Pronk wordt aangescherpt, zegt dat minister Van den Broek nu het voortouw moet nemen om de contacten met Indonesië te onderhouden nu de ontwikkelingsrelatie is weggevallen. “Net als bij de paspoort-affaire toen Van den Broek het dossier overnam van staatssecretaris Van der Linden, moet Van den Broek nu alleen zorg dragen voor het koesteren van de betrekkingen, die Indonesië nog wil handhaven. Er zal "deëscalerend' moeten worden gewerkt.”

De Hoop Scheffer (CDA) wil de stijl van minister Pronk in zijn contacten met Indonesië “kritisch bezien”. Het CDA heeft zich gestoten aan Pronks recente uitspraken. Samen met Tommel en Weisglas is ook hij voorstander van deëscalatie.

Verspaget (PvdA): “Ik begrijp niet waarom de andere fracties zich nu opeens zo opwinden. Ik vind dat overdreven en heb van het begin af aan Pronks opstelling gesteund.”

Pronk zelf zei gisteren bij terugkeer uit New York : “Indonesië is een land dat mij fascineert en boeit, een land dat ik goed ken en waarvan ik weet dat het noodzakelijk is er voorzichtig op te treden. Maar dat betekent niet dat je geen kritische opmerkingen mag maken.”

Pag.3: Kamer: boodschap Pronk niet effectief

Pronk zei verder: “Het signaal na de gebeurtenissen op Oost-Timor om nieuwe hulp ter discussie te stellen is gegeven door de hele Nederlandse regering en gesteund door de Tweede Kamer. De boodschap was dat het bloedbad heel ernstig was. Natuurlijk wil men het dan liever over de boodschapper hebben en niet over de boodschap.”

In de Tweede Kamer overheerst de mening dat de Nederlandse boodschapper niet al te effectief is geweest door de stijl die hij hanteerde. Ook volgens de INA, de bilaterale Kamer van Koophandel in Jakarta, waarbij Nederlandse en Indonesische bedrijven zijn aangesloten, wordt de wijze waarop het Nederlandse beleid in Nederland en Indonesië is uitgedragen in Jakarta als kwetsend en provocerend ervaren.

“Hier gaat het duidelijk om de aanmatigende toon, gebezigd in een land waar de vorm waarin de boodschap gebracht wordt vaak even belangrijk is als de boodschap zelf”, schrijft de INA in een brief aan de fractieleiders in de Tweede Kamer. “Wanneer u als Kamerleden van mening bent dat Nederland de dialoog moet voortzetten op het punt van mensenrechten dan zou u tegelijk ervoor moeten zorg dragen dat de kanalen daartoe open blijven, zodat u Nederland niet in een buitenspel positie doet belanden.”

De brief van de INA aan de fractieleiders werd verstuurd door de raad van Nederlandse werkgeversverbonden (VNONNCW). Zij schrijven in een begeleindede brief: “Nu het hoofdstuk Ontwikkelinssamenwerking met Indonesië lijkt te worden afgesloten is het tijd voor herijking van de Nederlandse relaties met dit land waarbij meer het accent komt te liggen op economische samenwerking en uitbreiding van wederzijdse handel en investeringen. De overheid dient hierbij met zijn beleid, organisatie en instrumenten aansluiting te zoeken.”