TOSCANE HERDENKT LORENZO IL MAGNIFICO; Een dichtende en feestende tiran

Inlichtingen over de Lorenzo-manifestaties, waarvan de belangrijkste afzonderlijk zullen worden aangekondigd in deze bijlage, zijn te krijgen op nummer 09-3955 2768512 of 287707 of 217115.

Dit is niet alleen het jaar van Columbus. Op 8 april is het vijfhonderd jaar geleden dat in zijn buitenhuis bij Florence Lorenzo de' Medici overleed. Columbus was toen nog niet eens vertrokken, en op dat moment leek de dood van de 43-jarige Lorenzo in Italië de belangrijkste gebeurtenis van het jaar. Want Lorenzo was "il Magnifico', de magnifieke: het symbool voor de renaissancevorst die staatszaken combineerde met liefde voor kunst, die net zo goed (of in Lorenzo's geval: beter) thuis was in de filosofie van Plato dan in de kasboeken van zijn familiebank.

Florence en andere steden in Toscane hebben een reeks tentoonstellingen en conferenties georganiseerd om deze legendarische figuur te herdenken. Lorenzo zal echter niet alleen maar postume lof worden toegezwaaid. Een vooraanstaande renaissance-historicus als Eugenio Garin heeft voorspeld dat op de congressen over Lorenzo in Florence, Londen en New York kritische kanttekeningen zullen worden gezet bij het optreden van Lorenzo als staatsman.

Formeel was Lorenzo de' Medici niet meer dan een vooraanstaand burger - de familie De' Medici zou zich pas tientallen jaren later de titels van hertog en later groothertog toeëigenen. Maar toen Lorenzo's vader Piero in 1469 overleed aan jicht, een ziekte die ook hem fataal zou worden, kwamen twee dagen later de stadsbestuurders vragen of hij de feitelijke leiding van de stad wilde overnemen. Lorenzo's grootvader Cosimo had de familiebank gebruikt om van zijn familie de belangrijkste van de stad te maken. Een aantal complotten had daar niets aan kunnen veranderen.

Net als zijn grootvader manipuleerde Lorenzo de instellingen van de Florentijnse republiek naar eigen goeddunken. Daarbij kon hij hard optreden. In 1478 smeedde de rivaliserende familie van de Pazzi, met steun van paus Sixtus IV, een complot om Lorenzo en zijn broer Giuliano te vermoorden tijdens de mis in de kathedraal. Lorenzo wist te ontkomen, en bij de bloedige vergeldingsmaatregelen werden de lijken van de samenzweerders uit de ramen van het Palazzo Vecchio gehangen en door de straten van de stad gesleurd.

In de jaren daarna sloot Florence door de diplomatie van Lorenzo vrede met koning Ferdinand van Napels en met de nieuwe paus. Dit leidde een periode van betrekkelijke rust in op het Italiaanse schiereiland. Toen Lorenzo stierf, heeft paus Innocentius III volgens de overlevering uitgeroepen: “Nu is de vrede in Italië ten einde.”

In zijn eigen stad heeft Lorenzo zich in de ogen van een aantal critici gedragen als een ware dictator. Vraag is of de omstandigheden van toen iets anders mogelijk maakten. En bovendien, Lorenzo regeerde met harde, maar ook gulle en feestelijke hand. Beroemd is het oordeel van de zestiende-eeuwse historicus Francesco Guicciardini: “Als Florence dan een tiran moest hebben, kon het zich geen betere of aardigere wensen.” En Luciano Berti, ex-directeur van het museum van de Uffizi, schreef enkele jaren geleden: “Uiteindelijk zijn de jaren van zijn bewind de mooiste en meest gedenkwaardige jaren in de geschiedenis van de stad geweest.”

Lorenzo was een geboren levensgenieter met een zeer brede culturele belangstelling. Hij bouwde voort op het beleid van zijn grootvader Cosimo en maakte van Florence de culturele hoofdstad van Europa. De bibliotheek die door Cosimo was opgezet en door Lorenzo werd uitgebreid, trok uit de hele wereld humanistische geleerden en kunstenaars, die in de kunst en filosofie van de oude Grieken en Romeinen nieuwe inspiratie vonden. De rijkdom van de Florentijnse burgers leverde tientallen kunstenaars werk.

Overigens heeft Lorenzo zelf veel minder opdrachten gegeven dan zijn grootvader, omdat hij het geld er niet meer voor had. Onder Lorenzo is de familiebank snel achteruit gegaan, en Lorenzo moest aan het eind van zijn leven een aantal keren een greep in de Florentijnse schatkist doen om zich uit de financiële problemen te redden.

Maar Lorenzo was wel zo breed ontwikkeld dat hij op voet van gelijkheid kon debatteren met de schare van schilders, beeldhouwers, dichters en filosofen die hij om zich heen had verzameld. Hij zorgde ervoor dat het kunstenaars als Verrocchio, Lippi, Botticelli, Pollaiuolo en Ghirlandaio niet aan opdrachten ontbrak. En de jonge Michelangelo kreeg op een school die was opgezet door Lorenzo, de kansen zich verder te ontwikkelen.

De komende maanden moet het klimaat van toen opnieuw worden opgeroepen. Op 8 april gaan in Florence tentoonstellingen open over de architectuur, de tekenkunst en de feesten ten tijde van Lorenzo. Later volgen tentoonstellingen over de schilderkunst, het opzetten van bibliotheken en de staatkundige ontwikkelingen, gelardeerd met een reeks concerten, toneelvoorstellingen en andere manifestaties. Ze moeten inhoud geven aan de bekendste versregels van Lorenzo, die ook redelijk dichtte: “Laat wie wil, nu gelukkig zijn; van morgen is niemand zeker.”