Stijging van CAO-lonen komt uit op 4,03 procent

ROTTERDAM, 2 APRIL. De loonstijging voor dit jaar in tot dusver afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten in de marktsector bedraagt gemiddeld 4,03 prodent. Vorig jaar bedroeg de loonstijging in alle markt-CAO's gemiddeld 3,67 procent.

Dit blijkt uit cijfers van de dienst collectieve arbeidsvoorwaarden van het het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Het onderzoek bestrijkt 47 grotere CAO's in de marktsector. Ze hebben betrekking op 58 procent van het aantal werknemers dat valt onder de grotere CAO's in de marktsector.

Voor 70 procent van de werknemers in deze CAO's ligt de stijging tussen 3,5 en 4,5 procent. Voor 10 procent is dat minder en voor 20 procent meer. De grootste stijging deed zich voor in de bouw (4,89 procent) en in "overige dienstverlening' (4,41 procent). In de transportsector was de stijging met 3,17 procent het laagst.

Vijftien nieuwe CAO's werden onderzocht op zogenoemde arbeidsvoorwaardelijke prikkels om het ziekteverzuim en het beroep op de WAO terug te dringen. Ze werden alleen aangetroffen in de CAO voor het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf. Deze werknemers krijgen een vrije dag extra als ze een half jaar niet ziek zijn en de aanvulling op het ziekengeld wordt beperkt tot 90 procent van het loon (was 100 procent).Wel zijn in enkele andere akkoorden, zoals die voor de bouw en in enkele bedrijfs-CAO's, arbeidsvoorwaardelijke prikkels in het vooruitzicht gesteld als andere maatregelen niet leiden tot vermindering van het ziekteverzuim.

In vrijwel alle akkoorden zijn de leeftijd voor vervroegd uittreden en de hoogtes van de Vut-uitkeringen gehandhaafd. Bij het chemieconcern Akzo is afgesproken de collectieve Vut tussen 1997 en 2006 geleidelijk af te schaffen en te vervangen door een individueel recht om vanaf 60 jaar op eigen kosten geheel of gedeeltelijk uit te treden.