Republieken Joegoslavië heffen handelsboycot op

BRUSSEL, 2 APRIL. De leiders van de zes republieken van het vroegere Joegoslavië hebben gisteren in Brussel overeenstemming bereikt over de hervatting van de wederzijdse handel. De voorzitter van de EG-vredesconferentie over Joegoslavië, Lord Carrington, omschreef het akkoord als “een belangrijke stap voorwaarts”.

In Bosnië en Kroatië kwam het gisteren opnieuw tot een groot aantal bestandsschendingen, waarbij zeker negen doden vielen.

In Brussel konden de leiders van de zes republieken elkaar niettemin vinden in een principe-akkoord over de beëindiging van de wederzijdse handelsboycot, die in sommige gevallen al van kracht was voordat in de zomer van vorig jaar de Joegoslavische burgeroorlog uitbrak. Sindsdien is van handel tussen Servië enerzijds en Kroatië en Slovenië anderzijds geen sprake meer, afgezien van formeel illegale transacties via derde landen. Het akkoord betekent in feite een Servische concessie, aangezien de Serviërs het initiatief tot de handelsboycot hebben genomen. De concessie is volgens waarnemers voor een belangrijk deel te danken aan de zeer slechte economische situatie waarin Servië zich bevindt.

Details van het akkoord moeten nog worden uitgewerkt. De Servische president Milosevic zei gisteren te hopen dat de stroomnetten en oliepijpleidingen tussen de republieken weer op elkaar kunnen worden aangesloten en dat een vrij verkeer van personen mogelijk kan worden gemaakt.

De leiders van de republieken werden het gisteren in Brussel niet eens over de vraag wie de ambassades, het geld en de wapens van de uiteengevallen Joegoslavische federatie erft. Servië en Montenegro beschouwen zich als de wettige erfgenaam van Joegoslavië, aangezien de andere republieken zich formeel hebben losgemaakt uit de federatie. Zij maken dan ook aanspraak op de ambassadegebouwen, de Joegoslavische zetel in de Verenigde Naties en de Joegoslavische tegoeden bij het IMF.

Bij nieuwe schendingen van het bestand zijn gisteren in Kroatië en Bosnië negen doden gevallen. Het hevigst werd gevochten bij de Bosnische stad Bijeljina, waar moslims en Serviërs elkaar met handvuurwapens en mortieren bestookten. Er vielen twee doden en drie gewonden. Volgens radio-Sarajevo hebben Servische militieleden vijftien werknemers van de elektriciteitscentrale in Bijeljina ontvoerd, als gevolg waarvan de stad zonder stroom zit. De ontvoering zou te maken hebben met de arrestatie van een Serviër die dinsdag bij een islamitisch restaurant een handgranaat naar binnen had gegooid. Daarbij werden zes mensen gewond.

De hoofdstad van Montenegro, Titograd, is gisteren omgedoopt in Podgorica, de naam die de stad zeshonderd jaar heeft gedragen. De omdoping, waartoe al was besloten in een recent referendum, is een nieuwe afrekening met de reputatie van Josip Broz Tito. (UPI, Reuter, AP)