Onderzoek: rechter levert broddelwerk

ROTTERDAM, 2 APRIL. De regels voor het vergaren van strafrechtelijk bewijs worden door de Nederlandse rechterlijke macht niet serieus genomen. Bij het accepteren van bewijs nemen rechters genoegen met “half werk en zelfs broddelwerk”.

Deze conclusies trekken de rechtspsychologen P. van Koppen, H. Crombag en de psycholoog W. Wagenaar in het boek "Dubieuze Zaken' dat vanmiddag zou worden overhandigd aan minister van justitie Hirsch Ballin.

De onderzoekers komen tot hun conclusies na bestudering van 35 strafzaken. De zaken zijn afkomstig van advocaten aan wie gevraagd werd de gevallen uit hun archief op te sturen waarvan de raadslieden de indruk hadden dat er bij de bewijsbeslissing fouten werden gemaakt.

Voor deze onderzoeksmethode is gekozen omdat volgens Van Koppen vooral van fouten valt te leren. “Ons is gebleken dat wat een advocaten als incident ziet - een ongelukkige uitspraak omdat een rechter toevallig slecht geslapen heeft - vaak is terug te voeren op feilen in het systeem”.

Bewijsmiddelen variërend van getuigenverklaringen, bekentenissen, deskundigheidsrapporten tot aan geur-sorteerproeven toe, worden volgens de onderzoekers fundamenteel onjuist gewaardeerd en de rechter zou eenvoudige logica negeren. Ook het hoogste rechtscollege de Hoge Raad, die toeziet op de juiste toepassing van rechtsregels, is zo “lichtzinnig” dat fouten van lagere rechters niet worden gecorrigeerd.

Een van de bewijsregels die volgens de auteurs met instemming van de Hoge Raad met voeten wordt getreden, is het voorschrift dat alleen een bekentenis van een verdachte onvoldoende bewijs vormt. Maar de eisen die rechters stellen aan verder steunbewijs zijn zo “flinterdun” volgens de onderzoekers dat de bewijsregel eigenlijk opzij is gezet.

Door het onvoldoende naleven van bewijsregels zijn volgens Van Koppen honderden mensen in Nederland onterecht, namelijk op een onjuiste manier veroordeeld. “Waarmee we trouwens in het geheel niet willen beweren dat de verdachten ook onschuldig zijn”.

De onderzoekers besluiten hun boek met een reeks van aanbevelingen: Alle verhoren zouden voortaan op een geluidsband moeten worden opgenomen. Verklaringen van anonieme getuigen en van medeplichtigen zouden categorisch verboden moeten worden. Het vetorecht dat het openbaar ministerie nu heeft bij een verzoek van advocaten om bepaalde getuigen te horen, moet Justitie worden ontnomen.