Nederlandse specialisten helpen bij zuivering centrale; Poolse lucht zwanger van zwavel

De elektriciteitscentrale in het Poolse Belchatow spuwt grote hoeveelheden zwaveldioxide de lucht in. Nederlandse specialisten proberen de centrale "schoner' te maken.

De nederzetting heet Belchatow, een verzameling grauwe flats rondom een oude dorpskern in Midden-Polen, ruwweg tussen Warschau en Katowice. Alles wijst op een onnatuurlijk snelle groei van de plaats, die de kenmerken vertoont van revolutiebouw en een slordige planologie. "Uit de grond gestampt' is de term die zich onverbiddelijk aan de bezoeker opdringt, en dat klopt. Halverwege de jaren zeventig telde Belchatow amper 4.000 zielen en nu zijn het er meer dan 60.000.

De oorzaak van die onstuimige ontwikkeling ligt even verderop: een reusachtige elektriciteitscentrale, draaiend op bruinkool, die vlakbij uit een open groeve van vijf bij veertien kilometer wordt geput. De centrale, bestaande uit twaalf eenheden met een gezamenlijk vermogen van 4.320 Megawatt, biedt circa 5.000 man werk en de bruinkoolwinning doet er nog eens het dubbele bij. Eind jaren zeventig werd de groeve in exploitatie genomen en in 1981 kwam de eerste turbine van "Elektrownia Belchatow' op gang, waarna de centrale nog vijf jaar nodig had om haar huidige vorm aan te nemen en twintig procent van de Poolse elektriciteitsproduktie te verzorgen.

In de stad, dichtbij het centrum, beheert de maatschappij een eenvoudig gastenverblijf, waar regelmatig ook Nederlanders logeren. Het zijn functionarissen van de SEP (Samenwerkende elektriciteitsproduktiebedrijven te Arnhem), de Kema (ook Arnhem) en Hoogovens/ESTS Technical Services. Zij vervullen hier een controlerende danwel organiserende rol bij de bouw van voorlopig twee rookgasontzwavelingsinstallaties of kortweg ROI's, te koppelen aan evenzoveel units. Als uitvloeisel van een convenant met de Nederlandse regering draagt de SEP zestig miljoen gulden bij aan dit project, dat door Hoogovens/ESTS wordt uitgevoerd onder supervisie van de Kema, die als een soort technische waakhond optreedt.

Zwavel is een regelrechte plaag voor milieu en bevolking van Polen, dat zijn economische motor slechts met zwavelhoudende steen- en bruinkool draaiende weet te houden, terwijl diezelfde brandstoffen miljoenen Poolse huizen verwarmen. Daarbij ontstaan gigantische hoeveelheden zwaveldioxide of SO2, die op stad en land neerslaan en de mens soms letterlijk de adem benemen. Alleen al de centrale van Belchatow, die bij volle produktie dagelijks 140.000 ton bruinkool verbruikt, spuwt per jaar 400.000 ton SO2 de lucht in. Daarmee behoort Elektrownia Belchatow tot de grote vervuilers van Polen, maar ook van omringende landen doordat de schadelijke verbinding, op die hoogte vrijgekomen, nationale grenzen pleegt te overschrijden.

Ook Nederland blijft daarbij niet gespaard. Zwaveldioxide vormt met stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) een cocktail van verzurende stoffen, die bos, hei, oppervlaktewater en cultuurgoed aantasten. De verzuring in Nederland is voor bijna de helft (46 procent) aan buitenlandse bronnen te wijten en daarvan komt zo'n acht procent uit Oost-Europa. Een geringe bijdrage dus, zeker vergeleken met wat de ammoniak-component uit onze eigen drijfmest aanricht, maar de schadelijke Oosteuropese invloed kan aanzienlijk toenemen in het geval van wintersmog: de optelsom van SO2 uit kolen- en oliecentrales en fijne stofdeeltjes (aërosolen), afkomstig uit onder meer de uitlaat van auto's. Wintersmog, die vooral cara- en hartpatiënten bedreigt, ontstaat wanneer hogedrukgebieden bij zwakke oostenwind vervuilde lucht uit Duitsland, Polen en Tsjechoslowakije aanzuigen. Dan kan het Oosteuropese aandeel in de SO2-vracht hier te lande tot vijftig à zeventig procent oplopen.

Tegen die achtergrond is de zestig miljoen die de SEP beschikbaar stelde voor ontzwaveling van "Belchatow' niet louter een vorm van ontwikkelingshulp aan een noodlijdende Oosteuropese achterbuur, maar deels ook een kwestie van eigenbelang. Nog los van de vaststelling dat behoud of zo mogelijk herstel van bijvoorbeeld de Europese bossen als internationaal, dus ook Nederlands belang kan gelden. Tegelijk vormt de financiële bijdrage uit Arnhem pas het begin van de vele miljarden die nodig zijn om een land als Polen over de brug te helpen naar het Westeuropese zwavelregime voor kolencentrales. En àls dat al zou lukken, blijven al die Poolse kachels nog branden en SO2 uitbraken.

Pag.14: Op milieumarkt Polen is gulden daalder waard

Aan de poort van Elektrownia Belchatow staat Grazyna Bednarek ons op te wachten. Ze is chemicus bij de onderneming (een staatsbedrijf waar de Poolse privatiseringsgolf nog aan voorbijging) en wordt als een der weinige Engels sprekende employés regelmatig ingeschakeld om buitenlandse bezoekers rond te leiden. De excursie voert langs de uitgestrekte bruinkoolgroeve en door de imposante centrale, die haar schoorstenen 300 meter de lucht in steekt. De wind is zuidelijk vandaag, zodat de constante zwavelsmook richting Noord-Polen en Zweden drijft. En natuurlijk wordt halt gehouden bij het in aanbouw zijnde "wasvat' van de eerste ontzwavelingsinstallatie.

Hier moet een soort chemische fabriek verrijzen - Grazyna komt er straks te werken - om de rookgassen voor negentig procent van SO2 te bevrijden. Het procédé, de zogenoemde natte techniek, komt erop neer dat de rookgassen in een hoge cilinder worden besproeid met een mengsel van kalksteen en water, waardoor de zwavel in druppels wordt gebonden en neerslaat in de vorm van gips. De kosten van één zo'n installatie bedragen ruim zestig miljoen gulden, dus ongeveer het bedrag dat de SEP hier investeert. Hoogovens/ESTS kreeg officieel opdracht er twee te bouwen, met het Poolse bedrijf Energo Montaz als onderaannemer, en in juni aanstaande volgt een beslissing over nog eens twee ROI's.

Met vier van die installaties - voor in totaal 250 miljoen gulden - zal de centrale beantwoorden aan de milieunormen zoals die over zes jaar in Polen van kracht worden. Dit blijkt uit een gesprek - via de tolkende Grazyna - met algemeen directeur Zbigniew Zakrzewski, een betrekkelijk jonge technicus, die sinds kort de hoogste post bij Elektrownia Belchatow bekleedt. “In 1998”, vertelt hij, “treedt hier volgens internationale afspraken een wet in werking die centrales als de onze verplicht hun zwaveluitstoot met dertig procent te verminderen. Met vier ontzwavelingsinstallaties op twaalf eenheden voldoen we dus precies aan die eis. Blijven we in gebreke, dan staan ons hoge boetes te wachten en het is zeer de vraag of we die kunnen opbrengen.”

Volgens Zakrzewski is de financiering van de eerste twee ROI's, vooral dankzij de SEP, zo goed als rond. “Met die zestig miljoen uit Nederland konden we in elk geval beginnen.” Op de vraag waar de rest vandaankomt somt de manager vanachter zijn bureau drie bronnen op: “Ten eerste de winst op ons produkt, elektrische stroom dus. Ten tweede krijgen we van de regionale overheid, die onze provincie Piotrowskie bestuurt, een deel van het geld terug dat we betalen voor gebruik van de omgeving. Dat is een soort milieubelasting, die ons jaarlijks dertig miljoen Nederlandse guldens kost. De overeenkomst voor gedeeltelijke teruggave is inmiddels getekend en we hebben de korting zelfs al besteed. In de derde plaats kunnen we bij de Nationale stichting voor milieubescherming, die aan de regering is gelieerd, een lening tegen uiterst lage rente afsluiten. Bij elkaar genoeg om de eerste twee installaties te bouwen.”

Maar hoe de financiering van de volgende serie tot stand moet komen is ook hem nog onduidelijk. “Lenen bij Westerse banken? Ja, dat is een mogelijkheid die we serieus overwegen. En wellicht levert de verkoop van gips nog revenuen op, die we in de verdere ontzwaveling kunnen steken. Het gips dat bij dit natte proces ontstaat kan in elk opzicht, ook qua zuiverheid, wedijveren met natuurgips uit de bodem. Het is bovendien stukken voordeliger en je hoeft dan geen landschap meer te verwoesten, want natuurgips wordt net als bruinkool in dagbouw gewonnen. Alleen moet de Poolse bouwindustrie ons produkt nog leren kennen en waarderen.”

De opdracht aan Hoogovens/ESTS voor de bouw van twee ROI's - met een optie op nummer 3 en 4, als het zover mocht komen - is neergelegd in een tien centimeter dik contract, de vrucht van langdurig en vaak moeizaam onderhandelen. Het Nederlandse bedrijf was niet de enige gegadigde, ook firma's uit Duitsland en Denemarken dienden zich gezwind als potentiële bouwers aan. Waarom viel de keus op Hoogovens?

Zakrzewski: “Om verschillende redenen. We hebben uiteindelijk ten gunste van Hoogovens beslist omdat ze niet alleen goedkoper zijn, maar ook een aantrekkelijker procédé te bieden hadden dan de Denen en Duitsers. Daar kwam natuurlijk bij dat we juist uit Nederland die zestig miljoen als startkapitaal hebben gekregen, ook dat speelde een rol bij de keus voor een Nederlands bedrijf.”

En hoe bevalt hem de samenwerking? “Daar heb ik niets op aan te merken, het loopt op rolletjes”, besluit Zakrzewski.

Terug in de directionele antichambre valt op dat moment een meer dan normaal gedrang te bespeuren. Afgevaardigden van een plaatselijke schutterij stellen zich in slagorde op om Zakrzewski als dank voor een donatie de clubvlag aan te bieden en in hun kielzog vertoont zich C.J. de Haas, projectleider van Hoogovens/ESTS, die zijn opdrachtgever de hand komt drukken. Tegen hem herhalen we wat Belchatows topman zojuist heeft verklaard en hij kan het beamen, al roept het gelegde verband tussen Hoogovens en de SEP-miljoenen bij De Haas een lichte irritatie op: “Vergis u niet, we hebben voor dat contract keihard moeten knokken!” Maar dat was ons al eerder gebleken.

Bij de SEP in Arnhem is men intussen hoogst ingenomen met wat voorlopig in het 1.100 kilometer verder gelegen Belchatow is bereikt. “Daar in Polen leveren die zestig miljoen ten gunste van het milieu een zes keer zo hoog rendement op als hier”, zegt directeur ir. G.J.L. Zijl, doelend op het feit dat de Nederlandse kolencentrales al met ontzwavelingsinstallaties zijn uitgerust.

Behalve dan de twee eenheden van Buggenum, die respectievelijk volgend jaar en in 2000 worden gesloopt. De ROI's in Nederland reduceren de uitstoot van zwaveldioxide met 95 procent. Om er nog enkele procenten aan toe te voegen, zouden kostbare technieken nodig zijn, terwijl men in Polen voor hetzelfde geld meteen de grote SO2-bulk te pakken heeft. Ir. Zijl: “Op de Poolse markt is onze gulden dus veel meer dan een daalder waard. Met die zestig miljoen houden we in Belchatow jaarlijks 30.000 ton SO2 achter en dat zou in Nederland na alle getroffen maatregelen een illusie zijn.”

Het convenant met de Nederlandse regering, waar de Poolse connectie uit voortkomt, dateert van juni 1990. In die overeenkomst hebben de gezamenlijke elektricteitsbedrijven zich verplicht de uitstoot van SO2 verder terug te dringen tot 25.000 ton in het jaar 2000. Nu zitten ze op circa 40.000 ton, een restant van de 195.000 ton die in 1980 werd gemeten.

Ir. Zijl: “Het was ons idee een deel van het geld in Polen te besteden en daar is het ministerie van VROM mee akkoord gegaan, al bestonden er van die kant aanvankelijk reserves, omdat Nederlandse ambtenaren moeilijk in Polen kunnen gaan controleren. Maar ons argument, het veel hogere rendement, gaf de doorslag. We liepen trouwens al langer, al vóór de omwenteling van eind '89, met plannen rond om in Oost-Europa aan rookgasontzwaveling te doen en hebben nog getwijfeld tussen Tsjechoslowakije en Polen. Het is Polen geworden, omdat dat land destijds, vóór '89, in bestuurlijk opzicht het meest op West-Europa georiënteerd was.”

In de bewuste overeenkomst wordt ook een verdere vermindering van de uitstoot aan stikstofoxiden (NOx) voorgeschreven. Hierbij - legt ir. N.J. Ypma van de Kema uit - gaat het om zowel kolen- als gascentrales. Beide types kennen inmiddels een zogenoemd primair reductiesysteem in de vorm van een lage-NOx-brander. Kolencentrales worden bovendien binnen drie jaar (dat is althans de bedoeling) uitgerust met een secundair systeem, een soort katalysator, die de uitstoot van NOx met ongeveer tachtig procent moet verminderen.

In Polen is daar voorlopig nog geen kijk op. “Eerst”, verzucht directeur Zakrzewski van Elektrownia Belchatow, “moeten we de zwaveluitstoot onder de knie zien te krijgen, zelfs een vermindering van dertig procent kost ons al moeite genoeg, pas later kunnen we aan NOx gaan denken. Oost-Europa loopt nu eenmaal achter bij het Westen, maar wat wil je? Ook hier heerst de wil om het milieu te beschermen, maar het verschil met het Westen is dat jullie geld hebben om er werk van te maken en wij niet.”