Natuur in de wijk

Ecologie van de stad, een verkenning. Erica Koning, Sybrand Tjallingii Uitg.: Platform Stadsecologie, Den Haag 1991. Aantal blz. 147. Prijs: ƒ 25,-. ISSN 0924-9141

Wat opkomend mos tussen stoeptegels, schooierende katten tussen het huisvuil en reigers in het stadspark: het valt de hedendaagse stedebouwkundige niet mee de natuur binnen de stad een plaats te geven. De bruidssluier langs de gevel van een enkele inwoner wordt getolereerd, maar in het algemeen gesproken wordt de natuur in de stad streng beheerd.

De laatste tien jaar valt bij plantsoenendiensten een kentering te constateren. Er komt meer groen in de wijk, een grotere diversiteit bij de inrichting van plantsoenen en chemische bestrijdingsmiddelen worden minder gebruikt.

Volgens een recent rapport van het Platform Stadsecologie is deze ontwikkeling onvoldoende. Vaak werken de verschillende gemeentelijke diensten elkaar tegen. Erica Koning, een van de samenstellers, geeft een voorbeeld: ”De Groensector legt een oever aan met een flauw talud. Gestreefd wordt naar een ongestoorde ontwikkeling van de natuur aan de oever. Het kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn dat na enkele maanden een andere dienst in de oeverzone leidingen gaat aanleggen. Toch gebeurt dat.'

De kern van het rapport bestaat uit de beschrijving van 39 projecten, waarbij stadsecologische principes zijn gehanteerd. Woningen, buitenruimtes in buurten, wijken, parken, stadsranden en stedelijke beleidsplannen worden volgens een vast stramien beschreven, waarbij de doelstelling, de ervaringen en de financiële kant van het project worden belicht. Een literatuuropgave per project is eveneens opgenomen.

Speelmogelijkheden

Het gaat niet uitsluitend om succesverhalen. Neem het plan Gilles, dat in de Buitenhof te Delft is uitgevoerd. Hier is in 1968 begonnen met een experiment om tussen de woonblokken een natuurlijk en levendig landschap te creëren, dat voor kinderen meer speelmogelijkheden moet opleveren. Zo ontstond in de Haydnlaan een heuvelachtig landschap, twee ”vennetjes' en natuurlijk groen.

Het terrein sloot direkt aan op de woongebouwen, er hoefde geen weg overgestoken te worden, auto's werden aan de buitenrand van het woonblok geplaatst. De nadruk lag op spontane ontwikkeling van kruiden, waarbij de natuurlijke selectie haar kans kreeg. Bomen en struiken werden in een later stadium toegevoegd.

In een stedebouwkundig gezien identieke buurt werd de openbare ruimte traditioneel ingericht: een wigwam, speelhuisjes en rozenperken. Hier doorkruiste een weg het gebied. Het Instituut voor Preventieve Geneeskunde te Leiden onderzocht vervolgens het verschil in spelgedrag van kinderen uit de twee buurten.

Dit leverde de ”opzienbarende' conclusie op dat bij de traditioneel ingerichte openbare ruimte kinderen slechts onder begeleiding op het terrein speelden, vanwege de nabij gelegen weg en de geparkeerde auto's. Bij de alternatief ingerichte ruimte speelden de kinderen veel zelfstandiger, waarbij ze van het hele terrein gebruik maakten. Maar uiteindelijk verloederde dit onkruidenterrein door gebrek aan onderhoud, een gevolg van de gemeentelijke bezuinigingen.

Biezenvelden

Bij een nieuwbouwwijk in de gemeente Houten zijn biezenvelden aangelegd, die het riool- en regenwater zuiveren, wanneer de zuiveringsinstallatie na grote hoosbuien overbelast is. Erica Koning: ”Door middel van een dergelijk systeem wordt inzichtelijk gemaakt hoe een ecologisch systeem functioneert. Het is denkbaar dat het huishoudelijk afvalwater van de wijk een dergelijk systeem passeert, voordat het bij de zuiveringsinstallatie terecht komt. Wanneer er dan allerlei chemicalieën door de gootsteen verdwijnen, is het effect voor iedereen duidelijk, namelijk dat de planten doodgaan.'

Nog een stap verder is een project in Berlijn, waar het door riet gezuiverde ”grijze afvalwater' (van bad, wasbak en douche) opnieuw wordt gebruikt om het toilet door te spoelen.

Kritiek op de stadsecologische ideeën komt onder meer van architecten. Zij vrezen volgens Koning dat ecologisch bouwen hun creativiteit zal aantasten. ”Veel architecten gaan hierbij uit van de onjuiste veronderstelling dat ecologische woningen eenheidsworsten zijn, die allemaal op het zuiden gericht staan in verband met de stand van de zon. Een misvatting. Het gaat bij ecologisch bouwen in eerste instantie om een visie, waarbij de architect wordt uitgedaagd om bij het ontwerp rekening te houden met ecologische principes.'

Tekeningen: Twee ontwerpen van Aditi Kho. Boven een ”stads' stadspark. Onder een ecologisch park.