MACHTSMONOPOLIE VAN GALERIES TER DISCUSSIE OP SIERADENSYMPOSIUM; Een ring van pop, kitsch en ironie; “De galeriehouder ontleent zijn bestaan aan het onvermogen van de kunstenaar zich te verkopen”

Tentoonstelling "Sieraden'. T/m 17 mei. Centrum Beeldende Kunst, Trompsingel 27, Groningen. Di t/m vr 10-17u, za-zo 13-17u. Catalogus ƒ 17,50.

Mei volgend jaar wordt in Amsterdam de tentoonstelling "De Beurs in de Beurs' (van Berlage) gehouden, een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse stichting Dutch Form en de Engelse Crafts Council. Een internationale jury zal de deelnemers kiezen uit inzendingen van voornamelijk Nederlandse en Engelse ontwerpers. Dat maakte directeur Marjan Unger van Dutch Form zondag bekend op het door het Sandberg Instituut georganiseerd symposium "Tussen markt en sieraadontwerper' in het Groningse Centrum Beeldende Kunst. Daar ging de tentoonstelling "Sieraden' open, met werk van dertig ontwerpers uit diverse landen.

De beurs van volgend jaar heet een direct selling event, bleek uit de toespraak van Morris Latham van de Crafts Council, en uit dien hoofde organisator van de jaarlijkse Chelsea Crafts Fair. Hij hield de ontwerpers dikke wortels voor, bij voorbeeld dat er op de Crafts Fair vorig jaar voor 1,3 miljoen pond is verkocht. De inkopers van de Guggenheim museumwinkels alleen al namen daarvan 35 duizend pond voor hun rekening.

Toch zat Lathams gehoor ongemakkelijk op zijn stoel te schuiven. De ongegeneerd zakelijke aanpak van de Crafts Council lag vooral de ontwerpers merkbaar zwaar op de maag. De Nederlandse sieraadontwerpers hebben in het afgelopen decennium de crafts juist de rug toegekeerd en zich bij de beeldende kunst aangesloten. Bijgevolg maken de meesten unica die door hun prijzen bijna alleen gekocht worden door verzamelaars en instellingen. Lathams verzekering dat de verkoop op de Crafts Fair de ontwerpers juist in staat stelt zich aan hun experimentele werk te wijden, nam de vrees voor een commerciële macramé-sfeer hoogstens voor een deel weg.

Een soortgelijk wantrouwen van de ontwerpers tegen de galeriehouders sijpelde ook in de discussie door. Paul Derrez van Galerie Ra vond de toonzetting van de discussievragen zelfs zo negatief dat hij ze retour zond met de opmerking dat ze "simplificerend, polariserend en aanmatigend' waren. Anna Fraling uit Frankfurt, tot voor kort houder van de "enige echte sieradengalerie' in Duitsland, verklaarde dat er een fundamentele tegenstelling bestaat tussen het werk van de kunstenaar en dat van de galeriehouder. “Terwijl de kunstenaar de status quo bedreigt, maakt de kunstmarkt zijn werk ongevaarlijk terwille van de circulatie op de markt. Het werk van de galeriehouder is gebaseerd op het onvermogen van de kunstenaar zich te verkopen.”

Vooralsnog lijken de ontwerpers zelf nog niet bij machte om naast het galeriecircuit, andere kanalen aan te boren. Het verhaal van de jonge ontwerper die om zijn vrijheid te behouden, een eigen werkplaats-met-verkoop was begonnen, oogstte nauwelijks een reactie, laat staan bijval. Het zijn inderdaad dus de galeries die de dienst uitmaken. In haar discussiestuk voor het symposium constateert publiciste Ans van Berkum een gebrek aan kennis bij musea en culturele centra, “waardoor zij op de bij galeries aanwezige expertise gaan leunen”. De nieuwe voorzitter van de Vereniging Vrije Vormgevers, Peter S'anger, zei ook dat er “iets mis is als musea en kunstinstellingen geen contra-expertise kunnen bieden als tegenwicht voor het smaakmonopolie van de galeries”. Geen wonder dat telkens de vraag terugkeerde, in hoeverre de galeries het alleenvertoningsrecht van "hun' kunstenaars kunnen bedingen.

De opzet van de tentoonstelling "Sieraden' bevestigt die machtspositie: de dertig kunstenaars (van wie de helft Nederlanders) die hier exposeren, zijn uitgekozen door de vijf toonaangevende Nederlandse sieradengaleries. Dat zijn Ra en Louise Smit in Amsterdam, Trits in Delft, Ton Berends in Den Haag en Marzee in Nijmegen.

De opstelling, een ontwerp van de Groningse architect Fokko van der Veen, is prachtig: in een kolossale driekwart cirkel (ring?) van verroest metaal, een toegepaste variant op Richard Serra, zijn staande en liggende vitrines ingebouwd. Jammer dat de tekstborden zowel onleesbaar als onvolledig zijn: noch de leeftijden van de ontwerpers, noch de naam van de bijbehorende galerie worden vermeld. In de begeleidende catalogus, die helaas nog flets en onzorgvuldig is uitgevoerd, vindt Gerard Cyraat Lakke tussen de enorme verscheidenheid, een aantal overeenkomsten, bij voorbeeld een zekere mate van decoratieve kitscherigheid, een flinke dosis ironie en veel elementen die ontleend zijn aan de populaire cultuur. Minstens even opvallend is de scheiding der geesten tussen de gezellige knutselaars (Geoff Roberts, Petra Hartman, Engelien van den Dool, Marion Herbst) en - vooruit dan maar - de beeldende kunstenaars als Giampaolo Babetto, Gijs Bakker, Peggy Bannenberg, Daniel Kruger, Lucy Sarneel en Philip Sajet.

Het is dus een breed, actueel en internationaal scala dat nu in Groningen te zien is. Toch constateerde Marjan Unger in haar openingstoespraak enkele lacunes. Zo ontbreken de "vrije radikalen', die met sieraden uitspraken doen over thema's als religie en politiek. Wie - uiteraard - ook ontbraken, waren de jonge talenten die nog niet door de galeries worden vertegenwoordigd.