LATE MOEDERS

Julia C. Berryman: Postponing Parenthood. Newsletter Association for Child Psychology and Psychiatry, vol. 13, no. 3, 1991

Margarete Berger: Zur Tendenz der Konkretisierung des Anna Selbdritt Phantasmas bei späten Müttern und im Bereich der Reproduktionstechnologie. Zeitschrift für Psychosomatische Medizin und Psychoanalyse, vol. 36, Iss. 4, 1990

Joan Michelson & Sue Gee: Coming late to motherhood. The Borgo Press, 1984.

Nederlandse vrouwen blijken in Europa voorop te lopen in het uitstellen van hun moederschap. Ze zijn gemiddeld 27 jaar en zes maanden voor ze hun eerste kind krijgen. Deze verhoging, die de laatste twintig jaar heeft plaatsgevonden, komt ten dele op rekening van de goede geboorteregeling in ons land, waardoor jonge meisjes niet langer ongewild moeder hoeven te worden.

Voor het overige is het een effect van bewust uitstellen, dat zich vooral bij hoger opgeleide vrouwen voordoet. Bij de laatste telling bleek bijna de helft van hen op hun 33ste nog geen moeder te zijn. Van de laag opgeleide vrouwen bleek bijna veertig procent al een kind te hebben op hun 23ste.

Het late moederschap rukt dus op en ik ben verbaasd dat noch sociaalwetenschappelijk onderzoek, noch hulpverlening een nieuw thema hebben gevonden in de relatie tussen een late moeder en haar kind. (De jonge oudere moeder wordt overigens door artsen niet meer zoals vroeger als probleem gezien. Over een zwangere vrouw van 25 die zwaar rookt is men bezorgder.)

De informatie die ik nodig had voor een lezing bleek schaars. Een inventarisatie van onderzoek, klinische verslagen, gesprekken en interviews leverde het volgende heel globale beeld op.

Het eerste waarmee rekening gehouden moet worden is dat ook late moeders deel hebben aan het algemene opvoedingsklimaat van nu. Eventuele problemen met de kinderen kunnen dus eerder dáár iets mee te maken hebben dan met de leeftijd van de moeder.

Kenmerkend voor het huidige ouderschap is dat een kind bewust is verwekt en dus sterker een appel doet op verantwoordelijkheidsgevoel en in het kielzog daarvan op schuldgevoel. Men is vrij snel bang fouten te maken, onherstelbare schade aan te richten aan de kinderziel en daardoor geneigd ook de kleinste trauma's te willen vermijden. Al met al een overschatting van de opvoeding ten nadelen van de argeloze opvatting dat de meeste kinderen naar hun aard ook wel grootgroeien, zonder al die ouderlijke bereddering. Zelfs fasegebonden problemen worden opgevat als falen van de opvoeding. Protest bij eten, nachtmerries en terugval in onzindelijkheid worden door ouders vaak niet meer als normale bijverschijnselen van het ontwikkelingsproces gezien, maar als gevolgen van hun fouten.

Dit heeft geleid tot wat de "mythe van de perfecte moeder' wordt genoemd. Een moeder kan haar kind maken en breken en een perfecte moeder máákt het. In het algemeen zijn ontwikkelingspsychologen echter van mening dat als een vrouw een perfecte moeder wil zijn, zo'n groot deel van haar gevoel van eigenwaarde daarvan afhankelijk wordt, dat de relatie met haar kind zwaar wordt belast. Alles wat daar niet honderd procent soepel verloopt, betekent een ondermijning van haar zelfvertrouwen. Normale moeder-kindconflicten escaleren dan snel.

Mijn impressie, maar ook niet meer dan dat, is dat bij late moeders soms een versterking, een uitvergroting, is te zien van deze algemene opvoedingskenmerken. Er is ook een lichte neiging extra bezitterig te doen. Het "mijn' kind wordt met veel nadruk beleefd en uitgesproken, misschien omdat het vaak bij één kind zal blijven. Anderen worden behoorlijk gescreend of ze wel een goede invloed hebben op het kind, dat moeilijk uit handen wordt gegeven aan crècheleidster, oppas of arts. Er is sprake van enige psychische smetvrees.

Ik kwam vijf oorzaken van laat moederschap tegen. Praktisch. Ideologisch. Emotioneel. Medisch en Carrièregericht. Bij de laatste drie zijn enige specifieke kenmerken van de moeder-kindrelatie aan te wijzen, die nadere bestudering waard zouden zijn. Bij de eerste twee ben althans ik niets bijzonders tegen gekomen.

De praktische oorzaken zijn variaties op het thema "nog nooit eerder de goede man ontmoet'. De ideologische oorzaak betreft vrouwen die misschien wel eerder hadden gewild, maar die dat ongeëmancipeerd vonden staan. Er ging van sommige kringen veel dwang uit om af te zien van het moederschap, omdat men daarin het prototype meende te zien van de onderdrukte vrouw. Deze vrouwen kunnen tegen het einde van hun vruchtbare periode worden overvallen door de kinderwens, die met oerkracht door de emancipatoire barrière heenbreekt.

Bij de emotionele oorzaak wordt de bron onder meer gezocht in de verhouding die de moeder eertijds als kind met haar eigen moeder had. Meestal was zij enig kind van een dominerende moeder en was vader afwezig of slechts een zwakke bijfiguur in het gezin. Een nooit opgeheven symbiotische relatie waarin het dochtertje al moeders emotionele behoeften moest bevredigen. Dat wil zeggen dat in zekere zin de rollen waren omgekeerd. Niet de moeder speelde in op de behoeften van haar kind, maar het kind leerde door een subtiel spel van liefkozing en afwijzing door de moeder, zich zo te modelleren dat moeder haar kind als een narcistische uitbreiding van zichzelf kon ervaren.

Van zo'n moeder kan de dochter zich moeilijk losmaken. Zij kan zich niet als een volwassen persoonlijkheid ontwikkelen met een eigen vrouwelijke identiteit. Het verstoorde vaderbeeld leidt tot onvermogen tot enigerlei stabiele heteroseksuele relatie. Tegelijkertijd is er een buitengewoon sterk verlangen naar een kind dat haar net zo naar de ogen zal zien als zij vroeger haar moeder.

Het klinische beeld is te gecompliceerd om hier in weinig regels te beschrijven. De Duitse kinderpsychiater Margarete Berger heeft het echter een naam gegeven die wel beeldend is: de Drievoudige Anna, naar een schilderij van Michelangelo, waarop Maria zittend op de schoot van haar moeder Anna met haar kind Jezus speelt. Een drieëenheid zonder spoor van welke vader dan ook. Interessant is haar kritiek op het gebruik van de moderne medische techniek van kunstmatige bevruchting bij zulke vrouwen, omdat het een sluipweg biedt om inderdaad een manvrij en seksvrij kind te krijgen.

De vierde groep late moeders is na jarenlang tevergeefs proberen geheel van artsen afhankelijk. Hun kinderloosheid heeft een lichamelijk oorzaak. Aangezien met 35 de kans op zwangerschap nog maar de helft is van die in jongere jaren, moeten ook vrouwen die het krijgen van kinderen bewust hebben uitgesteld uiteindelijk relatief vaker een beroep doen op medische bijstand, op vruchtbaarheidsbehandelingen.

Als hieruit een kind ontstaat verwachten we blijheid bij ouders. Die zal er in de meeste gevallen ook zijn. Maar bij een enkeling kan de kinderwens in het jarenlang tevergeefs wachten proporties hebben aangenomen die niets meer met de realiteit te maken hadden. Het onvervulde verlangen werd het centrale levensthema, waaromheen alle belevingen en emoties waren gegroepeerd, en wat ook man en vrouw samenbond. Wordt het verlangen vervuld, dan kan een totale desoriëntatie volgen. Heel soms leidend tot afwijzing van het kind, soms tot echtscheiding en soms tot een algehele emotionele ontreddering waar men zelf niets van begrijpt.

Vruchtbaarheidsbehandelingen kunnen leiden tot risico's, zoals meerlingen, die te vroeg of met een te laag gewicht worden geboren. Zij vormen een zware belasting voor de couveuseafdelingen. Vaak moeten zulke baby's over diverse ziekenhuizen in het land worden verspreid, wat voor de moeder en vader een afschuwelijke start is van hun ouderschap, nog afgezien van mogelijke complicaties en handicaps.

En dan tot slot de carrièrevrouw. Soms zit in haar kinderwens een bepaald element van show. Zij wil laten zien dat ze heus ook heel vrouwelijk is, en doet dat met het toppunt van vrouwelijkheid, het moederschap. Een mooi symbool daarvan vond ik de moeder die in haar tekst voor haar voor zakelijk gebruik bedoelde telefoonbeantwoorder nadrukkelijk haar baby mee liet tateren. Daar zit iets van etaleren in: dat moederschap, dat kan ik ook. Soms zal dit motief ertoe leiden dat het kind weinig aandacht krijgt en door functie- of gedragsstoornissen aandacht gaat opeisen.

Voor de meeste carrièrevrouwen zal echter gelden dat ze uiteindelijk toch gewoon een kind willen. Voor hen is het meestal een hele overgang te merken dat met de baby ook de onvoorspelbaarheid in huis komt. Plannning van bezigheden, dagindeling en vaste afspraken, die tot levensstijl is geworden, is voorbij. De meeste vrouwen wennen hier wel aan, maar bij carrièrevrouwen lijkt relatief de kans het grootst op de negatieve invloed van de mythe van de perfecte moeder. De vrouw heeft capabel haar werk gedaan, verantwoordelijkheden gedragen en ook van dit kind wil ze een succes maken. Dit is niet iets opzettelijks, maar een vanzelfsprekende instelling. De verwarring kan dan ook groot zijn als deze instelling ten aanzien van het kind niet blijkt te werken. Dat kan leiden tot hevige machtsconflicten aan de eettafel en bij het bedje.

Het geheel overziend kan men op basis van deze schaarse gegevens de oudere jonge moeders niet zonder meer zien als een probleemgroep, maar wel als een gevarieerde en interessante groep voor nadere studie.

Dit was voorlopig mijn laatste bijdrage aan Wetenschap & Onderwijs. De komende maanden schrijf ik tijdelijk voor de Opiniepagina. In september hoop ik weer op deze plaats terug te komen.