Intifadah escaleert langzaam tot een gewapende opstand; "In Jenin schoten jongeren met scherp op een patrouille'

JERUZALEM, 2 APRIL. Enkele maanden voor het uitbreken van de intifadah in december 1987 begonnen de bulletins van een Palestijnse nieuwsorganisatie in Oost-Jeruzalem, het AMC, dagelijks langer te worden. Voor de aandachtige lezer was het duidelijk dat een grote Palestijnse woede-uitbarsting niet kon uitblijven. De toenmalige minister van defensie, Yitzhak Rabin, zou niet door uitbreken van de intifadah zijn verrast indien hij de moeite had genomen de openlijke Palestijnse berichtgeving over de ontwikkelingen in de Palestijnse gemeenschap te lezen en te interpreteren.

De laatste weken worden de verslagen van het AMC weer steeds langer, en valt eruit op te maken dat de intifadah langzaam maar zeker in de richting van een gewapende opstand escaleert. Regelmatig meldt het AMC dat Palestijnen schieten op Israelische militaire doelen. (De Palestijnen beschouwen alle Israeliërs in bezet gebied als militairen) “In Kalkilya werd met scherp geschoten (door Palestijnen) op het gebouw van het militaire bestuur in het centrum van de stad”, staat er in het AMC-bulletin van 29 maart. “In Jenin schoten gewapende jongeren met scherp op een militaire patrouille. Er volgde een vuurgevecht van tien minuten. Er vielen geen slachtoffers”, meldt het AMC diezelfde dag. “Vanmorgen werd een militaire patrouille in Ramallah vanuit een Arabische auto door jongeren onder vuur genomen”, bericht AMRC eveneens op 29 maart.

“Er broeit iets”, zegt één van de samenstellers van deze nieuwsbulletins. “De Palestijnen zijn zwaar gefrustreerd over het uitblijven van vooruitgang in het vredesproces. Zij verliezen hun hoop op een beter en menswaardig bestaan. In plaats van vrede zien ze meer Israelische nederzettingen verrijzen en worden ze geconfronteerd door steeds driester optredende gewapende joodse kolonisten”.

Met het wegebben van de Palestijnse hoop op vrede na de euforie van enkele maanden geleden smelt het prestige van de Palestijnse delegatie naar het vredesproces snel weg. “Zij staan onder zware druk van de Palestijnse activisten om het vredesoverleg af te breken en voor gewapend verzet te kiezen. De kleine gewapende Palestijnse strijdgroepen in Jenin, Nablus en Hebron geven de richting aan waarin de intifadah zich ontwikkelt. Zij zijn de helden van de Palestijnse bevolking”, zegt de Palestijnse journalist van het AMC.

Volgens hem is PLO-leider Yasser Arafat tegen de gewapende escalatie van de intifadah en heeft hij voldoende prestige om er een einde aan te maken. Israelische specialisten betwijfelen dit overigens. Zij zijn van mening dat Al-Fatah, de grootste groepering binnen de PLO, nauwelijks controle heeft over de gewapende Palestijnse strijdgroepen in de bezette gebieden. De Palestijnse journalist vraagt zich echter af “welke goede reden Arafat wel zou kunnen hebben om het gewapende verzet te stoppen. Wat wint hij er mee als de Palestijnen van Israel totaal niets krijgen? De nieuwe situatie wordt in ieder geval door het leiderschap van Al-Fatah in Amman bestudeerd”, zegt hij.

De ontwikkeling van de intifadah van een massale volksopstand, gekarakteriseerd door massa-demonstraties, naar wat de vormen van een guerrilla begint aan te nemen is paradoxaal genoeg het resultaat van de verhoogde Israelische militaire druk op de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden. Het Israelische leger is erin geslaagd met een uitgekiende uitputtingsoorlog de motivatie van de Palestijnen om massaal te demonstreren te breken. Het Palestijnse dodental, dat volgens Palestijnse bronnen sedert december 1987 tot 1042 is opgelopen, drukt zwaar op de Palestijnse gemeenschap. De Israelische legerwoordvoerder houdt het op 765 gedode Palestijnen.

De Israelische mensenrechtenorganisatie Betselem beschuldigde gisteren de binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet en het leger er opnieuw van jaarlijks vijfduizend gearresteerde Palestijnen tijdens en voor ondervraging te martelen. Op een persconferentie in Jeruzalem zeiden de samenstellers van het jongste rapport dat Betselem erin is geslaagd het systematisch martelen van gearresteerde Palestijnen in de publieke belangstelling te brengen, waardoor sprake is van enige verbetering in de houding van het leger jegens gevangenen. De Shin Bet, die zich aan iedere vorm van controle onttrekt, martelt door. Slaaponthouding, koude douches, slaag, vastbinden in de bananen-houding, eenzame opsluiting in piepkleine cellen worden in het gisteren gepubliceerde rapport als standaard-ondervragingsmethoden genoemd.

Het breken van de motivatie van de Palestijnen om massaal de straat op te gaan heeft het terrein geëffend voor de gewapende strijd door de hoogst gemotiveerde Palestijnen en tot individuele wraakacties. In de grote Palestijnse bevolkingscentra zoals Nablus, Jenin, Hebron en Gaza en in vluchtelingenkampen vormden zich Palestijnse strijdgroepen zoals de Zwarte Panters (Nablus) en de Rode Adelaar (Jenin) die eerst hun wil aan de Palestijnse bevolking oplegden alvorens de strijd met het Israelische bezettingsleger aan te binden.

De Zwarte Panters alleen hebben de afgelopen anderhalf jaar naar schatting meer dan 25 voornamelijk van collaboratie verdachte Palestijnen vermoord. Sedert de vredesconferentie in Madrid in november zijn 73 Palestijnen door Palestijnen gedood. Dit naar binnen gerichte Palestijnse geweld is een direct uitvloeisel van het door het Israelische opperbevel genomen besluit om de harde gewapende kern van het Palestijnse verzet uit te schakelen. De angst voor verraad is de belangrijkste drijfveer geworden van de bloedige inter-Palestijnse afrekeningen. Het valt buitenlandse waarnemers op dat er de laatste tijd sprake is van een opvallende toeneming van het aantal door het Palestijnse verzet geliquideerde Palestijnse vrouwen.

Israel heeft in de strijd tegen deze gewapende Palestijnse strijders elite-eenheden ingezet, die verkleed als Arabieren of in andere vermommingen meedogenloos jacht maken op “gezochte” en “gemaskerde” Palestijnen. Volgens een geschokte Westerse consul in Jeruzalem razen deze speciale Israelische eenheden nu ook in op VN-auto's lijkende voertuigen door vluchtelingenkampen en door stegen en straten in Palestijnse steden. Versoepelde schietinstructies drijft het aantal Palestijnse slachtoffers van deze Israelische eenheden op. Volgens de Palestijnse mensenrechtenorganisatie PHRIC zijn sedert het begin van het optreden van deze speciale Israelische eenheden tegen de honderd Palestijnen gedood. “Het zijn gewoon executies van gezochte Palestijnse jongeren”, zegt deze organisatie. Van 15 tot 22 maart maakt PHRIC melding van 6 gedode Palestijnen door dergelijke Israelische eenheden.

De Palestijnse leider Faisal Husseini heeft op 25 maart op een persconferentie in Jeruzalem uiteengezet dat Israel uit is op de “executie van activisten om botsingen met de Palestijnse bevolking te voorkomen. Dit elimineert de noodzaak om een grote troepenmacht in de bezette gebieden op de been te houden en is in feite de uitvoering van de doodstraf zonder enige vorm van proces.”