"Ik rijd al vanaf mijn veertiende. Een auto geeft je persoonlijke vrijheid'

"Het is hier 's morgens als de scholen beginnen één grote mierenhoop', vertelt Steven Kruit (16, 4 atheneum). Hij zelf zit met ruim duizend andere leerlingen op de Louise de Coligny scholengemeenschap. Maar even verderop staan nog drie scholen voor voortgezet onderwijs, met in totaal zo'n vijfduizend scholieren. Het merendeel komt op de fiets of de bromfiets.

Het viel Steven pas op hoe asociaal veel leerlingen zich in het verkeer gedragen toen hij een keer met de auto naar school werd gebracht. Geen mens die zich aan de verkeersregels houdt. Totale anarchie. Als voorzitter van de leerlingenraad stelde hij voor aktie te ondernemen, zodat de verkeersmentaliteit van zijn medescholieren zou veranderen.

"De leerlingenraad is een soort creatieve denktank', zegt Steven met de intonatie van een aanstormend manager. "We beperken ons niet tot het oplossen van conflicten tussen leerlingen en docenten.' Maar wil je leerlingen zo gek krijgen dat ze na schooltijd vrijwillig verkeerslessen gaan volgen, dan moet er iets aantrekkelijks tegenover staan. Waarom geen cursus die opleidt tot het theoretisch rijexamen, bedacht de denktank. Iedereen vanaf 16 jaar kan immers bij het CBR theorie doen, en het diploma blijft drie jaar geldig.

En het werkt. Er kwamen 27 leerlingen uit de hoogste HAVO- en atheneumklassen op de cursus "Scholieren en hun rijexamen' af. Ze krijgen 15 lessen voor ƒ 62,50, inclusief het theorieboek. Dat deze 27 leerlingen weinig invloed zullen hebben op de anarchistische mierenhoop, wil Steven graag toegeven. "Maar', zegt hij, "vaak is het wel zo dat als er van een groepje van vijf één iemand voor het stoplicht wacht, de anderen vanzelf volgen'.

Iedere vrijdag na het laatste uur zit er een klas vol ademloos naar rijschoolhouder Van de Bos te luisteren. Hij werd gekozen uit een vijftal rijscholen, die maar al te graag voor deze klus ingehuurd wilden worden. "De conrector had me ernstig gewaarschuwd', vertelt Van de Bos, "want de laatste uren op vrijdagmiddag staan bekend als de moeilijkste van de week. Voor veel docenten is het een ramp.' Hij merkt er persoonlijk weinig van. Ze luisteren geïnteresseerd en ze stormen niet het lokaal uit als de zoemer gaat, zoals de conrector had voorspeld.

Dat Van de Bos rijschoolhouder is vindt hij eigenlijk een "nare bijzaak', want vlak voordat het verzoek van de leerlingenraad van het Louise de Coligny kwam had hij al "uit puur ideële overwegingen' de Stichting Verkeerseducatie Randstad (SVER) opgericht. De veiligheid op de weg staat voor hem boven het geldelijk gewin, verzekert hij. Zijn rijschool hoeft hij er al helemaal niet mee te spekken. "Ik zie dagelijks veel ellende in het verkeer en ik weet wat het betekent, want ook in mijn eigen omgeving zijn er mensen het slachtoffer van geworden.'

Onder het motto: "zorg dat je uit de rolstoel blijft', heeft hij zijn gehoor de eerste les gedetailleerd verteld hoe de dagindeling van een rolstoelgebruiker eruit ziet. Dat maakte indruk.

Deze vrijdag - het is inmiddels al de negende les - gaat over het onderwerp "stoppen, stilstaan en parkeren'. Het taalgebruik is van een niveau waar geen gewone docent zich meer aan zou durven wagen: lichten worden "ontstoken' en de "brandstof van het voertuig' loopt bij een "neerwaartse tunnel' naar voren, zodat "het voertuig tot stilstand kan komen'. Maar de rijschoolhouder is een prima docent, vinden Raymond (18, 4 atheneum) en Rogier (17, 5 atheneum): "Er lopen er hier op school heel wat rond die het slechter doen'.

"Ik ben me meer bewust geworden van de gevaren', zegt Rogier, "en begrijp nu ook beter de achtergrond van sommige verkeersregels'. Hij stopt vaker voor het rode stoplicht, "omdat ik me nu beter realiseer dat automobilisten kunnen schrikken als je je niet aan de regels houdt'. Rogier wil voordat hij gaat studeren zijn rijbewijs gehaald hebben. Niet dat hij meteen een auto wil, hij krijgt dan toch een OV-jaarkaart, maar omdat een rijbewijs "gewoon handig is voor later'.

Voor Raymond (18, 4 atheneum) liggen de zaken wat anders. "Ik rijd al vanaf mijn veertiende', bekent hij. "Joyriding, maar wel op rustige momenten als er weinig verkeer is', voegt hij er geruststellend aan toe. Auto's hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem. "Een auto geeft je persoonlijke vrijheid.' Openbaar vervoer vindt hij een hopeloze zaak en de fiets is al niet beter. Het gemotoriseerde voertuig waarmee hij naar school komt, blijkt het midden te houden tussen een bromfiets en een motor. Helemaal duidelijk daarover is hij niet, netzomin als over het ongeluk dat hij heeft gehad.

Dat alcohol en verkeer elkaar slecht verdragen, daar heeft docent Van de Bos zijn cursisten inmiddels van weten te overtuigen. "Wat dat betreft heeft deze cursus meer invloed dan al die spotjes op de tv', meent Raymond, "die vallen toch nauwelijks op tussen al dat geweld'.

Is het eigenlijk wel van deze tijd om als leerlingenraad het autorijden zo te promoten: milieu, files, te veel blik in de steden? Steven vindt het geen probleem. "Hier zitten scholieren die toch al van plan zijn hun rijbewijs te halen. Vaak wordt het door ouders gezien als een onderdeel van de opvoeding. Leren autorijden hoort gewoon bij het volwassen worden.' Volgend jaar gaat hij zelf ook meedoen.