Het blijft verstoppertje spelen met de nieuwe politiewet

De reorganisatie van de politie, zo merkte de Rotterdamse burgemeester Peper onlangs treffend op tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer, “is een voorbeeld van hoe je verantwoordelijkheden zoek kunt maken”. Zorgelijk is vooral dat de nieuwe beheersvorm van de politie - een essentiële overheidstaak - verregaand wordt onttrokken aan directe democratische controle.

Er worden regionale politiekorpsen gevormd, maar we kennen geen direct gekozen regionaal bestuur. Bij herhaling is binnen en buiten de Tweede Kamer gewaarschuwd dat dit de achilleshiel is van het hele reorganisatieplan.

De reorganisatie is inmiddels al volop in beweging gezet, democratisch gat of niet. In de Tweede Kamer wordt wat gesputterd over de gevaren van een politiek van voldongen feiten, die vervolgens braaf worden geslikt. Maar het moment van de waarheid valt niet eindeloos uit te stellen. Eens moet er toch een nieuwe politiewet komen, de blauwdruk van de regionale structuur. En dan zal er toch iets op dat democratisch gat gevonden moeten zijn.

Nu is het dan zo ver en zijn de twee politieministers Hirsch Ballin (justitie) en Dales (binnenlandse zaken) gekomen met hun voorstel voor de nieuwe politiewet. Dit vormt echter slechts een bevestiging van het door Peper gesignaleerde verstoppertje spelen.

Korpsbeheerder wordt de burgemeester van de centrumgemeente. Deze legt periodiek verantwoording af tegenover een college van alle burgemeesters uit de regio plus de hoofdofficier van justitie. Dit gezelschap stelt ook beleidplan en begroting vast. Gekozen organen komen op zijn best slechts zijdelings aan bod, namelijk door het recht van een gemeenteraad zijn burgemeester te interpelleren over zijn optreden in het beheerscollege. Dit kan dan de "bovenburgemeester' aan de tand voelen, en via hem de korpschef - die dagelijkse de dienst uitmaakt.

Deze politiefunctionaris wordt de spil waar het regiokorps om draait, zonder dat hij rechtstreeks op het matje kan worden geroepen door een gekozen lichaam. Toch wijzen de ministers iedere kritiek op het verlies van democratisch gehalte in het nieuwe bestel - onlangs nog weer eens scherp verwoord door de Raad van State - categorisch van de hand. “Dit is het gevolg van het gekozen uitgangspunt, namelijk de organisatie van de politie op het niveau van de politieregio.” Hèt schoolvoorbeeld van een petitio principii, aannemen wat nu net nog bewezen moet worden.

De politie wordt (net als de brandweer) door menige gemeenteraad beschouwd als “het speelgoed van de burgemeester”, werd op de hoorzitting gezegd. Toch wringt de voorgestelde burgemeestersconstructie voor het beheer over de politie. Bijvoorbeeld met de accentuering van de gemeentelijke rol bij criminaliteitspreventie. Immers, de greep van de lokale democratie op het politie-apparaat zal minder worden, terwijl de politie een belangrijke rol dient te spelen in het lokale preventiebeleid. De gedachte van "bestuurlijke preventie' geldt juist als een paradepaardje van de moderne criminaliteitsbestrijding.

Nu heeft de Raad van State zijn volstrekt juiste kritiek zelf enigszins bedorven door een nogal gezocht alternatief voor te stellen: de Commissaris van de Koningin wordt als korpsbeheerder in het regiosysteem geparachuteerd en is dan verantwoording schuldig aan Provinciale Staten. Dit trekt de verantwoordelijkheden voor gezag en beheer helemaal uit elkaar, een recept voor monumentale moeilijkheden. Eerder ligt het in de rede juist wat meer aansluiting tussen beide elementen te zoeken. De Tweede Kamer heeft zich in een motie Stoffelen/Van der Heijden (de politiewoordvoerders van de coalitie) in 1990 ook uitgesproken voor het leggen van althans gedeeltelijke beheersbevoegdheden bij gemeenteraden.

Dit politiek signaal kan niet worden genegeerd. De politiewereld laat toch al een zorgelijke trend zien wanneer het er om gaat precieze verantwoordelijkheden vast te stellen. Men wil daar duidelijk niet aan. Zo vindt de projectmanager van het project-regiopolitie de ophef over het democratisch gehalte van het nieuwe bestel maar een "abstracte discussie'. De politieregio Amstelland is inmiddels opgericht bij convenant, een onderlinge afspraak dus. In zijn nota over wetgevingsbeleid zei minister Hirsch Ballin vorig jaar zelf nog dat er “onduidelijkheid bestaat over het rechtskarakter en de rechtmatigheid van convenanten”. Als dat zomaar kan, dringt de vraag zich op waarom er eigenlijk een nieuwe politiewet nodig is.

De kwalijke neveneffecten van het "netwerkdenken' dat in politiekring hoogtij viert, zijn intussen helemaal niet abstract. Het bestuursakkoord Amstelland staat niet op zichzelf. Ook de publiek-private samenwerking in de veiligheidszorg krijgt vorm door middel van convenanten en stichtingen met bijbehorende dubbelfuncties. Dezer dagen nog verrichtte staatssecretaris Kosto van justitie welgemoed de officiële aftrap van een dergelijk project op het industrieterrein van Vianen door een lijntje te leggen tussen een politie-auto en een wagen van een groot particulier beveiligingsbedrijf.

Naast de officiële driehoek burgemeesters-hoofdcommissaris-officier van justitie komt er een driehoek tussen politie-bedrijven en beveiligingsindustrie: een grijs gebied van taaktoedeling en verantwoordelijkheden. Om nog maar te zwijgen van allerlei nieuwe vormen van pseudopolitie, zoals de stadswachten en politiesurveillanten: “een onderlaag van minder opgeleide politieambtenaren”, zoals het onlangs in de Tweede Kamer werd genoemd. Minister Hirsch Ballin sprak liever van een "opstapfunctie'. Beide termen zal men tevergeefs in de politiewetgeving zoeken. Dat laatste geldt evenzeer voor de dubbelrol die politiechefs vervullen door hun bestuursfuncties in de nieuwe samenwerkingsconstructies. Dit onderstreept nog eens het gevaar dat zij in de regionale opzet helemaal hun eigen gang gaan.

In het Juristenblad schilderden de bestuurskundigen Rosenthal en Cachet precies een jaar geleden in niet mis te verstane termen waarop het nieuwe politiebestel dreigt uit te lopen: “isolement, afstandelijkheid, functionalisering, technocratisering, bureaucratisering, verzelfstandiging”. Dat zijn te veel waarschuwingen om ze stuk voor stuk buiten de orde te verklaren.