Het betere boenen

Je kunt van alles in het werk stellen om het contact met de WC-bril te vermijden, maar waarom zou je hem niet na ieder gebruik schoonmaken? Omdat je hem beter schoon kunt laten maken.

Het Nederlandse octrooi no. 258 van Walter Eichelkraut uit Berlijn (1912) betreft een "privaat met meerdere zittingen'. Wanneer de ene bril gebruiksklaar is, hangt de andere in een kast boven het closet te bakken in de warmte van een gasvlam. Wie het toilet betreedt en de bril niet vertrouwt, kan aan een zwengel draaien zodat er een keurig steriele, en waarschijnlijk ook lekker warme verse bril tevoorschijn komt. Boven de vlam neemt de vuile bril de plaats van de schone in.

ILL.1: De WC van Walter Eichelkraut

De bril uit 1915 van de Zwitser Karl Gasiorowski is van metaal en is opgenomen in een elektrische stroomkring. De aspirant-gebruiker werpt buiten de deur een muntje in de gleuf en op dat moment begint de installatie met voorgloeien. De bril wordt elektrisch verhit tot ruim 200 graden. Daar moet een immense stroomsterkte voor nodig zijn (als een metalen bril die temperatuur bereikt, hoe gaat het dan met de bedrading?), maar Gasiorowski was dr. en zal daar dus wel over hebben nagedacht.

Ill 2: Elektrisch verhitte bril van Karl Gasiorowski

De deur gaat tijdens het verhitten veiligheidshalve nog niet open. Voor het afkoelen dacht Gasiorowski aan een koelvloeistof die door een holte in de bril kan stromen, of aan natuurlijke afkoeling. Pas als de bril handwarm is, gaat de deur eindelijk open en kan de nood worden gelenigd. Hopelijk is er struikgewas in de buurt.

Meer gestroomlijnd en aangepast aan deze jachtige tijd is het voorstel van Antonius Klootwijk uit Oosterhesselen. Een cirkelvormige bril die kan ronddraaien en daarbij wordt schoongepoetst. Klootwijks octrooiaanvraag uit 1987 is rijkelijk vaag: de aandrijving kan elektrisch maar het hoeft niet, het desinfecteren kan met van alles, wat Klootwijk betreft zelfs met gammastraling. Deze bril kan niet meer omhoog, maar dat hoeft ook niet want als hij is bespetterd maakt hij gewoon een rondje.

ILL.3: De roterende bril van A. Klootwijk

De uitvinder is helaas spoorloos, dus van de lotgevallen van het idee weten we niets. Wel valt op dat alweer aids erbij wordt gehaald om het nut van een uitvinding aan te tonen. Ditmaal nota bene in de octrooiaanvraag. Schandelijke onzin natuurlijk, en het is vreemd dat een octrooigemachtigde daar aan meewerkt.

"U zoekt Karl Aue? Ik ben zijn moeder. Hij zit op het ogenblik in Joegoslavië. Is het voor zijn uitvindingen? Ja, ideeën heeft hij wel, maar hij voert ze niet uit.'

Wat Karl Aue verder ook doet, hij is kennelijk bereid er risico's voor te nemen. Een paar weken later neemt hij zelf de telefoon op. "Ik zit in de machinebouw, en ik had nog zaken te regelen in Joegoslavië. Ik ben er heelhuids uit gekomen, maar mijn auto heb ik da unten moeten laten. Zegt mijn moeder dat ik mijn ideeën niet uitvoer? Ze heeft gelijk. Ik ben een gebranntes Kind. Ik heb twee uitvindingen gedaan: een asbak voor in auto's, dat idee is gestolen. En een zelfreinigende WC. Daar had een firma een optie op genomen, maar die hebben me laten zitten. Nu doe ik het niet meer.'

Aues asbak mag wel even vermeld worden. Aue vindt dat bestuurders tijdens het rijden hun peuk niet moeten hoeven uitdrukken. Dat kost te veel aandacht. Zijn asbak heeft zodoende een mangel, van het soort waar oma vroeger de was mee uitwrong. De peuk moet je in de daarvoor bestemde opening schmeissen en door een druk op de knop wordt hij dan in één beweging uitgedrukt, geplet en in de asla gedeponeerd.

De WC van Aue is grof te kenschetsen als een toilet zonder bril en met twee deksels. Je zit op de kale pot. Dat is niet vies want het is een zelfreinigend ding. In het ene deksel zit een sproeikop voor iets desinfecterends, het tweede sluit over het eerste heen en blaast lucht ter droging.

Aue bouwt maar weer machines. "Ik ben een kleine man. Als je dan iets maakt dat je zelf niet kan vermarkten, dan heb je slechte kaarten.'

Zo is het. Je kunt veel beter een grote man zijn. Verspreid over tien Nederlandse steden staan op het ogenblik 24 Sanisettes. Dat zijn zuilvormige zelfsoppende publieke toiletten, afkomstig van het Franse concern JCDecaux. Aan het hoofd van dit imperium met een jaaromzet van 900 miljoen gulden staat de uitvinder en zakenman, inderdaad, J.C. Decaux. Hij is ook de uitvinder van de Sanisette. Op zijn naam staan tientallen octrooien, voornamelijk op het gebied van straatmeubilair. Bushaltes, wegwijzers, en dergelijke. En veel zelfreinigende WC's. Speciaal vermeldenswaard zijn een meervoudige WC met robot-schoonmaker en een andere die naar keuze van de gebruiker een normale stand inneemt à l'anglaise of een "franse' stand à la turque, dat wil zeggen verzonken in de grond. De schoonmaakstand is à la turque, maar dan op z'n kop. De borstel zit onder de vloer.

ILL.4: De Sanisette van JCDecaux

ILL.5A,B: Zelfreinigende WC van JCDecaux

Decaux vindt nog volop uit, maar heeft ook een honderdtal mensen werken op zijn ontwikkelafdeling. Uitvinden, met andere woorden, kun je ook laten doen. Uitvindingen die zo op naam van het bedrijf JCDecaux zijn gekomen, zijn bijvoorbeeld affichevitrines, verlichting, reclamezuilen, fietsensloten en -stallingen, een telefooncel, en een glasbak.

Decaux heeft een uitstekend commercieel instinct. Hij verhuurt een deel van het oppervlak van zijn straatmeubilair voor reclamedoeleinden. Zo werkt ook het van JCDecaux afstammende Nederlandse bedrijf Publex Straatmeubilair.

Met de Sanisettes gaat het iets anders, legt Publex-directeur voor Externe Betrekkingen mr. M.J. Bruna uit. "Gemeenten in Nederland hebben vaak tekorten, dus geen geld voor fraai stadsmeubilair. Wij plaatsen zelf die Sanisettes, en in ruil daarvoor krijgen we het recht om zogeheten Mupi's te plaatsen. (Mobilier Urbain pour Plans et Information, HB) Dat zijn vrijstaande vitrines waarin we aan één kant reclame maken en aan de andere kant gemeentelijke informatie plaatsen, bijvoorbeeld een plattegrond.' Een dergelijke voor-wat-hoort-wat constructie is een uitvinding op zich.

De Sanisette op het Vredenburg in Utrecht wil twee kwartjes. Na betaling gaat een schuifdeur open en wordt het interieur onthuld. De pot doet denken aan een vervormd urinoir. Een bril ontbreekt. De vloer is vochtig. Verder is er niets wat wijst op het zelfreinigend vermogen van het privaat. Of toch: de Sanisette is van binnen half zo groot als van buiten. De andere helft van de ruimte is kennelijk voor de techniek. En er is de dreigende mededeling "Octrooi' op de wand.

Een nieuwsgierige techneut zou graag even binnen blijven terwijl de schoonmaakprocedure wordt doorlopen. Niet om een douche te krijgen, maar om te zien hoe alles werkt. Helaas, dat gaat niet. Pas als het pand is verlaten en de deur is dichtgegaan is buiten gedurende 50 seconden gepuf en gesis te horen. Daarna is de Sanisette weer "VRIJ'.

De heer Bruna: "Pas als er geen gewicht meer op de vloer drukt, komt de apparatuur in werking. De pot klapt weg naar het technische gedeelte en daar wordt-ie onder druk gereinigd met water, desinfecterende middelen en lucht.' Bruna roemt het verwarmde zitoppervlak - vanwege de reinheid vindt hij een conventionele bril onnodig - en wijst op de verwarming en de ventilatie, waardoor dit automatische toilet "van Helsinki tot Lissabon' te gebruiken en in gebruik is. Er staan er 3500 in 12 Europese landen en er is tot nog toe naar schatting 15 miljoen keer iets in gedaan.

Het succes van Jean-Claude Decaux is dermate groot dat hij geen tijd heeft om een nederige representant van NRC Handelsblad te woord te staan. Gelukkig zit in Londen zijn zoon Jean-François, verantwoordelijk voor de zaken in Europa. Volgens het kantoor in Parijs spreekt hij tout á fait Engels, dus dat is makkelijk.

Aanvankelijk laat Decaux junior kortaf weten ook geen tijd te hebben voor een interview. Als blijkt dat het telefonisch kan en zelfs moet, omdat de interviewer ook geen tijd heeft voor flauwekul, ontdooit hij. Het geheim van zijn vader? Hard werken, creatief en flexibel zijn. "Hij is een self-made man. Hij begon op zijn achttiende, 35 jaar geleden. Zijn eerste uitvinding was een overdekte bushalte, een abri. Daarvoor deed hij in aanplakborden. Maar die werden verboden in het centrum van Parijs. Hij zag mensen zonder beschutting op de bus wachten en kreeg toen het idee van de combinatie van bushalte en adverteren.'

Jean-François heeft intussen ook een paar uitvindingen gedaan. Ze hebben te maken met hondepoep.

ILL.6: De hondepoepzuiger van Decaux junior

Eén is een mobiele strontzuiger, waar de bestuurder op rolschaatsen achteraan hobbelt. De ander is een gezamenlijk idee van vader en zoon Decaux. Het is een veegmotorfiets, waarmee de berijder drollen één voor één kan opvegen dan wel -zuigen. De poepveegfiets heet Caninette en is door Publex ook in Nederland geintroduceerd. Ze rijden rond in Amsterdam, Nijmegen en Dordrecht.

ILL.7: De Caninette van vader en zoon Decaux

"Er is een high number of dog shit in de stad,' zegt Decaux jr. "De uitwerpselen liggen op het trottoir, op zand, op gras, in speeltuinen, tussen geparkeerde auto's. Zelfs de trappen in Montmartre liggen altijd vol. Je moet snel en flexibel zijn om dat allemaal aan te kunnen. Met die stofzuiger gaat dat niet, met zo'n motorfiets wel. In Parijs hebben we er nu 140 rijden. Ze halen 3 1/2 ton per dag op. Het is niet moeilijk om er mensen voor te krijgen. In het begin kregen we Hells Angels-achtige types die wel lol wilden maken maar vergaten dat ze ook nog acht uur per dag geacht werden te werken. Nu hebben we een goed team, met jonge mensen die van hun hobby hun werk hebben gemaakt.'