Hele oppositie tegen euthanasie-voorstel

DEN HAAG, 2 APRIL. Alle oppositiepartijen in de Tweede Kamer wijzen de door het kabinet voorgestelde regeling voor euthanasie en hulp bij zelfdoding af. De kabinetsplannen worden gesteund door een Kamermeerderheid van CDA en PvdA.

Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer bij het debat over het in november gepresenteerde standpunt van het kabinet inzake euthanasie.

VVD, D66 en Groen Links verzetten zich tegen het onderbrengen in één regeling van levensbeëindiging op uitdrukkelijk verzoek (euthanasie) en actieve levensbeëindiging bij zogeheten wilsonbekwamen. De kleine christelijke partijen vinden elke vorm van euthanasie op grond van hun religieuze overtuiging ontoelaatbaar.

Minister Hirsch Ballin (justitie) en staatssecretaris Simons (volksgezondheid) hebben de Kamer voorgesteld de strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij zelfdoding te handhaven. Tegelijkertijd wordt aan medici die zich houden aan de zorgvuldigheidsvereisten zoals die zijn neergelegd in de bestaande meldingsprocedure, een redelijke garantie gegeven dat zij niet zullen worden vervolgd.

Het kabinetsstandpunt is een reactie op een onderzoek naar medische handelingen rond het levenseinde uitgevoerd onder voorzitterschap van procureur-generaal bij de Hoge Raad, mr. J. Remmelink. Hierbij werd niet alleen gekeken naar gevallen van levensbeëindiging op verzoek (“pure” euthanasie), maar ook naar pijnbestrijding die het overlijden van de patiënt versnelt, het staken van medisch zinloos handelen en actieve levensbeëindiging van patiënten die niet (meer) in staat waren hun wil kenbaar te maken, terwijl er volgens de commissie sprake was van “een onomkeerbaar elkaar beïnvloedend beginnend falen van vitale functies”.

In al die gevallen stelde de commissie-Remmelink dat hier sprake was van “normaal medisch handelen”.