Handel tussen Nederland en Duitsland groeit minder

DEN HAAG, 2 APRIL. De Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel verwacht dat de export naar Duitsland dit jaar minder onstuimig zal zijn dan in de voorbije jaren. Vorig jaar steeg de wederzijdse handel tussen Duitsland en Nederland met 7 procent naar 119 miljard D-mark, ofwel 134 miljard gulden.

De Bondsrepubliek blijft verreweg de grootste handelspartner voor ons land. Nederland leverde de Bondsrepubliek het afgelopen jaar goederen ter waarde van 63 miljard D-mark ofwel 30 procent van onze export. De Nederlandse goederen dekten hiermee 10 procent van de Duitse import.

De export vanuit Nederland naar Duitsland steeg met 12 procent. De Kamer van Koophandel schrijft dit vooral toe aan de extra toegenomen vraag vanuit de nieuwe deelstaten.

Nederland profiteerde echter duidelijk minder van de flink toegenomen Duitse importbehoefte dan een aantal andere EG-landen, de VS en Japan. Zo steeg de export van Denemarken naar Duitsland met 21 procent, die van Frankrijk en Japan met ruim 20 procent en die van de VS met 16,2 procent. Het gemiddelde van de EG-landen bedroeg 16,5 procent.

De cijfers van de Kamer van Koophandel wijzen er dus op dat Nederland terrein verliest op zijn belangrijkste exportmarkt. “Het blijft natuurlijk afwachten of het hierbij slechts gaat om een incidentele uitzondering of om een meer structurele achterstand. In ieder geval was Nederland na Frankrijk en Italië in 1991 de op twee na belangrijkste leverancier van Duitsland,” aldus de Kamer.

De wat genoemd wordt krachtige expansie van de Nederlandse export naar de Bondsrepubliek omvatte alle categorieën, behalve de chemie en de besismetaalsector. Voor dit jaar zijn de verwachtingen van de Nederlandse export naar Duitsland wat getemperd. De extra vraag uit de nieuwe deelstaten zal minder sterk zijn en de Duitse economie staat er wat minder goed voor door de forse looneisen en belastingperikelen.