"Godfathers' bundelen uitzendbureaus

ROTTERDAM, 2 APRIL. De Nederlandse uitzendwereld is te klein gebleken voor de twee "godfathers' ervan, drs. F.J.D. Goldschmeding en E.L. de Vries. Goldschmeding zal het nog prille imperium van zijn concurrent De Vries, Flex Holding, inlijven.

Flex is met 600 miljoen omzet en 700 medewerkers vrij onbekend in het Nederlandse uitzendwezen, maar De Vries is al sinds de jaren zeventig de enige persóónlijkheid die in de branche wedijvert met Goldschmeding.

In de jaren zestig begon student Frits Goldschmeding zijn opmars in het uitzendwezen. Hij schreef een scriptie over de toekomst van het uitzendwezen en besloot zelf in Amstelveen zijn doctoraalepistel in praktijk te brengen. “Er was maar één concurrent: ASB”, aldus Goldschmeding. “ASB stelde toen niets voor. Alleen wanneer de eigenaar er zin in had, deed hij zijn kantoor in Den Haag 's ochtends open.” De ASB-eigenaar deed één slimme zet: hij haalde De Vries binnen.

In de jaren zeventig en tachtig ontstond een nek-aan-nek-race tussen eigenaar-directeur Goldschmeding en werknemer-directeur De Vries. ASB kwam in die jaren onder de vleugels van Vendex en als paladijn van prof.dr. A.C.R. Dreesmann kreeg De Vries alle ruimte voor expansie. ASB kocht Dactylo en Vedior, Randstad antwoordde met de overneming van Tempoteam. Randstad zocht diversificatie in de schoonmaak, De Vries had zijn "Hodon'-schoonmaakbedrijf. Zocht De Vries zijn heil in het buitenland met het Belgische Gregg, dan opende Goldschmeding ook kantoren in het Belgische. Samen beheersten De Vries en Goldschmeding meer dan de helft van de uitzendbranche in Nederland. De Vries een ruime twintig procent, Goldschmeding een ruime dertig.

In 1989 werd echter een kardinaal verschil tussen de twee manifest. Als werknemer had de Vries minder mogelijkheden. Toen Dreesmann opstapte, verloor Vendex zijn interesse in de uitzendbranche. De Vries stapte op om zelf de Europese droom te verwezenlijken. Met Britse financiers als Warburg en Electra kocht hij een Europees netwerk aan uitzendbureaus. Het leek aanvankelijk voorspoedig te gaan: hij bouwde een net van 200 kantoren op.

Waarom de droom van De Vries niet is uitgekomen, wil hij niet zeggen. De indruk bestaat dat de ontwikkeling in het buitenland minder snel verloopt dan gedacht. Wetgeving in Duitsland rijdt bijvoorbeeld zowel Randstad als Flex steeds in de wielen.

Nu komt het nog onvolgroeide kind van De Vries, Flex Holding, in handen van het stug doorgroeiende Randstad. Goldschmeding heeft eigenlijk alleen luxe problemen: Randstad heeft een overwinst waarmee het niet goed weg weet. Goldschmeding is groot geworden door autonome groei en zit met een "overvalkas' van 140 miljoen gulden.

Tweede probleem is persoonlijk. Goldschmeding is oprichter-grootaandeelhouder en enig directeur van Randstad. Niets wijst erop dat Goldschmeding de huidige organisatie boven het hoofd groeit, maar aan de andere kant kan met het oog op continuïteit een tweede directeur geen kwaad. Probleem is alleen: wie? Goldschmeding weet alles van uitzenden - het woord "arbeidsmarkt' en de gesprekspartner is pas na uren weer in staat iets in te brengen. De diversificatie in de schoonmaak heeft ook geen directeur opgeleverd: Goldschmeding doet iedereen zelf voor hoe een kantoor schoongemaakt dient te worden. Een financieel directeur? Amro-bankiers weten inmiddels dat Goldschmeding ook op dat gebied zijn partij meeblaast: hij vertelde hen haarfijn wat zij niet goed gedaan hadden bij de introductie van "zijn' Randstad. De Vries zou met zijn acquisitiekennis wèl partij zijn voor Goldschmeding en kunnen voorkomen dat Randstad onfortuinlijk is met overnemingen. Bij Randstad wordt de kans dat de twee zwaargewichten elkaar verdragen klein geacht.