Exodus uit het oosten; De angst voor horden oosteuropeanen is volkomen ongegrond

Sinds het IJzeren Gordijn gevallen is, verwacht West-Europa een stroom migranten uit het Oosten. De schattingen lopen uiteen van enkele tot vele tientallen miljoenen Oosteuropeanen die afkomen op de vleespotten van het Westen.

Intussen groeit in Europa de angst voor vreemdelingen. Veel mensen voelen zich bedreigd door de stroom van migranten uit het Zuiden en het Oosten. Ze zijn bang dat die hun banen of huizen inpikken of van de sociale voorzieningen profiteren.

Volgens migratiedeskundigen zijn de voorwaarden voor massamigratie aanwezig. Maar komen de Oosteuropeanen ook werkelijk massaal naar het Westen? Hoeveel zullen het er zijn? Wat zijn de gevolgen voor de landen waar ze vandaan komen en voor de landen waar ze heen gaan? Hoe kan de migrantenstroom gereguleerd worden?

Van 5 tot en met 7 maart discussieerden ruim tweehonderd wetenschappers uit 25 landen over de Oost-West migratie op de conferentie "Massamigratie in Europa: de implicaties voor Oost en West'. Het International Institute for Applied Systems Analysis (IIASA), het Institute for Advanced Studies, beide uit Oostenrijk, en het Zweedse Institute for Future Studies hadden de conferentie georganiseerd in Wenen, de lokatie bij uitstek voor zo'n conferentie.

Oostenrijk is samen met Duitsland en Italië tot nog toe het meest direct geconfronteerd met migranten uit Oost-Europa. Italië kreeg vooral te maken met scheepsladingen vol wanhopige en hongerige Albanezen, Duitsland met voormalige Oostduitsers en etnische Duitsers uit Polen, de voormalige Sovjet-Unie en Roemenië, de zogenaamde Aussiedler. Zij trokken de afgelopen eeuwen oostwaarts, aangelokt door hoge premies en speciale voorechten. Nu beweegt de migrantenstroom zich in omgekeerde richting.

Oostenrijk is een geval apart. Het is een restant van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie waartoe tot in de Eerste Wereldoorlog ook Tsjechoslowakije, Hongarije, Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Transsylvanië, het Poolse Galicië en een deel van de Oekrane behoorden. Zonder migranten uit die streken waren Oostenrijk en Wenen niet geweest wat ze nu zijn. Talrijke afstammelingen van migranten bekleden thans hoge functies. Het Weense telefoonboek wemelt van de Oosteuropese namen. Volgens de Oostenrijker Michaël John van de Universiteit van Linz, die onderzoek deed naar massamigratie in het Habsburgse Rijk, leefde in 1848 95 % van "Oostenrijkers' in de streek waar ze geboren waren. In 1900 was dat gedaald tot 59%. Het aantal vreemdelingen steeg van 1,8 naar 10,5 miljoen.

Sinds het IJzeren Gordijn viel verdubbelde het aantal buitenlanders in Oostenrijk tot 600.000. Verhoudingsgewijs kreeg het land de grootste stroom Oosteuropeanen te verwerken. Eenderde is illegaal binnengekomen, ondanks het feit dat de grensbewaking is uitgebreid met militairen, die in 1991 ruim 100.000 mensen tegenhielden.

De Oostenrijkers zijn volgens John bang voor de migrantenstroom uit het Oosten. "Dat bleek bijvoorbeeld vorig jaar nog uit een volksstemming, waarin een eventuele wereldtentoonstelling in 1995 werd afgewezen. Voor de bouwwerken zouden 50.000 tot 100.000 extra bouwvakkers nodig zijn. De mensen waren bang dat dat Turken en Oosteuropeanen zouden worden, omdat er onvoldoende Oostenrijkers beschikbaar zijn. Bovendien vreesden ze dat Wenen daardoor een soort hoofdstad van Centraal-Europa zou worden. Dat zou ook weer mensen aantrekken.'

Drie golven Russen

De geograaf Zoltan Dovenyi van de Hongaarse Academie voor Wetenschappen verwacht niet dat er veel Hongaren naar het Westen zullen emigreren: "Nu gaan er vooral hoogopgeleiden. Die zijn gewild in het buitenland en zij vertrekken graag omdat de lonen in het buitenland veel hoger zijn en de onderzoeksfaciliteiten veel beter. Vooral veel wiskundigen trekken naar Amerika. Ik denk wel dat er veel Russen zullen emigreren. De situatie daar is veel slechter dan in Hongarije. Vooral de voedselvoorziening zal een probleem worden. De overschakeling naar particuliere boerenbedrijven zal moeilijk zijn, omdat de Russen nooit zo'n systeem gekend hebben in tegenstelling tot andere Oosteuropese landen.'

Grazyna Chorazykiewicz van het Poolse Instituut voor Arbeid en Sociale Wetenschappen denkt er ook zo over: "Ik verwacht vooral een trek van Russen. Polen zullen vooral als tijdelijke arbeidskrachten naar het Westen gaan. De gaten die er nu vallen in de Poolse arbeidsmarkt worden door Russen opgevuld.'

Prof. Hans-Georg Heinrich van de Universiteit van Wenen doet samen met Prof. Jevgeni Grogorevitsj Androestjenko van de Universiteit van Moskou onderzoek naar de emigratiegeneigdheid van de bevolking van de voormalige Sovjet-Unie. Volgens Heinrich is die emigratiegeneigdheid groot. Voor de komende vijf jaar verwacht hij drie golven. De eerste golf omvat volgens hem criminelen, prostituées en militairen.

De uittocht van wetenschappers, die emplooi vonden in de wapenindustrie, is al begonnen en zal sterk stijgen als de wapenindustrie ontmanteld wordt. Het Westen heeft het gevaar ervan ingezien en probeert nu met vervangende werkgelegenheid te voorkomen dat zij naar landen als Irak en Libië verdwijnen.

Veel groter zal de stroom militairen worden als het aantal manschappen van het voormalige Rode Leger sterk gereduceerd wordt. Honderdduizenden soldaten keren terug uit de voormalige satellietstaten van de Sovjet-Unie. Huizen en banen zijn er voor hen niet als ze thuis komen. Hetzelfde geldt voor de Russische militairen waarvoor geen plaats is in de legers van de nieuwe staten die op etnische basis opgezet worden. Heinrich en Andriushchenko verwachten dat zo'n tien procent van deze militairen vanwege hun hoge mobiliteit en het ontbreken van banen en huizen zal emigreren.

Een tweede golf bestaat volgens Heinrich uit "gewone migranten'. Zo'n dertig procent van de jongeren zal het land voor kortere of langere tijd verlaten. Vooral omdat ze nieuwsgierig zijn en zin hebben om te reizen, maar velen zullen ook werk zoeken in het Westen. Ook verwachten Heinrich en Androesjenko dat veel arbeiders die eerder naar Siberische mijnen en industriecomplexen trokken, zullen emigreren. Heinrich: "Het zijn ideale migranten: mobiel, jong, man en ongehuwd.'

Een laatste categorie zijn de vluchtelingen. Dat zijn er op dit moment in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten al een miljoen. In het slechtste geval worden dat er 25 miljoen, want zoveel Russen wonen er in niet-Russische republieken. De Russen die naar Rusland zijn teruggekeerd verkeren in weinig rooskleurige omstandigheden. Ruim een derde heeft geen eigen woonruimte, de meesten verrichten niet-passende arbeid of zijn werkloos. Bijna al deze vluchtelingen komen uit steden, maar ze mogen zich niet vestigen in de grote Russische steden. Ze moeten op het platteland gaan wonen.

Hoeveel Russen uiteindelijk echt naar het Westen willen, weten Heinrich en Androesjenko niet. "Afhankelijk van de economische en politieke ontwikkelingen zullen dat er enkele honderdduizenden tot vele miljoenen zijn', aldus Heinrich. Hun favoriete bestemmingen zijn de Verenigde Staten, Duitsland en Oostenrijk.

Manipulatie met getallen

Helena Boebnova, een Russin die onderzoek doet naar migratie binnen het GOS, betitelt de sex- en misdaadmigratie van Heinrich als "lariekoek'. Ze maakt er zich erg kwaad over. Verhalen over massale migratie van Russen vindt ze schromelijk overdreven. "Behalve wanneer er rampen gebeuren zoals een burgeroorlog of een ongeluk met een kerncentrale. De Russen zijn gewend in slechte omstandigheden te leven. Ze zijn nogal honkvast en zeer geduldig. Ze leren niet zo snel andere talen. Veel Russen in niet-Russische republieken leven op dit moment in erg slechte omstandigheden, maar ze blijven. Een uitzondering zijn de vijf miljoen arbeiders in Siberië en de miljoen mensen die gewerkt hebben in landen als Cuba, Mongolië en Afghanistan. Militaire adviseurs zouden naar landen kunnen gaan die vroeger veel Russische wapens gekocht hebben en ze zelf niet goed kunnen bedienen en onderhouden. Vooral hoogopgeleide Russen zullen emigreren. De gewone Rus blijft, hij is te immobiel.'

De verzamelde wetenschappers kunnen geen harde cijfers noemen. Conferentie-organisator prof. Sture Öberg van het IIASA houdt het op een educated guess van een half miljoen per jaar voor de komende twee decennia, ervan uitgaande dat de landen in West-Europa een strenge immigratiepolitiek gaan voeren. Die half miljoen Oosteuropeanen komen bovenop de half miljoen migranten uit de Derde Wereld. "Een miljoen immigranten is niet echt veel", aldus Öberg. "Het is een kwart procent van de bevolking van West-Europa. Als West-Europa in verhouding evenveel migranten zou opnemen als Canada en Australië, zouden we uitkomen op bijna vier miljoen.'

Volgens de Nederlander prof.dr. Han Entzinger, die in 1989 voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport Allochtonenbeleid schreef, "worden we allemaal gemanipuleerd door getallen.' De Russen hebben getallen van twintig tot dertig miljoen genoemd. Dat verhoogt hun kans op Westerse hulp. De Franse minister van Binnenlandse Zaken Joxe voorspelde vorig jaar een stroom van zeven tot vijftien miljoen Oosteuropeanen tot het einde van deze eeuw om mensen mee te krijgen voor zijn beleid.

Brede rug van Duitsland

Geen land in Europa zal onberoerd blijven door migratie uit het Oosten, maar in de frontlinie ligt Nederland volgens Entzinger in ieder geval niet: "Als er een stroom Oosteuropeanen komt, zal maar een klein daarvan naar Nederland komen. We kunnen ons veilig verschuilen achter de brede rug van Duitsland.'

Nederland heeft lang geaarzeld bij het opheffen van de visumplicht voor Polen, Tsjecho-Slowakije en Hongarije. Toen deze visumplicht werd opgeheven, bleef een toestroom uit. Wel bleef de visumplicht gehandhaafd voor Roemenië en Bulgarije.

Al die onderzoeken naar emigratiegeneigdheid moet je volgens Entzinger ook met de nodige scepsis bekijken. Er is volgens hem een groot verschil tussen zeggen dat je wilt emigreren en het ook werkelijk doen. "Wij hebben de emigratiegeneigdheid eens onderzocht van bosnegers die in vluchtelingenkampen in Frans-Guyana zaten. Negentig procent wilde naar Nederland. Ruim driekwart wilde in Nederland wonen, maar slechts twee procent had concrete plannen.'

Minister Ritzen, die zich vroeger met economische aspecten van bevolkingsontwikkelingen bezighield, vond op de conferentie dat voorspellingen als die van Joxe self defeating prophecies behoren te worden. De trek is volgens hem in het nadeel zowel herkomst- als bestemmingslanden. Hij maakt zich vooral zorgen over het wegtrekken van academici, de zogenaamde brain drain. Ruim 8000 Poolse academici hebben in de jaren tachtig hun land verlaten. Vorig jaar werkten 15% van de Hongaarse academici in het buitenland. Het wegtrekken van hoogopgeleiden maakt de economische ontwikkeling van de voormalige Oostbloklanden extra moeilijk omdat er veel kennis wegvloeit. Ritzen vindt dan ook dat er alles aan gedaan moet worden om die trek te stoppen. Aan Moskou heeft hij al hulp toegezegd om wetenschappers daar te houden.

Voordelen

Toch zien sommigen ook voordelen in de komst van grote aantallen Oosteuropeanen. Demografische problemen als ontgroening, vergrijzing en daling van het bevolkingsaantal zouden ermee verminderd kunnen worden. Prof. Max Wingen van het Duitse Bundesministerium für Familie und Senioren is zo iemand die positieve kanten ziet. Hij voorziet in zijn land een drastische afname van het aantal jongeren en in de nabije toekomst een tekort aan arbeidskrachten. De Duitse bevolking zal tussen nu en 2030 dalen van 74 naar 60 miljoen mensen, terwijl het aantal 60-plussers stijgt van 20 naar 30 procent. De demografische last, de verhouding tussen economisch actieven en economisch inactieven, stijgt. Het aantal arbeidskrachten zou volgens zeer recente berekeningen van het Institut der Deutschen Wirtschaft op peil gehouden worden door dertig jaar lang jaarlijks 300.000 migranten toe te laten. Voor de korte termijn hebben ze bovendien een positief effect op de sociale zekerheid. Ze betalen namelijk meer premies dan ze aan uitkeringen ontvangen.

De Duitse econoom Ralf Ulrich van de Universiteit van Paderborn rekende uit hoeveel. Buitenlanders blijken in Duitsland gemiddeld 6.550 DM aan premies en 7.129 DM aan belasting te betalen tegenover Duitsers gemiddeld respectievelijk 4.249 DM en 8.050 DM. Aan werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, kinderbijslag en andere sociale uitkeringen ontvangen de Duitsers gemiddeld 7.475 DM en de buitenlanders gemiddeld maar 3.683 DM. Het grote verschil zit hem in de pensioenen. Dit positieve effect verdwijnt in de loop der jaren als de buitenlanders blijven en in de pensioengerechtigde leeftijd komen.

Ook de Nederlandse demograaf dr. Ad Vossen van de Katholieke Universiteit Brabant is na uitspraken van Nederlandse politici dat vergrijzing en ontgroening gecompenseerd zouden kunnen worden met immigratie, aan het rekenen geslagen. Ontgroening en vergrijzing wordt enerzijds veroorzaakt doordat mensen ouder worden en anderzijds door de dalende geboortecijfers. De vruchtbaarheid in Nederland ligt momenteel met 1.62 ver beneden het vervangingsniveau van 2.1 kind per vrouw. Jonge immigranten die gemiddeld meer kinderen krijgen dan Nederlanders zouden tegenwicht kunnen bieden.

Hoge prijs

Vossen komt tot de conclusie een stationaire bevolking (een bevolking die qua aantal en leeftijdsopbouw hetzelfde blijft) uiteindelijk bereikt kan worden door een hoge immigratie. Alleen duurt het erg lang en leidt het tot grote bevolking. Dat vindt hij een hoge prijs voor een dichtbevolkt land als Nederland. Bovendien zou het percentage allochtonen groeien van 4,2 procent in 1990 tot meer dan de helft aan het eind van de volgende eeuw. Vermindering van de demografische last kan volgens hem veel eenvoudiger bereikt worden door het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad van vrouwen, die in Nederland nog altijd erg laag is.

Ook de Amerikaan Dennis Ahlberg van de Universiteit van Minnesota kwam tot erg hoge aantallen immigranten om de vergrijzing en ontgroening te compenseren. De immigratie in de Verenigde Staten zou moeten groeien van 800.000 in 1987 naar 2 miljoen in 2020 en 10 miljoen in 2080. Voor het oplossen van demografische problemen in het Westen biedt massale immigratie dus weinig mogelijkheden.

Racisme

Door de grote welvaartsverschillen en de relatief korte afstand tussen Oost en West is er een groot migratiepotentieel. Voorwaarden voor massale migratie zijn aanwezig volgens de meeste migratiedeskundigen. Maar of dat potentieel zich ook in beweging zet is afhankelijk van de mate waarin de economische omschakeling succesvol is. Het Westen zal daarbij veel hulp moeten bieden, maar vooral ook zijn markten moeten openstellen voor Oosteuropese produkten. Als de overschakeling lukt en niet te lang duurt, zal massale migratie uitblijven. De mensen zijn bereid tot ontberingen, maar die moeten niet te lang duren; ze moeten vertrouwen in de toekomst krijgen.

Daarnaast is regulering van de stroom nodig. "Als regulering uitblijft, leidt dat tot chaos', aldus prof. Tomas Hammar van het Zweedse Centre for Research in International Migration and Ethnic Relations. "Maar een perfect, waterdicht systeem kost veel meer dan Europese democratische verzorgingsstaten kunnen opbrengen. Nooit zullen alle gaten gedicht kunnen worden. Ook als de grenzen veel strenger bewaakt worden, er militaire en paramilitaire troepen worden ingezet die geweld mogen gebruiken en er als het ware een nieuwe muur rondom het Fort Europa wordt gebouwd, zal de illegale immigratie doorgaan. Ook de controle binnen landen zou verscherpt moeten worden met alle kosten en nadelen voor een vrije democratische samenleving vandien. Een systeem van contractarbeid zoals de Golfstaten dat kennen is in strijd met de principes van de sociale welvaartsstaat. Een groot nadeel van strenge regulering is bovendien dat het racisme en vreemdelingenhaat aanwakkert, omdat afwijzende houding ten opzichte van vreemdelingen die al bestaat, erdoor gelegitimeerd wordt. Hun aanwezigheid kan gemakkelijk worden opgevat als het resultaat van eerdergemaakte fouten. Politici en opinion leaders moeten duidelijk maken dat regulering niet betekent dat eerder geaccepteerde immigranten niet welkom zijn. Regulering moet hand in hand gaan met een integratiebeleid. Als regulering leidt tot racisme belemmert dat de integratie.'

Overigens verwachten veel deskundigen dat Oosteuropese immigranten gemakkelijker integreren dan immigranten uit de Derde Wereld. Met andere Europeanen delen ze een gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur. Bovendien zien ze er uiterlijk niet anders uit.