Eritrese vrouw positief over besnijdenis

DEN HAAG, 2 APRIL. Tegenstanders noemen het kindermishandeling. Voorstanders zeggen dat ze er juist meer mens door worden: de discussie over vrouwenbesnijdenis speelt zich niet langer ver van ons bed af maar is door de komst van Somalische en Eritrese asielzoeksters ook in Nederland actueel geworden.

Uit het vandaag gepubliceerde onderzoeksrapport " 's Lands wijs, 's lands eer?' van het ministerie van WVC blijkt dat het merendeel van de 1500 Somalische en Eritrese vrouwen die in Nederland verblijven, is besneden en dit als een positieve zaak ervaart. Sociale dwang en grotere kansen op de huwelijksmarkt zijn de belangrijkste redenen waarom veel Somalische mannen en vrouwen de traditie van vrouwenbesnijdenis ook in Nederland willen voortzetten.

Een deel van de ondervraagde vrouwen is vastbesloten hun dochters te laten besnijden, desnoods in het buitenland om aldus het Nederlandse verbod op vrouwenbesnijdenis te omzeilen. Een minderheid van de ondervraagde vrouwen wil de traditie niet in ere houden. Hoogstens zou voor een niet-verminkende vorm van besnijdenis moeten worden gekozen.

Er bestaan drie vormen van vrouwenbesnijdenis. Vaak wordt volstaan met een snede in de voorhuid van de clitoris. Bij de tweede vorm wordt de clitoris weggesneden (clitoredectomie) - wat vooral voorkomt in de landen in de Sahara. De derde vorm wordt infibulatie genoemd: bij die ingreep worden de clitoris en de kleine schaamlippen weggesneden waarna de grote schaamlippen aan elkaar worden gehecht om een minimale opening te houden voor het doorlaten van urine en menstruatiebloed. Deze ingreep wordt uitgevoerd in ondermeer Somalië, het noordelijk deel van Soedan en in kleine gebieden in Mali en Nigeria. De gemiddelde leeftijd waarop meisjes in Somalië worden besneden is 7,5 jaar.

De onderzoeksters van het centrum gezondheidszorg vluchtelingen van het ministerie van WVC hebben ook een enquête gehouden onder de Nederlandse gynaecologen. Zij blijken vaak te worden benaderd om de vernauwde vaginale opening die het gevolg is van infibulatie, zodanig te vergroten dat geslachtsverkeer en bevalling kunnen plaats hebben.

Voor zover bekend zijn in Nederland door medici geen vrouwenbesnijdenissen uitgevoerd. Ook zijn geen gevallen bekend waarbij na de bevalling refibulatie plaats heeft, zoals soms in Somalië gebeurt. De Meppelse gynaecoloog M.M.J. Reyners die zich als lid van de werkgroep Consultancy for Maternal Health and Family Planning nationaal en internationaal keert tegen vrouwenbesnijdenis zei daarover vorig jaar: “Ik zie de zin er niet van in om het te doen. Maar als, algemeen gesteld, een volwassen vrouw in vrijheid vraagt om het wegnemen van een orgaan om culturele of godsdienstige redenen, ben ik benieuwd welke consensus er zou ontstaan in een overleg van antropologen, sociologen, psychologen en gynaecologen”.