Eerherstel voor Eileen Gray

T/m 5 juli, di t/m zo 11.30 tot 18.30 uur. Design Museum, Butlers Wharf, Shad Thames, (metro: Tower Hill of London Bridge), Londen. Inl 071-403 6933.

T/m 5 juli, di t/m zo 11.30 tot 18.30 uur. Design Museum, Butlers Wharf, Shad Thames, Londen.

Jarenlang is de naam Eileen Gray (1878-1976) zoiets geweest als een geheime tip. Haar geribbelde Transat-stoel en haar ronde, glimmende bijzettafeltje trokken de aandacht, maar wie de kleine lettertjes naast de afbeelding las, zag dan tot zijn verbazing dat dit geen ontwerpen waren van Marcel Breuer of Le Corbusier, maar van Gray, een vrouw nota bene. Het stigma van de miskenning is tot op de dag van vandaag aan haar naam blijven kleven. Dat is niet helemaal terecht, want reeds een jaar na haar dood werden in het Victoria & Albert-Museum in Londen en het Museum of Modern Art te New York overzichtstentoonstellingen aan Grays werk gewijd.

Dit voorjaar is in het Design Museum in Londen een tentoonstelling over Eileen Gray te zien. Er staan oude prototypes van haar meubelontwerpen, maar ook voorbeelden die vandaag de dag nog - of weer - geproduceerd worden, zoals de spectaculaire bovenmaatse sofa met oranje kussens, en de Bibendum-stoel. Deze is genoemd naar het Michelinmannetje Bibendum dat, opgebouwd uit autobanden, duidelijk familiegelijkenis vertoont met de fauteuil. Misschien het mooiste meubelstuk op de tentoonstelling is eenkamerscherm van geperforeerd metaal in houten frames, alles glimmend oranje gelakt. Het licht gewelfde scherm paart strakheid van vorm aan een zekere lieflijkheid en is, hoewel duidelijk scheidend, tegelijk ook transparant: in het verzoenen van dat soort tegenstellingen ligt de kracht van deze ontwerpster.

Maar volgens de organisatoren van de tentoonstelling hebben Grays elegante meubelontwerpen veel te veel haar andere prestaties overschaduwd. Gray kreeg namelijk in de jaren twintig, zonder daarvoor te zijn opgeleid, de ambitie om ook als architecte te werken. Slechts twee huizen van haar zijn gebouwd, allebei villa's aan de Middellandse-zeekust. Grays bewondering voor de architecten van De Stijl (zo correspondeerde zij met Jan Wils, op diens initiatief overigens), is er duidelijk aan af te lezen. Het zijn oogverblindend witte, strakke, Le Corbusier-achtig moderne villa's.

Op de tentoonstelling zijn foto's te zien, en tekeningen van deze en andere, niet verwerkelijkte gebouwen. Ook is er bijvoorbeeld een maquette van een merkwaardig, uit enorme, elliptische stukken buis opgebouwd huisje voor twee beeldhouwers. Als het niet zo moeilijk was om je voor te stellen dat een strenge moderniste als Gray daartoe in staat zou zijn, zou je denken dat dit een grapje was.

De boodschap die van de tentoonstelling en de begeleidende teksten uitgaat, is een nieuwe variatie op het miskenningsthema. In een notedop luidt de teneur dat Eileen Gray, ontwerpster van fraaie meubels voor een trendgevoelige Parijse clientèle tussen 1910 en 1925, nu genoegzaam bekend is. Maar voor haar ware betekenis, namelijk die als architecte, heeft deze vrouwvijandige wereld geen oog. Vrouwen worden altijd in de hoek geduwd van de soft options zoals interieur- en tuinontwerpen. Gray kon het toch ook niet helpen dat zij geld genoeg had om niet erg hard aan een carrière als architecte te hoeven werken? Met verontwaardiging haalt een tekstschrijfster Peter Adam aan, schrijver van een recente monografie over Grays werk (Thames & Hudson, 1987). Hij waagt het, haar ontwerpen te karakteriseren met termen als speels, teder en geestig.

De ideeën in de hoofden van tentoonstellers zijn één ding, de tentoonstelling zelf is iets anders. Het werk van Gray, en vooral haar meubelontwerpen zijn nog steeds een genoegen om naar te kijken en - voor zover dat is toegestaan - op te zitten. Tegelijkertijd is het interessant om vast te stellen hoe werk als dit, nu al bijna een eeuw na de uitvinding van het modern design, er nog steeds in slaagt om tegelijk luxe en progressiviteit uit te stralen. Die combinatie kan kennelijk niet stuk.