Doffe sound bij Radio 1 en 5

Een proef met digitale satellietradio bewees dat de middengolfzenders ook in een goede kwaliteit bij de luisteraars kunnen komen

De schapen in het weitje bij het NOS-complex waren net een beetje aan die schotelantenne gewend, maar gisteren is hij weer weggehaald. De proef met de satellietuitzendingen van Radio 1 en Radio 5 is voorlopig ten einde. Een paar maanden hebben de luisteraars in Rotterdam en in het noorden van het land (Leeuwarden, Groningen, Assen, Emmen) deze zenders in heldere FM-kwaliteit kunnen ontvangen, vanaf gisteren was het weer de doffe middengolf-sound van vroeger.

Het was een actie van Hans Janssen, eindredacteur van het NOS-programma Scoop (elke maandag om 21.30 op Radio 5). Vorig jaar oktober werd zijn programma verbannen naar de 1008 kHz middengolf. Dat betekende dat veel van de nieuwigheden die in dit programma over techniek en wetenschap worden gepresenteerd maar nauwelijks tot de huiskamer konden doordringen. Toen nog in de FM-band werd uitgezonden baarde het programma (destijds Hobbyscoop geheten) opzien met leuke dingen als de stereotest - waarbij de luisteraars zelf de kwaliteit van hun stereo-ontvanger konden testen - en in 1982 de premiere van de eerste CD. Later werden onder luid gekraak computerprogramma's uitgezonden die de luisteraars op cassettebandjes konden opnemen. Maar dat was allemaal in het FM-tijdperk. Janssen: ""Laatst hadden we de primeur van de Sony digitale microcassette. We hebben hem wel even laten horen, maar van de geluidskwaliteit bleef op de middengolf natuurlijk niets over.''

De middengolf is druk bezet en elke zender heeft daar een frequentieband tot zijn beschikking die ongeveer 5.000 Hz breed is. Dat betekent dat tonen hoger dan 5.000 Hz genadeloos worden afgekapt. Zonde van de geavanceerde opname-apparatuur in de studio en de dure audio-racks in de huiskamer. Op de FM-band is de beschikbare bandbreedte veel groter en kunnen tonen tot 15.000 Hz worden uitgezonden, bovendien staat de zee van ruimte die daar nog is uitzendingen in stereo toe.

Janssen mobiliseerde zijn luisteraars. ""In een tijd dat de geluidskwaliteit van de compact disc tot norm is verheven,'' gaf hij te kennen, ""en elk zichzelf respecterend TV-programma stereo-geluid meelevert, is het werkelijk te gek dat twee van de vijf Hilversums programma's in Nederland alleen te horen zijn in vooroorlogse AM-kwaliteit.'' Dat vonden zijn luisteraars ook en ze bombardeerden hun kabelexploitanten met verzoeken om Radio 1 en 5 in FM-kwaliteit door te geven. Die exploitanten konden tot dan toe niet veel anders doen dan de Flevolandse middengolfzenders (747 en 1008 kHz) zo goed mogelijk uit de lucht te plukken, ze dan om te zetten naar een frequentie in de FM-band en ze vervolgens het kabelnet in te sturen. De kabelabonné kan dan op zijn FM-tuner radio 1 en 5 ontvangen, maar de kwaliteit blijft die van de middengolf. En in het noordoosten en het zuidwesten van het land is die nog slechter dan elders.

Janssen zorgde voor een alternatief. Met hulp van verschillende instanties en bedrijven werd een schotelantenne in het weitje gezet en wat ruimte op de Eutelsat-satelliet gereserveerd. Het studiogeluid van Radio 1 en 5 ging nu behalve naar de Flevo-zenders ook naar de schotelantenne. Wegens enige technische problemen werd gekozen voor mono.

De antenne straalde alle gesproken woord en muziek naar de satelliet, en die kaatste alles, gespreid over een ovaal waar Nederland binnen valt weer terug, ook naar de kabelexploitanten. Daarbij was alles digitaal gecodeerd, net als bij een CD het geval is. Dat maakte het mogelijk de informatie ruis- en storingsvrij door te geven. Zolang de mensen thuis nog geen digitale ontvangers hebben moet het signaal via de kabelexploitanten binnenkomen en in het kabelstation eerst weer tot een gewoon FM-signaal worden omgevormd.

Toch waren niet alle kabelexploitanten even enthousiast over de proefneming. G. de Bondt van Kabeltelevisie Amsterdam: ""Janssen heeft natuurlijk gelijk. De kwaliteit van radio 1 en 5 is veel te slecht. Maar wij vonden het satelliet-signaal niet goed genoeg om het door te geven aan onze abonnés. Er waren kraakjes en de s-klanken waren niet mooi.'' Een andere kijk op de zaak heeft J. Koops, hoofd Technische Dienst van Kabeltelevisie Leeuwarden. ""Wij zijn wel tevreden, en onze abonnés ook. Misschien is het systeem nog niet perfect, maar het is in ieder geval stukken beter dan de middengolf.'' Ook de abonnés van de kabeltelevisie in Groningen waren enthousiast, vertelt J. Veenstra van het Energiebedrijf voor Groningen en Drente. ""En om verschillende redenen. Er waren bijvoorbeeld mensen die blij waren dat ze op de zondagavond eindelijk weer eens naar storingsvrije gewijde muziek konden luisteren.''

Wat zijn nu de vooruitzichten? Janssen: ""Misschien dat we voor het eind van deze eeuw nog de introductie van DAB meemaken, van Digital Audio Broadcasting, dat is een nieuw digitaal omroep-systeem. Er wordt al aan gewerkt en het is vooral van belang voor mobiele ontvangst, voor autoradio's bijvoorbeeld.

""Maar voor het zover is zie ik drie mogelijkheden. Ten eerste zou je met Digitale Satelliet Radio door kunnen gaan. Een tweede mogelijkheid is gebruik te maken van restcapaciteit in het PTT-net. Je kunt de radioprogramma's ook met glasvezelkabels van de studio's naar de kabelexploitanten brengen. Dat gebeurt in feite al bij de BBC; de Engelse TV-signalen worden bij Knokke opgevangen en met PTT-kabels naar de kabelexploitanten gestuurd. Dat kan natuurlijk ook met radio.

""De derde mogelijkheid is dat alles zo blijft als het is. Eén troost is er: naar alle waarschijnlijkheid komt er medio '93 een FM-zender voor Radio 1, de nieuws- en informatiezender. Dat wordt wel hoog tijd, want dan pas kun je het Radio Data Systeem (met onder andere een verkeersinformatiedienst die zich automatisch tot de bestuurder richt - WO) introduceren op de zender die daarvoor bedoeld is. Maar voor Radio 5 komt in deze variant nog geen oplossing.''

Dat de verdwijning van de schotel in het schapenweitje ook het einde van een heldere Radio 1 en 5 betekent staat overigens nog lang niet vast. De kabeltelevisie-exploitanten hebben de smaak te pakken gekregen. Ze zijn er bovendien van overtuigd dat voor hen de toekomst ligt in de Digitale Satelliet Radio. Als we de handen in elkaar slaan, als we de beschikking kunnen krijgen over het studiogeluid en als de juridische obstakels zijn opgeruimd, zouden we bijvoorbeeld met zijn allen een opstraalstation en een plaatsje op een satelliet kunnen huren - zo speculeert men in de kabelwereld.

En als de digitale tuners op de markt komen (Philips en Grundig hebben al een paar modellen klaar staan) heeft de audiofiel er ook weer een speeltje bij.