De Baan geeft "Spelers' de cadans van een muziekstuk

Voorstelling: Spelers van Ger Thijs door het RO Theater. Decor en kostuums: André Joosten; regie: Peter de Baan; spelers: Helmert Woudenberg, Antoinette Jelgersma en Loes Wouterson. Gezien 30/3 Rotterdamse Schouwburg. Te zien aldaar t/m 5/4. Tournee t/m 14/5.

Peter de Baan is op het ogenblik een zeldzame Nederlandse regisseur. Hij zoekt zijn inspiratie elders dan strikt in de toneelliteratuur. Het zijn ethische problemen die hij aan de orde stelt. Eerder dit seizoen met Semmelweis van Gerben Hellinga, een stuk over het menselijke verlangen onwetend te willen blijven met alle noodlottige consequenties van dien. Een esthetische aanpak is hem vreemd. Toneel moet iets over de werkelijkheid zeggen of op zijn minst een geëngageerd standpunt innemen. Semmelweis gaf uitdrukking aan een dergelijk engagement, ontstaan uit de verwondering over menselijk gedrag.

Spelers van Ger Thijs, geregisseerd door Peter de Baan, sluit hierbij aan. Het ging het afgelopen weekend tegelijk in première met Bouwmeester Solness door het Nationale Toneel. De stukken zijn aan elkaar verwant, wat niet vreemd is gezien de bron waaruit Ger Thijs voor Spelers putte, namelijk de roman De Speler van Dostojevski. Zowel voor Ibsen als Dostojevski geldt dat leven en literatuur met elkaar zijn verstrengeld.

Opnieuw, na Bouwmeester Solness, zien we in Spelers een man heen en weer geslingerd tussen twee vrouwen. Peter de Baan ensceneerde Spelers op een verhoging, bekleed door een roomwitte draperie van vormgever André Joosten. De acteurs staan in een bijna lege ruimte. Ze zijn aangewezen op niets dan hun présence, stem en taal. Helmert Woudenberg in de hoofdrol heeft elke identificatie met Dostojevski, de man naar wie zijn rol is gemodelleerd, vermeden. Evenmin is de voorstelling een reconstructie van de befaamde maand uit Dostojevski's leven, waarin hij in ijltempo zijn roman De Speler als pot-boiler dicteerde aan de veel jongere Anna. Inzet van de roman is niet alleen geld, maar ook een verloren geliefde, Polina. De beide vrouwen, gespeeld door Antoinette Jelgersma en Loes Wouterson, vormen Woudenbergs contrapunt. Vooral de aanvankelijk stille en steeds sterkere rol van Anna boeide me; van een bedeesd stenograafje groeit ze uit tot een sterk karakter.

Zoals in alle toneel over het schrijfproces wordt veelvuldig gespeeld met fictie en werkelijkheid. Het fraaie van deze voorstelling is dat een minimale verandering van dictie of een nuancering van licht de hele wereld een kwartslag doet draaien. De toeschouwer kan als het ware zelf zijn focus bepalen. Kijkt hij naar Anna, dan ziet hij wat zich op de speelvloer afspeelt door haar afstandelijke blik. Polina daarentegen staat voor het werkelijke leven. Dostojevski bevindt zich tussen beide werelden in: tussen leven en schrijven. Ik keek via Anna.

Hoe ingewikkeld op papier deze constructie ook lijkt, de voorstelling bezit een ongewone eloquentie en lichtheid. Moeiteloos schakelt de toeschouwer samen met de acteurs over van het ene niveau op het andere. Wanneer de schrijver ploetert op een zin, dan kiezen Dostojevski en zijn co-auteur Thijs telkens voor de eenvoudigste oplossing, die het meest direct bij de spreektaal ligt. De regie volgt hen in deze optiek, door elke franje weg te laten en tot de essentie te komen. Ik onderging de stijl van de voorstelling als een muziekstuk, waarin cadans en ritmiek in een beweging voortgaan.

Ethische problemen in deze Spelers? Ja. Over de manier waarop niet alleen een schrijver maar uiteindelijk iedereen de werkelijkheid naar zijn hand zet. Met list en leugen. Omdat niemand in zijn eigen echec (verlies van een geliefde, geld verspeeld aan de goktafel) kan geloven.