Betuwelijn

De Nederlandse binnenscheepvaart vreest concurrentievervalsing wanneer de overheid zou investeren in een nieuwe Betuwespoorlijn. De voorzitter van het vervoerdersoverleg particuliere binnenvaart, M. Fernhout, ziet deze investering als een onterechte subsidie aan de spoorwegen (NRC Handelsblad, 27 maart).

Inmiddels bepleiten de particuliere schippersbonden op het niveau van de Europese Commissie een gelijke behandeling van water- en railvervoer. Daarmee stemmen wij van harte in. Nu betaalt NS Goederenvervoer de railinfrastructuur voor ruim 70 procent zèlf. De binnenvaart draagt circa 1 procent van de kosten voor haar infrastructuur. De overheid betaalt de rest.

Fernhout is niet overtuigd van het belang van de Betuwespoorlijn en vreest bedreiging van het binnenvaart-marktaandeel. Deze zorg is niet terecht. Uit de door verschillende deskundigen voorspelde vervoersgroei in de relatie Rotterdam-Duitsland (en verder), blijkt dat er voor genoemde vervoerstakken een hoeveelheid werk ligt die ze nauwelijks aan zullen kunnen. Aan die vervoersgroei is echter wèl een voorwaarde verbonden: Rotterdam moet "mainport' blijven. In de concurrentieslag met andere havens speelt het aantal havenfaciliteiten waaruit rederijen en verladers kunnen kiezen een cruciale rol. Een goede railverbinding met het achterland blijkt telkens weer van groot belang. Hamburg bijvoorbeeld voert nu al 45 procent van de goederen af en aan per rail en Antwerpen 25. Rotterdam komt niet verder dan 8 procent. En dat heeft alles te maken met de onvoldoende capaciteit van het Nederlandse (goederen) railnet.