Beroepsonderwijs

Dat Kees Versteegh in zijn artikel over Beroepsonderwijs duidelijk maakt tegen ROC-vorming te zijn, akkoord. Teleurstellend is dat hij argumenten gebruikt die zijn gebaseerd op halve waarheden (NRC Handelsblad, 31 maart).

Als Versteegh schrijft over 140 nieuwe MBO-instellingen, die weer een fusieparingsdans moeten uitvoeren, verzuimt hij te vermelden dat ruim veertig procent hiervan al de eerste stap op weg naar een ROC heeft gezet, door het samengaan van MBO en Leerlingwezen en in een aantal gevallen ook het Dag-/Avondonderwijs voor Volwassenen (getypeerd als moedermavo). Voor Versteegh is dat geen aantrekkelijk perspectief. Hij spreekt van een supermarkt, waar gescheiden vrouwen, tieners, analfabeten en allochtonen op zoek zijn naar kroketten en video-clips.

De conclusie dat ROC's opleiden tot werkloosheid, omdat VAVO en basiseducatie veel cursisten hebben met vaardigheden op sociaal-cultureel terrein en er - volgens een rapport van het Research Centrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt - minder kans is op werk in sociaal-culturele richtingen, is absurd. VAVO is MAVO, HAVO en VWO voor volwassenen. Basiseducatie leidt o.a. op voor het beroepsonderwijs.

Uit het artikel spreekt de vrees dat het MBO met zijn kwaliteit en duidelijke standaarden in het grote geheel ten onder gaat. Angst is een slechte raadgever. Niet het op de loop gaan voor bedreigingen, maar het aandurven van nieuwe ideeën biedt ontsnapping uit de slachtofferrol, die Versteegh het beroepsonderwijs oplegt.