Wessanen slaat munt uit Leerdammer

AMSTERDAM, 1 APRIL. Hoe feller de prijsoorlog op de kaasmarkt, hoe minder zuivelcoöperaties hun leden voor melk willen betalen. En hoe lager de melkprijs, hoe groter de marges van Koninklijke Wessanen. Want Wessanen maakt kazen die zo bekend zijn (Leerdammer bijvoorbeeld), dat ze ook wel worden verkocht als ze duurder zijn dan andere merken.

Aan de andere kant zal het prijsverschil met de coöperaties nooit zo groot worden dat Wessanen zich uit de markt prijst. Grote zuivelcoöperaties moeten het voornamelijk hebben van het rendement op hun kazen, zodat ze hun prijzen niet onbeperkt zullen verlagen. En zo fietst Wessanen ongeschonden tussen de vuurlinies door, aldus bestuurder A.M. Zondervan, verantwoordelijk voor de Europese divisie, gisteren in toelichting op de jaarcijfers van het voedingsconcern.

Wessanen is weliswaar eeuwenoud, maar heeft toch pas vijftien jaar verstand van kaas maken. In 1976 werd kaasproducent Baars overgenomen en sindsdien is de opmars van het produkt binnen Wessanen niet te stuiten. Vorig jaar rolde 100.000 ton kaas uit de pakhuizen van Wessanen: 50.000 ton van eigen makelij en 50.000 ton van derden. Voor de eeuwwisseling wil Wessanen 200.000 ton afzetten. De bekendste ervan is Leerdammer.

Bestuursvoorzitter P. Bakker Schut gruwelt overigens bij het idee dat mensen bij "Wessanen' alleen aan "Leerdammer' denken. Zo lijkt het alsof het concern al zijn eieren in één mandje heeft gelegd en daarom kwetsbaar is. Maar dat is zeker niet het geval, benadrukte het bestuur gisteren.

Kaas mag dan het belangrijkste produkt van Wessanen zijn, het aandeel ervan op de totale omzet is slechts 17 procent. Dat geeft aan dat Wessanen zijn risico's gespreid heeft en zeker niet afhankelijk is van een enkel produkt. Die afhankelijkheid van kaas is bovendien toch al relatief, betoogde Zondervan: “Terwijl de kaasprijzen onder druk staan, hebben wij onlangs de prijs van onze Leerdammer in Duitsland verhoogd. Dat bewijst hoe weinig we van de markt afhankelijk zijn.”

Dat geldt niet voor de graanmarkt. Hier is Wessanen wèl bang voor de nadelige gevolgen van een hogere grondstofprijs. Als de EG haar voorstellen doorzet om de subsidies aan de landbouw te verminderen, leidt dat waarschijnlijk tot afname van de produktie en stijging van onder andere de tarweprijzen. En zonder tarwe kan Wessanen geen meelprodukten vervaardigen, momenteel goed voor 13 procent van de omzet. Ook de melkprijs kan door de EG-maatregelen oplopen, maar daar zal Wessanen weinig van merken, stelde Bakker Schut. Wessanen vertrouwt erop dat zijn vaste schare boeren het bedrijf desondanks van "goedkope' melk zal blijven voorzien.

Om minder afhankelijk te worden van de schommelende grondstofprijzen en grotere marges te genereren, schuift Wessanen op in de richting van consumentenprodukten. Tien jaar geleden maakte Wessanen - in 1765 opgericht als groothandel in kanariezaad - voornamelijk diervoeders, bulk- en halffabrikaten. Sindsdien is het aandeel van consumentenprodukten gestegen van 37 tot 87 procent van de omzet.

Vorig jaar werden een ijsspecialist, een snackfabrikant en een producent van broodbeleg aan het concern toegevoegd. Door het gestegen aandeel van consumentenprodukten is het rendement op eigen vermogen (658 miljoen gulden) vorig jaar gestegen van 13,2 tot 15,5 procent. Dat verschaft Wessanen de middelen om verder te groeien door overnemingen. Het concern streeft naar een verdubbeling van haar omzet aan het einde van deze eeuw.

De omzet van Wessanen steeg vorig jaar, zoals eerder gemeld, van 3,7 miljard tot 3,9 miljard gulden. Het bedrijf behaalde vorig jaar een record netto winst van 105,6 miljoen gulden - een stijging van 20 procent ten opzichte van de netto winst uit gewone bedrijfsuitoefening in 1990. Alle divisies, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, hebben aan die verbetering bijgedragen.

Wessanen zal dit jaar uit eigen middelen zo'n 125 miljoen gulden investeren. “Uiteindelijk willen we een derde of vierde plaats krijgen in Europa. Met de allergrootste voedingsmiddelenconcerns kunnen we ons toch niet meten”, aldus Bakker Schut. Maar een plaats in de buurt van de top acht hij noodzakelijk om de prijzen te kunnen bepalen.

Expansie door overnemingen heeft echter één nadeel: kandidaten worden steeds zeldzamer en daardoor ook duurder om over te nemen. Ze zijn er nog wel, zei Zondervan, maar de prijzen liegen er niet om. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld is onder een bedrag van 15 keer de winst per aandeel niets meer te koop. En dat is voor Wessanen wel het maximum, zo viel gisteren bij het bestuur te beluisteren.