Turks Koerdistan voor allen een hel; "Eten doen we in de badkamer, dat is de veiligste plaats'

ISTANBUL, 1 APRIL. Wie met alle geweld nog wat optimisme wil bewaren over de toestand in het zuidoosten van Turkije na de bloedige gebeurtenissen aldaar van de laatste tien dagen, moet een reportageserie lezen of herlezen die half maart verscheen in de Turkish Daily News die in Ankara uitkomt. Ismet Imset, de Koerden-kenner van dat dagblad, voorzag na een uitgebreid bezoek aan het gebied, dat het aantal doden rond de viering van Nevroz, het Koerdische Nieuwjaar op 21 maart, in de honderden zou lopen. Het is tenslotte onder de honderd gebleven, zelfs volgens de ruimste schattingen die uit Koerdische bron komen.

Imset beschreef in schrille tinten het leven in kleinere plaatsen als Nusaybin, dichtbij de Syrische grens, en Idil, meer in het binnenland. De schrille tinten slaan op de autochtone Koerdische bevolking, die zich onder bezetting voelt leven, maar ook op de mensen van het veiligheidsapparaat. Beide groepen leven in een hel.

“Niemand groet ons, zelfs niet de kinderen”, klaagt een politieofficier in Nusaybin die nauwelijks durft te denken aan het vooruitzicht hier nog drieëneenhalf jaar te moeten dienen. “Eten doen we in de badkamer, dat is de veiligste plaats.” En een ander herinnert zich een schoenpoetsertje dat hem toevoegde: “Wanneer gaan jullie weer weg? Dan zijn we hier weer van het vuil af.”

Een 15-jarige Koerdische leerling van het plaatselijk lyceum vertelt hoe de scholieren daags voor Nevroz het Turkse volkslied moesten zingen in aanwezigheid van vijftig in groen strijduniform gestoken politiemannen met zware wapens die ze op de lippen van de kinderen gericht hielden, nauwkeurig kijkend of die wel bewogen.

In Idil is het leven in de hoofdstraat - de zijstraten worden door het veiligheidsapparaat nauwelijks meer bestreken - surrealistisch. De "bijzondere teams', tegen terrorisme opgeleide eenheden, vaak bebaard en in curieus tenue, flaneren er loerend als potentiële Rambo's; de bevolking staat aan weerszijden te wachten en te kijken, zonder dat er enig contact is tussen die twee groepen. Het blijft de hele dag erg vol. “We blijven allemaal op straat”, zegt een oude man, “om te laten zien dat deze plaats nog steeds van ons is.”

Idil heeft dertienduizend inwoners en Imset krijgt uit betrouwbare informatie de verzekering dat tienduizend de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) steunen (hetgeen nog iets anders is dan omhelzen). Deze heeft, net als in Nusaybin, ook de rechtspraak al grotendeels in handen. De bevolking gaat voor onderlinge kwesties naar het PKK-tribunaal, alleen in gevallen waarin men vergoeding van de staat Turkije eist, benadert men de officiële rechterlijke instanties, die bijna niets meer te doen hebben. De criminaliteit zou sterk zijn gedaald.

Het opmerkelijkst is de opstelling van de kaymakam, de plaatselijke onderprefect, die de staat vertegenwoordigt en belichaamt. Gewoonlijk krijgt men uit de mond van deze functionarissen, en ook de vali's (prefecten in de provinciehoofdsteden) plichtmatige betogen te horen over Turkije dat niet buigt voor een groepje terroristen en dergelijke. Maar Kasim Esen geeft openlijk lucht aan zijn woede over het optreden van de legercommandanten die hem steeds uitschelden en proberen de wet voor te schrijven.

“Er zijn voor het probleem in dit gebied twee oplossingen”, zegt hij. “We moeten de PKK uit de bergen naar beneden halen om met ze te praten of ze moeten de hele bevolking naar boven laten gaan.” Over terroristen heeft hij het niet, trouwens niemand van de autoriteiten gebruikt dit woord in deze streek. Dat is iets voor Ankara en Istanbul.

De onderprefect, aldus Imset, is gerespecteerd bij de bevolking en zijn pleidooi voor mondelinge contacten met de PKK - waarvoor de onafhankelijke Koerdische afgevaardigde Leyla Zana als bemiddelaarster beschikbaar is - hoort men van alle kanten. De PKK is de belangrijkste machtsfactor in het gebied. Een andere, kleinere, wordt gevormd door Hezbollah, een fundamentalistisch-Koerdische beweging die zich door Iran laat inspireren. De mysterieuze "Contra-guerrilla' die vanuit het veiligheidsapparaat is opgezet en al 62 doden heeft gemaakt zou met haar samenwerken en ook dit werpt de vraag op of onderhandelingen met de PKK zelfs niet een minder ongunstig alternatief zouden zijn.

Ook de vali van de provinciehoofdstad Mardin zou de laatste tijd de aandacht op zich vestigen door zich te distantiëren van het plaatselijke legercommando dat hem ook onvoldoende zou informeren. Hiermee is dan een nieuw type staatsfunctionaris geschapen, een type waarvan men het in de toekomst zal moeten hebben wil het begrip "staat' gehandhaafd blijven (en Imset schrijft dat tallozen, inclusief PKK-aanhangers, hem hebben verzekerd dat ze de banden met Turkije niet verloren willen zien gaan).

Is het toeval dat er rondom Nevroz geen bloedige incidenten zijn voorgevallen in Idil en Mardin? In eerstgenoemde plaats schijnt ook het koelbloedige, verstandige optreden van een bevelvoerend officier een heilzame uitwerking te hebben gehad.

Premier Demirel heeft al meermalen verklaard dat de staat, wil hij in stand blijven, zich moet bewijzen. Maar in streken als deze wordt dat bewijs eerder geleverd door zich tegen de legerleiding af te zetten dan door deze vrij haar gang te laten gaan.

De boodschap van Ismet Imset lijkt voorlopig die van een roepende in de woestijn te blijven. Het was moedig van de Turkish Daily News om de hele serie te publiceren. Hoofdredacteur Ilnur Cevik is tevens adviseur voor persaangelegenheden van Demirel en in een vraaggesprek met de BBC gewaagde ook hij onlangs van bepaalde gevallen waarbij de militairen opdrachten van de regering niet hadden opgevolgd en eigenmachtig hadden gehandeld.

Dit kon worden geïnterpreteerd als een indirect signaal van Demirel tegen de militaire autoriteiten. Aan de andere kant heeft Cevik de laatste dagen in zijn krant weer de oude galm teruggevonden, culminerend in een ouderwetse lofzang op de strijdkrachten waar de critici af moeten blijven. Het vraaggesprek met hem was door de BBC van dertig tot vijf minuten teruggebracht en hij had slechts enkele sporadische en vroegere gevallen van militaire eigenmachtigheid op het oog gehad, zegt hij nu. Zijn koerswijziging heeft mede te maken met het Duitse wapenembargo - zoiets leidt er in Turkije altijd toe dat ook potentieel kritische krachten zich nationalistisch samenballen.

“In een democratische rechtsstaat schiet het leger niet op het eigen volk”, heeft Demirel de Duitsers bezworen. Velerlei getuigen hebben echter geconstateerd dat in Cizre van militaire zijde het eerst is geschoten, en wel op vrouwen en kinderen. Op persconferenties die Demirel inmiddels in Ankara en Istanbul heeft gegeven, was er ook niets dat wees op ook maar enige distantie van het militaire optreden, behalve de toezegging van een onderzoek naar de dood van een Turkse persfotograaf in Cizre, die door het veiligheidsapparaat in het hoofd werd getroffen. Demirel, die als eerste de "Koerdische realiteit' zei te erkennen, viel zelfs weer terug op het woordgebruik “zij die zich Koerden noemen” en ontkende dat het hier om een regionaal probleem ging (“want Koerden wonen in het hele land”).

Het lijkt de omzichtigheid van een staatsman die al tweemaal door de militairen ten val is gebracht en probeert hun gevoelens te ontzien. Maar als het erop aankomt, zou het onder ogen zien van de werkelijkheid toch prioriteit moeten krijgen.