Stoptrein

In Rotterdam stapt een man in die ik meen te kennen. Hij hangt zijn jas weg en blijkt een trui te dragen, wat klopt met mijn vermoedens, zodat ik ten slotte opsta en informeer: “Neem me niet kwalijk, bent u dominee Visser?” “Nee”, zegt die man, “in dat opzicht schiet ik tekort.”

Verder.

Bij het station van Zwijndrecht ligt een troosteloos leeg pleintje. Juist in de halve minuut die we daar stilstaan, komt er een bus aanrijden. Een vrouw, of een meisje (het regent), zet het op een hollen, steekt gevaarlijk de weg over. De chauffeur is zo vriendelijk te stoppen. De vrouw stapt in. De bus blijft staan. Kennelijk een eindpunt.

Verder.

In het open land onder Dordt staat op een kruispunt een oranje zwaailicht te draaien. Auto's in de berm, mensen op de been, waaronder politie. Maar het ziet er niet uit als iets dat de krant zal halen.

Verder.

Enigszins verscholen zit in deze druilerige wereld een onbegrijpelijk groot zwart ding op een hek. Als het opvliegt valt het in twéé kraaien uiteen.

Verder.

Dan zitten we alweer tussen bebouwing, het bedrijvenpark van Prinsenbeek. YORK, staat daar op een pand, klimaatbeheersing. Ja, dat hadden ze gedacht!