Steun Kamer voor Pronk in kwestie Indonesië brokkelt af

DEN HAAG, 1 APRIL. De tot nu toe unanieme parlementaire steun voor PvdA-minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking in het conflict met Indonesië over de hulp-relatie brokkelt af. In het bijzonder bij regeringspartij CDA, en ook bij de VVD-oppositie, die beschuldigingen van Indonesië aan de minister tot nu toe steeds hebben afgewezen, begint men zich af te vragen of Pronk niet toch onnodig provocerend heeft geopereerd en daarmee de relatie met Indonesië op het spel heeft gezet.

De CDA-fractie stoort zich inmiddels in het bijzonder aan de uitspraak van Pronk in het Algemeen Dagblad dat hij geen herstel van de hulp-relatie met Indonesië meer verwacht: “Misschien met een volgende politieke generatie, maar niet eerder.” CDA-woordvoerder De Hoop Scheffer wilde zich vandaag met zijn fractie op de positie van de minister beraden “als deze doorgaat met het doen van dit soort uitspraken, die de politieke en economische verhouding tussen Nederland en Indonesië verder verslechteren”.

De Hoop Scheffer: “Ik ben nog niet zover dat ik zeg dat Pronk moet opkrassen, maar wanneer hij hiermee doorgaat dan komt zijn positie in de CDA-fractie ter dicussie”. Dit soort uitspraken staat volgens De Hoop Scheffer haaks op het standpunt van de Nederlandse regering die in een brief over het verbreken door Indonesië van de hulp-relatie met Nederland zegt er naar te streven de verhouding met de voormalige kolonie goed te houden.

Ook vanuit Indonesië wordt inmiddels met de vinger naar minister Pronk gewezen als de hoofdschuldige van de verbroken relatie. Kabinetschef Moerdiono herinnerde vorige week nog eens aan de beslssing van Pronk de Nederlandse bijdrage aan het geboortebeperkingsprogramma van Indonesië tijdelijk te bevriezen. Dit in afwachting van een onderzoek naar gepubliceerde gevallen van gedwongen sterilisatie en pressie op vrouwen om anti-conceptiemiddelen te gebruiken. De Indonesische president Suharto kreeg voor dit succesvolle programma een prijs van de Verenigde Naties. Ook werd de opschorting van de betalingssteun in 1990 in verband met de executie van voormalige leden van de PKI nog eens aangehaald.

Deze week ging opnieuw de beschuldigende vinger richting Pronk. “Met Bukman, De Koning of Eegje Schoo was dit nooit gebeurd”, zei Indonesië's minister Ali Alatas gisteren in een interview met De Telegraaf. Alatas had het over het “irriterend tromgeroffel” van Pronk. Alatas heeft bij zijn bezoek vorige maand aan Nederland nadrukkelijk politieke voorwaarden voor hulp afgewezen: “No strings attached.”

“Waar wij ons als Kamer dringend over moet beraden, is dat wij met de wijze waarop we de zaak Oost-Timor hebben behandeld onze invloed op het mensenrechtenbeleid van Indonesië tot nul hebben gereduceerd. Dat is allemaal weinig effectief”, aldus een prominent CDA-fractielid, dat anoniem wil blijven. Daarmee is de kwestie van de hulp-relatie met Indonesië een binnenlands politieke zaak geworden.

De CDA-fractie kan echter zeer moeilijk afstand nemen van het beleid, zeker ook ten aanzien van Oost-Timor, dat zij steeds heeft gesteund. Op 21 november nam de gehele Kamer zelfs een motie aan van Groen Links, waarin werd aangedrongen op een door Indonesië als ernstige provocatie opgevat onafhankelijk VN-onderzoek naar de gebeurtenissen op 12 november in de Timorese hoofdstad Dili, waar vele tientallen (wellicht 180) mensen door Indonesische troepen werden doodgeschoten.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer daarover bleek overigens een duidelijk meningsverschil tussen Pronk en Van den Broek over dit VN-onderzoek. Van den Broek verzette zich er tegen, maar werd overstemd door zijn eigen CDA-fractie, die de kant van Pronk koos, die er wèl voorstander van was. Binnen de CDA-fractie heeft men achteraf spijt over die zaak.

Korte tijd later, op 28 november, spraken de EG-ministers van ontwikkelingssamenwerking in Brussel af dat in geval van ernstige en aanhoudende schendingen van de mensenrechten of een ernstige onderbreking van het democratisch proces, ontwikkelingssamenwerking kan worden opgeschort. Naar die afspraak werd op 20 januari verwezen in een brief van de regering aan de Tweede Kamer over Oost-Timor. De brief was zowel door Pronk als door Van den Broek ondertekend. Volgens diplomaten in Den Haag heeft vooral deze verwijzing in Jakarta veel kwaad bloed gezet.

Minister Van den Broek heeft tot nu toe de consequenties uit die steun aan Pronk getrokken en is hem niet openlijk afgevallen. Bij het debat over de Koerden gisteren in de Tweede Kamer verwees hij echter nadrukkelijk naar de Indonesië-zaak bij zijn oproep om op dit moment niet met harde uitspraken de dialoog met Turkije te blokkeren.