PDS is voor Italianen niet nieuw genoeg; Lenin achtervolgt oud-communisten tot aan de stembus

CAVRIAGO, 1 APRIL. Op het verlaten plein achter het stadionnetje van Cavriago hangt de geur van bloesem, flarden keukengeluiden vermengen zich met het gefluit van vogels. Twee jongens rennen rond in de lege vijver achter het borstbeeld, en de lentezon schittert op het kale hoofd van Vladimir Iljitsj Lenin.

Voor sommigen is dit beeld de schande van het dorp. Maar een meerderheid van Cavriago, een dorpje in de welvarende rode regio Emilia-Romagna, vindt dat Lenin moet blijven. Voor de sokkel staat een boeket droogbloemen. Een getypte brief, tegen het weer beschermd in plastic, verklaart waarom Lenin hier is blijven staan terwijl hij in Oost-Europa van zijn voetstuk is gehaald: “Opdat we niet vergeten dat jij met jouw Oktoberrevolutie het volk naar nieuwe wegen wilde leiden en het wilde bevrijden van de slavernij.”

De ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS) mag dan van naam zijn veranderd, zij sleept een groot deel van de erfenis met zich mee. Dat verklaart waarom deze traditionele oppositiepartij op verlies staat in de opiniepeilingen voor de verkiezingen van aanstaande zondag, terwijl dit haar finest hour had moeten zijn want de regeringscoalitie maakt aan alle kanten water. De Italiaanse kiezers willen een vernieuwing, een verandering. Maar veel van hen, zeker de nieuwkomers aan de kant van de oppositie, stappen naar andere, nieuwere partijen dan de PDS.

Ook in het traditionele bolwerk van de partij, de regio Emilia-Romagna, aan de zuidkant van de Povlakte, wankelt de PDS. Een welvarende stad als Bologna, al decennia in linkse handen, is symbool voor hoe het ook kan: daadkrachtig bestuur, nauwelijks corruptie, economische groei. De Kamer van Koophandel is dik tevreden. Maar desondanks zeggen ook hier veel mensen dat zij hun tegenstem liever toevertrouwen aan de Lega Nord, de protestpartij van Umberto Bossi, dan aan de PDS.

Op het marktplein van Cavriago, tegenover de kerk, staat een groep sportfietsers pauze te nemen: mannen van laat-middelbare leeftijd, die vertellen dat zij allemaal jarenlang op de communistische partij PCI hebben gestemd. Maar nu zijn de meningen verdeeld. Een paar zijn de partij na de naamsverandering trouw gebleven. “De PDS is het enige geloofwaardige alternatief”, zegt een man. “Bossi roept alleen maar kreten tegen Roma, maar hij heeft geen programma.” En andere oppositiepartijen? “Te klein, of te rechts.”

Twee mannen uit het groepje vinden dat partijleider Occhetto de verkeerde weg is ingeslagen en ten onrechte afstand heeft genomen van een glorieus verleden. “De PCI was een van de eerste om te breken met Moskou”, zegt een man. “Wij hoeven ons helemaal niet te schamen. Waarom dan die naamsverandering?” Hij kiest voor Rifondazione Comunista, een nieuwe partij die is opgericht door PCI-leden die tegen het afzweren van het communisme waren.

Een ander is ook teleurgesteld in Occhetto, maar dan juist omdat hij te weinig vernieuwing heeft gebracht. Het enige wat het groepje fietsers nog bindt, is afkeer van de socialistische leider Bettino Craxi. Veel communisten, ex- of niet, haten Craxi meer dan welke andere politicus ook. Hun beeld van Craxi is dat van een geslepen politicus die leider van links wil worden door de (ex)communisten in hun sop te laten gaarkoken en zelf stapje voor stapje zijn positie te verbeteren door samenwerking met de christen-democraten. Iedere keer als de droom van linkse eenheid opduikt, roept Craxi dat de PCI of de PDS er nog niet klaar voor is, nog teveel vastzit aan oude formules.

PDS-leider Occhetto is er niet in geslaagd de partij een nieuw gezicht te geven. “De strijd en de waarden van de PCI gaan door met de PDS”, staat op een verkiezingsaffiche. Op andere momenten presenteert Occhetto zich als de beschermer van de arbeiders. Het zijn boodschappen die misschien de mensen binden die de stap naar een nieuwe naam mee hebben gezet. Maar zij werven weinig nieuwe kiezers. En er zijn ook weinig jongeren die zich hierdoor aangetrokken voelen.

Het idee van de PDS als een linkse verzamelpartij is evenmin werkelijkheid geworden. Occhetto had goed gezien dat er allerlei nieuwe tegenbewegingen aan het opkomen waren. Maar bijna allemaal zetten die zelf hun koers uit, omdat niet goed duidelijk is waar de PDS voor staat.

Occhetto is in de verdediging. De officiële verkiezingsslogan is "de oppositie die opbouwt'. Maar in de campagne overheerst: niet nog meer van hetzelfde. De partij verspreidt jeugdfoto's van premier Andreotti en de christen-democratische partijleider Arnaldo Forlani met het bijschrift: “Nog steeds zij. Al 45 jaar dezelfde gezichten.” Maar wat de andere gezichten dan willen, blijft onduidelijk. Nu steeds meer mensen zeggen dat 45 jaar inderdaad te lang is, is de grootste zorg van de PDS hoe groot de schade bij haar zal zijn: blijft zij wel de tweede partij van het land?

Nu al wordt gesproken over een mogelijk aftreden van Occhetto. De partijleider heeft zich sympathie verworven met zijn zachtaardige opstelling. Maar hij worstelt ook met het imago dat hij geen besluiten kan nemen, niet goed weet welke koers de partij moet varen, en daarom soms ondoordachte dingen doet, zoals de poging om president Cossiga tot aftreden te dwingen. Het antwoord van Cossiga, die Occhetto uitschold voor “een zombie met een snor”, kleeft nog steeds aan de PDS-leider.

Voorzichtig draait een vuurrode Ferrari het marktplein van Cavriago op. Er stapt een man uit die zijn grijzende haren compenseert met een schreeuwend trainingspak en een wiegelende blondine. Ze kopen een krant en slaan achter de bar een caffè achterover. Als ze teruglopen vertelt de dame dat ze niet goed thuis is in de politiek. De man wel. Hij heeft jarenlang op de christen-democraten gestemd, omdat ze een garantie vormden tegen de roden hier. Nu vindt hij het tijd voor verandering. “Teveel corruptie, niets werkt goed.” Dan stemt hij zeker op de PDS? Die hebben hier laten zien dat ze netjes en goed kunnen besturen. “Nee, nee,” zegt de man. “Ik stem Lega. De PDS? Kijk eens om je heen. Allemaal oude mannen.”