Labour loopt flink uit op de Conservatieven

LONDEN, 1 APRIL. Met nog acht dagen te gaan tot de verkiezingen heeft Labour in drie opiniepeilingen een voorsprong genomen op de regerende Conservatieven van zes à zeven procent.

De waardering voor de Tories in de peilingen (gemiddeld op 35,6 procent, met Labour gemiddeld op 41,3 en de Liberal Democrats op 18,6) is volgens analisten de laagste waarmee een regerende partij ooit te kampen heeft gehad in de aanloop tot verkiezingen. De financiële markten reageerden op het nieuws van de Labourvoorsprong: het FT-100 koersgemiddelde duikelde aanvankelijk met twee procent om zich later licht te herstellen.

Bij Labour en de sterk opkomende Liberale Democraten heerst een juichstemming. De Tories pogen hun ongerustheid te camoufleren. De pers heeft de dag van vandaag meteen het stempel "wiebel-woensdag' opgedrukt: een analogie met “wobbly Thursday” in de verkiezingscampagne 1987, toen paniek uitbrak in het Conservatieve kamp, omdat mevrouw Thatcher vreesde dat ze zou gaan verliezen.

Labour ziet in de uitslag van de peilingen de bevestiging van haar campagnestrategie, waarin de Tories worden aangevallen op het creëren van een economische wanorde, en op het installeren van een gezondheidszorg en een onderwijssysteem waarin mensen worden bediend in volgorde van materiële welstand in plaats van in volgorde van objectieve behoefte.

Er is intern en extern veel kritiek op het geringe effect dat de Conservatieve campagne tot nu toe heeft gesorteerd. Het afgelopen weekeinde beloofde de campagneleiding een positievere en scherpere opstelling. Het enige zichtbare effect van die belofte is dat John Major de laatste dagen op een zeepkist tussen het publiek gaat staan, maar opnieuw voornamelijk met een negatieve boodschap: stem niet op Labour.

De Liberale Democraten van Paddy Ashdown doen in de peilingen hun voordeel met de ontevredenheid van weifelende Conservatieve aanhangers, maar Tory-voorzitter Chris Patten waarschuwde deze categorie weifelaars vanmorgen dat een stem voor de partij van Ashdown, de leider van de Labour Party tot premier zou maken.