Koerden treden uit Turkse regeringspartij

ISTANBUL, 1 APRIL. Veertien Koerdische afgevaardigden zijn gisteren uit de mee-regerende Sociaal-Democratische Populistische Partij (SDPP) getreden.

Zij blijven als onafhankelijken in het Turkse parlement. Dit is een reactie op de bloedige gebeurtenissen rondom de viering van het Koerdische nieuwjaarsfeest Nevroz op 21 maart. Volgens velen houdt het voor de SDPP ook voordelen in omdat zij nu grotendeels is bevrijd van een "compromitterende groep'. De SDPP heeft nu nog 72 zetels, de conservatieve regeringspartij van het Juiste Pad 178. De regeringscoalitie houdt een meerderheid van 250 op de 450 parlementzetels.

Oorspronkelijk bestond de Koerdische fractie binnen de SDPP uit 22 afgevaardigden, die tevoren deel hadden uitgemaakt van de pro-Koerdische Partij van de Volksarbeid (HEP). Het zijn er nu nog zes. Al eerder hadden twee fractieleden zich onafhankelijk verklaard, na incidenten rondom de eedsaflegging die ze gedeeltelijk in het Koerdisch trachtten te verrichten.

Het invloedrijke dagblad Hürriyet meldde gisteren op zijn frontpagina een voornemen van een van deze twee, Leyla Zana, “als de staat dat wil” naar de Libanese Beka'a-vallei te gaan waar de leider van de opstandige Koerdische beweging PKK Abdullah Öcalan zich ophoudt. Kennelijk zinspeelde zij op de mogelijkheid van de bemiddeling, met gebruikmaking van de goede relaties die zij met de PKK onderhoudt. Premier Demirel zei smalend dat hij haar niet zou tegenhouden maar dat hij er ook niets mee te maken had. “Ze mag gaan waarheen ze wil.”