Kamer eens met afwijzing van embargo

DEN HAAG, 1 APRIL. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunt minister van buitenlandse zaken Van den Broek in diens afwijzing van een wapenembargo tegen Turkije.

Ook een opschorting van eventuele wapenleveranties aan het land, in afwachting van nadere opheldering over het bombardement van het Turkse leger op 21 maart van een Koerdische stad, vond Van den Broek gisteren in de Kamer onjuist. Een dergelijk voorstel werd door PvdA-woordvoerder Valk gedaan, die werd gesteund door de D66'er Eisma.

Op dit moment een soort wapenembargo tegen Turkije uitspreken, aldus de minister, zou betekenen dat Nederland vooruitloopt op conclusies uit nadere informatie van Turkse zijde, zoals die nu in CVSE-kader door Oostenrijk zijn gevraagd. Zo behandel je een NAVO-bondgenoot niet, vond Van den Broek, dat is “in dit stadium een te zware maatregel”. Het zou bovendien elke open dialoog met Turkije over deze kwestie volledig blokkeren, aldus de minister.

Van den Broek wees erop dat de Turkse regering ook een “plicht tot zelfverdediging” heeft tegen terroristische aanvallen van de zijde van de communistische Koerdische arbeiderspartij PKK, die er naar zijn zeggen geen twijfel over laat bestaat gewapenderhand een Koerdische staat tot stand te willen brengen. “Het gaat hier niet om het feit dat de Koerdische bevolkingsgroepen bepaalde rechten hebben, maar om een escalatie van geweld tussen Turkse veiligheidstroepen en PKK-eenheden”, aldus de minister.

De Koerden zijn niet gediend met de terroristische acties van de PKK, aldus de CDA'er Koffeman, die de indruk had dat de Turkse regering het serieus meent met haar pogingen de Koerdische bevolking zoveel mogelijk buiten het conflict met de PKK te houden. De slachtoffers, die zijn gevallen bij de acties van de Turkse veiligheidstroepen “moeten ernstig worden betreurd”, zei Koffeman, maar een wapenembargo zou getuigen van “slechte timing”.