IMF zet Nigeriaanse militairen mes op keel

“Het was een coup de théâtre en het IMF zat in de zaal.” Zo omschreef een verbaasde Westerse diplomaat het besluit dat de Nigeriaanse regering begin deze maand nam om de nationale munt, de naira, met maar liefst 30 procent te devalueren.

Het was de ingrijpendste economische beslissing van president Ibrahim Babangida sinds hij zes jaar geleden de macht greep. Dat de generaal tot devaluatie besloot juist op het moment dat een IMF-delegatie in het vliegtuig stapte richting Lagos, is niet toevallig. De delegatie kwam Babangida namelijk vertellen dat Nigeria niet op steun hoeft te rekenen zolang er een kloof gaapt tussen de officiële koers van de naira (10,5 naira per dollar) en de koers op de bloeiende zwarte markt (19 naira per dollar). Alleen als de regering de koers van de naira zou loslaten, waardoor de zwarte markt ineen zou storten, viel er over herschikking van de buitenlandse schuld van Nigeria (ruim 30 miljard dollar) te praten, aldus het IMF.

Babangida had weinig keus. De schuldenlast is zo zwaar dat de ontwikkeling van Nigeria, met 100 miljoen inwoners het dichtstbevolkte land in Afrika, vrijwel stilligt. Zestig procent van de inkomsten uit de olie-export - 's lands belangrijkste economische troef - wordt opgeslokt door de afbetaling van de schuld. Het inkomen per hoofd van de bevolking daalde van 1.000 dollar in 1980 tot 250 dollar vorig jaar, waarmee Nigeria een dertiende plaats inneemt op de wereldranglijst van arme landen.

Andere stok achter de deur om een gebaar richting het IMF te maken, is een nog niet gepubliceerd rapport van de Wereldbank, waarin de Nigeriaanse regering er genadeloos van langs krijgt. Miljarden olie-dollars zouden buiten de kasboeken zijn gehouden. In 1989 en 1990 zou de regering “buiten het gebruikelijk budgetsysteem om” een bedrag hebben uitgegeven dat hoger is dan de hele begroting voor 1990. Het rapport levert ook forse kritiek op de miljoenen die opgaan aan prestigieuze projecten. En "last but not least' sneert de Wereldbank in het rapport dat de overheidsgelden beter besteed zouden kunnen worden voor het welzijn van de bevolking in plaats van te verspillen aan baantjes en lucratieve opdrachten voor een selecte groep; lees: de vriendjes van het regime in Lagos.

Met de devaluatie lijkt de eerste stap gezet om IMF en Wereldbank gunstiger te stemmen. Maar er moet meer gebeuren, vinden de geldschieters. De Nigeriaanse regering moet vaart zetten achter het economische hervormingsprogramma waar zij in 1986 aan begon, maar dat stuk liep op de groeiende inflatie. President Babangida zal echter wel enige druk uitoefenen: als het IMF niet bereid is tot herschikking van de schulden, dan wordt het voor de Nigeriaanse regering wel moeilijk om ruimte te vinden voor economische hervormingen...

De bevolking is minder enthousiast over de devaluatie. Direct na het loslaten van de officiële koers is de waarde van de naira gedaald. De Nigeriaan moet nu ongeveer 18 naira neertellen voor een dollar. De inflatie is verder gestegen, tot 30 procent, en verwacht wordt dat die eind dit jaar 50 procent zal zijn. Kerken en vakbonden hebben al gewaarschuwd dat de prijsstijgingen in een dichtbevolkt land als Nigeria tot een ramp kunnen leiden. Zij herinneren daarbij aan de rellen in 1988, toen de regering de (door zware subsidie extreem lage) benzineprijs met 6 procent verhoogde.

De auto-industrie in Nigeria - sterk afhankelijk van de import van onderdelen - klaagt al steen en been. De dure import heeft de produktie bijna lamgelegd. De Volkswagen-fabriek in Lagos, met een capaciteit van 100 auto's per dag, maakt er nu nog slechts zeven. Peugeot is teruggevallen van 264 naar 48 auto's per dag en sloot de poort onlangs voor tien dagen wegens gebrek aan harde valuta om de onderdelen te betalen. Maar zelfs mèt harde valuta valt het niet mee om een auto te verkopen in Nigeria: de prijs van het goedkoopste exemplaar ligt nog altijd tien keer hoger dan het jaarsalaris van een hoge ambtenaar.

Niet zo verwonderlijk dus dat het toys for the boys-syndroom van Babangida c.s. - de aanschaf van nieuwe tanks en de schenking van een splinternieuwe Peugeot Sedan aan alle legerofficieren - veel Nigerianen in het verkeerde keelgat is geschoten.

Ook op binnenlands gebied moet dus nog heel wat veranderen in Nigeria. Volgens het IMF moeten de overheidsuitgaven omlaag, moet de smokkel worden aangepakt en wordt het tijd dat de benzineprijs omhoog gaat - dat alles om het gat in de begroting (1,1 miljard dollar) te dichten. Zoniet, aldus een zegsman van de Centrale Bank, dan zal het effect van de devaluatie snel teniet worden gedaan.

De enigen die opgelucht ademhalen zijn de burgerpolitici in Nigeria. Na verkiezingen in december nemen zij, als alles goed gaat, het roer over van de militairen en ze zijn maar wat blij dat Babangida hen heeft verlost van een impopulaire maatregel als devaluatie. Waarom Babangida echter in de nadagen van zijn bewind zoveel moeite doet om het IMF gunstig te stemmen, dát is voor velen een vraag.