Hoeveel en waarvoor?

ZOVEEL IS ZEKER, de reorganisatie van de defensie kan de veranderingen in het voormalige Oostblok niet bijhouden.

Was er vorig jaar in de Defensienota nog sprake van handhaving van een enigermate gereduceerd, maar paraat Legerkorps, na de ineenstorting van de Sovjet-Unie is de verantwoordelijke minister van mening dat de sterkte van het Korps "te velde' ingrijpend kan worden teruggebracht. Een groot deel van de voormalige Nederlandse verdedigingsgordel in de Noordduitse laagvlakte kan in de mottenballen, zo niet op de schroothoop. De bewindsman komt in de herfst gedetailleerd op zijn voornemen terug.

Direct valt op dat het opnieuw de landmacht is die moet inleveren. In ruil daarvoor krijgt zij een nieuwe, en kostbare, taak toegewezen, de oprichting van een luchtmobiele brigade, bestemd voor interventies op afstand. Helemaal duidelijk wordt het beeld nog niet. De minister heeft het wel over complementariteit, wat wil zeggen dat de Nederlandse strijdkrachten niet meer buiten internationaal verband zullen optreden. Maar dat is sinds de verdediging van Nieuw-Guinea al nauwelijks meer het geval geweest. Taakspecialisatie en europeanisering zijn andere trefwoorden in het ministeriële vocabulaire, de bewindsman geeft tegelijkertijd toe dat zolang er in internationaal en vooral Europees verband zoveel onduidelijk blijft hiervan niet veel terechtkomt.

AAN WAT VOOR soorten inzet denkt de minister eigenlijk en welke horden moeten daarbij worden genomen? Het luchtmobiele concept bijvoorbeeld is in de NAVO ontwikkeld. Dat betekent geschiktheid voor operaties-op-korte-termijn in Europa onder omstandigheden die de algemene veiligheid bedreigen. Maar een dergelijk optreden is uitsluitend denkbaar als voorhoede, als er dus volwaardige strijdkrachten beschikbaar zijn ter ondersteuning van de luchtmobiele eenheid. Betekent de nieuwe ministeriële weging van het Legerkorps dat er ook anders tegen het luchtmobiele concept wordt aangekeken?

Voor deelneming aan een interventie als die van vorig jaar in de Golf geldt eveneens dat niet kan worden volstaan met haastig uitgerold schrikdraad. Tegen sterke conventionele strijdkrachten met een internationale bewapening kan een luchtmobiele eenheid slechts een tijdelijke verdediging opwerpen. Vervolgens is er (veel) meer nodig. Het probleem is hier overigens niet, zoals vorig jaar wel werd aangevoerd, de ongeschiktheid van het beschikbare personeel - des te minder wanneer, zoals de plannen willen, het accent komt te liggen bij beroepsmilitairen en kortverbanders. In het middelpunt staat de moeilijkheid politieke eensgezindheid te bewerkstelligen en te handhaven. De Golfoorlog heeft dit aangetoond.

DE NEDERLANDSE deelnemingen aan de "multinationale' interventie ten behoeve van de Iraakse Koerden en aan de interventies van de VN in Cambodja en Joegoslavië onderstrepen het enthousiasme in regering en volksvertegenwoordiging voor deze variant van militaire activiteit. Dit soort operaties is op Nederlandse maat gesneden: zij hebben een idealistische toonzetting en vallen daardoor binnen de Haagse politieke consensus, zij zijn relatief goedkoop en zij helpen de Nederlandse stem internationaal te versterken. Kon het hierbij maar blijven.