"Hateley spaarde bij AS Monaco als voetballer Porsches'

MONACO, 1 APRIL. Sören Lerby speelde in het seizoen 1986- '87 voor Feyenoords Europa-Cuptegenstander AS Monaco. De Deen herinnert zich dat bij slechte thuiswedstrijden van de Franse bekerhouder Prins Rainier, het staatshoofd van het prinsdom, nog weleens voor het eindsignaal wilde vertrekken. “Dan zag ik vanaf het veld het gezelschap van de prins op het ereterras opstaan. Niet erg leuk dus”, vertelt Lerby. “En dat werd ons dan later door de voorzitter ook zeker niet in dank afgenomen.”

Prins Rainier III en zijn zoon Albert, als bobsleeër deelnemer aan de twee laatste Olympische Winterspelen, zijn fervente sportliefhebbers. Ze bezoeken vrijwel alle thuisduels van Association Sportive de Monaco - opgericht in 1924, vijf keer kampioen van Frankrijk. Rainier heeft al aangekondigd dat indien zijn club morgenavond tegen Feyenoord een goed resultaat boekt, hij over veertien dagen voor de return mee naar Rotterdam zal reizen, want hij wil er bij zijn als Monaco voor het eerst in de geschiedenis een Europa-Cupfinale bereikt.

De prins geldt als de grootste weldoener van de club. Bedragen worden er nooit genoemd, maar de schatting is dat er in het paleis ten minste tien miljoen gulden per jaar aan het voetbal wordt besteed. Volgens de officiële cijfers heeft AS Monaco een begroting van 94 miljoen francs, ruim dertig miljoen gulden. De club heeft het geld van Rainier en de andere sponsors hard nodig. De recettes leveren nauwelijks iets op. Er heerst absoluut geen voetbalsfeer in Monaco. In de vorige competitie trok de club uit het ministaatje aan de Middellandse Zee een gemiddeld aantal toeschouwers van 4.313 toeschouwers per wedstrijd, het laagste van alle ploegen in de hoogste Franse divisie. Dit seizoen is het al niet beter.

Het probleem voor de club is dat slechts vijftien procent van de ruim 27.000 inwoners echte Monegasken zijn. De anderen zijn import en, als ze al thuis zijn, niet geïnteresseerd in de plaatselijke vereniging. Zelfs de dame op het secretariaat van het voetbalstadion keek gistermiddag verbaasd op toen haar werd verteld dat er deze week een heel belangrijk duel wordt gespeeld. “Wanneer? Tegen wie?” “Als je na een wedstrijd op zaterdagavond in de stad kwam wist bijna niemand dat er in Monaco was gevoetbald”, vertelt Sören Lerby. “Je moet er als voetballer aan toe zijn om onder dergelijke omstandigheden te kunnen spelen.” De succesrijke trainer van AS Monaco, Arsène Wenger, een afgestudeerd econoom uit de Elzas, zegt dat het gemis van een fanatiek thuispubliek zijn ploeg jaarlijks de nodige punten kost. “Het went wel, maar toch...”

In Monaco is onlangs de idee geopperd de club in de toekomst in de Italiaanse in plaats van in de Franse competitie te laten uitkomen. Tegenstanders als AC Milan, Inter, Juventus en Napoli zouden enorm aanspreken en mogelijk dus meer publiek trekken. Echt serieus kan het plan echter niet worden genomen, want de Italianen zouden AS Monaco nooit meteen in hun hoogste klasse, de Serie A, toelaten. Misschien moeten de Monegasken zelfs wel in de derde divisie beginnen. En dat zou wel een erg diepe val zijn voor een ploeg die momenteel tot de top van Europa behoort.

Lerby had in zijn tijd in Monaco juist de aandacht en de steun van een trouwe aanhang nodig. Hij had in 1986 met Denemarken aan het wereldkampioenschap meegedaan en moest een paar weken later alweer in de altijd vroeg startende Franse competitie spelen. Lerby voelde zich moe. “En juist dan kunnen toeschouwers je helpen om zo'n inzinking te verwerken. Maar die steun miste ik in Monaco.” Lerby speelde geen sterk seizoen aan de Côte d'Azur. Hij was ook niet erg populair bij zijn ploeggenoten. Zijn geschreeuw en getier in het veld waren ze niet gewend. Lerby vond een jaar Monaco meer dan genoeg en vertrok na het tegenvallende Franse avontuur snel naar PSV. Hij verdiende in Zuid-Frankrijk wel beter dan ooit. “Maar dat moet ook weer niet worden overdreven.”

De Liberiaanse steraanvaller George Weah strijkt in Monaco netto 1,8 miljoen gulden per jaar op. “Alle profvoetballers worden in Frankrijk als echte vedetten behandeld”, vertelt Feyenoorder Peter Bosz, voorheen drie jaar actief bij Toulon. “Alleen in Monaco zijn het nog grotere macho's. Grote gouden Rolexen om de pols, exclusieve kleding aan en de duurste zonnebrillen op de neus. En je kan natuurlijk ook niet elke dag met dezelfde auto komen. Ik heb gehoord dat de Engelsman Hateley in zijn periode bij Monaco Porsches spaarde. Hij had er een stuk of vier, vijf.” Toch heerste er volgens Bosz bij de andere clubs geen afgunst ten op zichte van de Monaco-spelers. “Alleen kregen wij van onze trainer altijd de opdracht om tegen Monaco kei- en keihard te spelen. Ze mogen van de prins toch niet terugschoppen, zei hij dan.”

AS Monaco speelt in één van de modernste voetbalstadions van de wereld, Stade Louis II, in gebruik sinds 1985. Het is een imponerend complex met onder het veld drie verdiepingen waarin zich één groot en twee kleine zwembaden, een basketbalhal, een gymzaal, een restaurant, winkels, kantoren en een parkeergarage (1750 auto's) bevinden. Het stadion kan "slechts' 20.000 toeschouwers bevatten, maar was sinds de opening maar vijf keer helemaal vol. Op de plaats waar de accommodatie is gebouwd bevond zich twintig jaar geleden nog de zee. “Het is een uniek stadion, precies in de stijl van Monaco, modern en smaakvol ingericht”, oordeelt Lerby. Hij vond alleen het veld - 8,5 meter boven de begane grond - niet al te best. “Je kon merken dat het geen goede ondergrond heeft. Het veld is ontzettend hobbelig.”

Dat kan Bosz beamen. Hij speelde drie keer met Toulon in Stade Louis II. Bosz was er ook een enkele malen toeschouwer en was toen te gast op de eretribune, omhoog met de lift, naar zijn plaats gebracht door een hostess en zittend in een comfortabele bioscoopstoel. “Het is een belevenis om er een keer te voetballen”, zegt Bosz. “'s Avonds kan je vanaf het veld achter één van de doelen het paleis van de prins zien liggen. Dat ligt tegen de rotsen aan en is schitterend verlicht.” Toch prefereert de middenvelder andere stadions boven Louis II. “Ik hou van stadions waar de tribunes dicht op het veld staan. Bij Monaco ligt er nog een sintelbaan tussen. Geef mij voor de sfeer maar een stadion als San Siro of zo.” “Voetballers houden meer van zo'n oud Engels stadion waar alleen een nieuw verfje op is gesmeerd”, aldus Lerby. Bosz: “De Kuip is stukken mooier.”