Democratische Dwang

Het kan zo rustgevend zijn zelfverzekerde bestuurders aan het woord te zien. In deze tijd van gebrekkig ideologisch houvast vormen zij een baken in zee. Zie hoe wethouder Linthorst van Rotterdam zijn lyrische betoog vóór synergie en spin-off, van de Kop van Zuid tot een Noordrand met een nieuw en groter Rotterdam Airport, zaterdag in deze krant afrondde met de wervende belofte "minder hinder en meer profijt'.

Met geen woord reageerde hij op het vernietigende rapport van de Commissie Geluidshinder, die op verzoek van de gemeenteraad van Rotterdam onder leiding van oud-Eerste Kamerlid J.H. Simons (PvdA) de plannen voor een nieuw Zestienhoven onderzocht. Conclusie van het vorige week woensdag bekend gemaakte stuk: “Op grond van de thans door B en W voorgelegde stukken kan geen verantwoorde besluitvorming plaatsvinden”.

De Rotterdamse raad neemt morgenavond een beslissing over het Integraal Plan Noordrand (IPNR), maar nu al staat vast dat het college zijn zin krijgt. De PvdA-fractie is van haar laatste zorg verlost: haar achterban, vertegenwoordigd door het partijgewest, was eerder fel tegen de ingrijpende plannen maar ging gisteravond met minieme meerderheid door de knieën omdat men het "geen vertrouwenscrisis waard' acht.

De Commissie Geluidshinder schreef woensdag dat een beslissing nu “in strijd zou zijn met de zorgvuldigheid die publieke besluitvorming vraagt, gelet op de zeer onvolledige informatie, het ontbreken van tal van relevante gegevens en de nog onvolledige MER (milieu effect rapportage)”. In gewoon Nederlands vroeg zij zich ten slotte af: “Waarom zou eigenlijk zo'n onbekookt infrastructureel plan met vrijwel uitsluitend negatieve aspecten doorgezet moeten worden?”

Dat is inderdaad de vraag. Want miljoenen guldens aan rapporten kunnen niet wegnemen dat iedereen die zijn eigen ogen en hersens gebruikt, en wel eens iets van de rest van Europa heeft gezien, kan vaststellen dat het Rotterdamse gemeentebestuur bevangen is door de waan van Grootgroei. We waren groot, en we zijn het weer als we zeggen dat het zo is. En wie dat niet ziet is gek.

Naar normale maatstaven gemeten ligt Rotterdam niet erg ver van het internationale vliegveld Schiphol, zeker per hoge snelheidstrein. Vergeleken met andere grote luchthavens in Europa moet Schiphol knokken om meer te zijn dan de In- en Uitvoerhaven Nederland. Het huidige uitbreidingsprogramma probeert Schiphol de extra aantrekkingskracht te geven die Nederland een rol kan laten spelen voor een ruimer achterland.

Linthorst erkent dat vergeleken daarbij zijn nieuwe Airport maar een kleintje wordt. Niettemin moeten er 40.000 vliegbewegingen per jaar komen en 2000 (nu 1600) nachtvluchten om een rendabel vliegveld te creëren. De prognoses waarop die steeds wisselende rentabiliteits-schetsjes zijn gebaseerd, worden niet vrijgegeven. Dat is uit concurrentie-oogpunt misschien begrijpelijk, maar maakt democratische afweging onmogelijk.

Burgemeester Peper stelt ruimhartig dat Rotterdam wat van de overlast van Schiphol kan gaan overnemen, maar je vraagt je af of iemand van het besluitvormend college zelf zou willen wonen in die nieuwe wijk die moet verrijzen op de plaats van het huidige vliegveld. Op grond van dromen en filosofieën wordt er veel stoers geroepen, ten koste van tientallen duizenden bewoners in de nu al dicht bij Zestienhoven liggende stadswijken

Bij de vorming van het college werd iets afgesproken, en vervolgens is het plan verder ontwikkeld en in een politieke glijtunnel terecht gekomen. Dat is het beangstigende verschijnsel: gewone mensen, die in de gemeentepolitiek zijn gegaan uit een mengsel van nobele, nieuwsgierige en ambitieuze motieven, praten elkaar aan dat zij niet meer moeten luisteren naar de mensen die zij vertegenwoordigen. Er ontstaan een Beter Weten dat gebaseerd is op uiterst ijle aannames.

Het is wel leuk om De Kop van Zuid "de schrijftafel aan de haven' te noemen, maar het blijft gewoon een project dat zich aan de eigen haren uit de grond moet trekken. In het Noordrandplan zitten, voor zover waarneembaar, grote risico's waar de gemeente zich financieel in steekt. Het kan niet waar zijn dat de raadsleden die zich morgenavond door het schapenhek laten drijven nauwkeurig inzicht hebben in de financiële risico's waar zij de burgers van Rotterdam voor decennia aan vastnagelen.

Wat in Rotterdam speelt, zijn algemene verschijnselen in het huidige stadium van de Nederlandse democratie. De dode toepassing en uitbuiting van democratische regels met steeds botter voorbij gaan aan hun essentie komt op allerlei plaatsen in West-Europa voor. Het is hier alleen veel voller. Dat accentueert de onaanvaardbaarheid in concrete gevallen. Het ziekteverschijnsel uit zich op twee manieren.

Ten eerste in de verwarring van Grootdenken en de Kleinschaligheid, die dit land bewoonbaar en een beetje bijzonder heeft gemaakt. Van Amsterdam naar Rotterdam is zo'n kippe-eindje dat een tweede internationaal vliegveld gewoon onzin is - daar is geen hokus pokus-studie voor nodig. Tegelijk bestaan er tussen Zwanenburg en Schiedam tientallen dorpen, dijken, houtwallen, café's, traditionele verschillen van humeur en grondsoort, - als dat allemaal wordt weggevaagd ontstaat een land zonder verleden, zonder eigenschappen.

De tweede, zo mogelijk nog beangstigender uiting van de huidige hang naar bestuurlijke Flinkheid en Grootwaan is de toegepaste Democratische Dwang. Wat in Rotterdam staat te gebeuren, staat op iets kleinere schaal morgenavond ook de Haagse gemeenteraad te wachten. Op grond van ook uiterst onvolledige gegevens en met een volstrekt tekort aan serieus onderzochte alternatieven wordt daar een vèrstrekkend en bindend "voorbereidingsbesluit' genomen om het bestaande, nog stevige stadhuis, te vervangen door een dominant bouwsel van de Spaanse architect Bofill.

Op weer kleinere schaal slaat de democratische dwang vanavond toe in de Amsterdamse stadsdeelraad Bos en Lommer. Daar wordt, op grond van een oekaze van het centrale stadhuis om te komen tot "verdichtingsbouw' een wooncomplex van vijf verdiepingen in een ruime binnentuin geplempt. Opnieuw: met voorbijgaan van serieuze inspraak, verbuiging van de strekking van de wet en een ijselijk beter weten van de bestuurders. Wie zich verbaast over verkiezingsopkomsten van minder dan vijftig procent, heeft z'n ogen niet open.