"Cycles' van Loevendie bij Rondom Kwartet muzikantesk en spits

Concert door Rondom Kwartet. Werken van Loevendie en Messiaen. Gehoord: 31/3 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Herhaling: 2/4 Kleine zaal Concertgebouw, Amsterdam en 3/4 Kleine zaal De Doelen, Rotterdam.

Klarinettist George Pieterson, violiste Vera Beths, cellist Anner Bijlsma en pianist Reinbert de Leeuw, te zamen het Rondom Kwartet, kwamen voor het eerst bijeen voor Olivier Messiaens Quatuor pour la fin du temps, geïnspireerd door de Openbaringen van Johannes. De titels van elk van de acht delen verwijzen naar het einde der tijden; in twee daarvan fungeert de engel op de regenboog als belangrijkste bron van inspiratie. In krijgsgevangenschap te Silezië droomde Messiaen van de honger in kleur.

Dat op de première op 15 januari 1941 de toetsen van de piano bleven hangen en de cello slechts over drie snaren beschikte, maakte de uitvoering ten overstaan van vijfduizend gevangenen er nauwelijks minder om. Het is zodanig sterke muziek - vergelijk Bach - dat ze onder alle omstandigheden overeind blijft. Er wordt veel geschreven en gesproken over onrustig publiek dat zich in hoestaanvallen laat gaan, maar gisteravond in de propvolle kleine zaal van Muziekcentrum Vredenburg was het dood- en doodstil. Tijdens de Abme des oiseaux, het absolute hoogtepunt, durfde niemand adem te halen: George Pieterson overtrof zichzelf.

De uitvoering had een enorme lading, met Reinbert de Leeuw als rotsvast en toch bescheiden middelpunt. Yvonne Loriod, Messiaens toeverlaat, speelt dynamisch sterker, bovendien ligt het tempo van de gerenommeerde Franse ensembles in dit werk veel hoger, alhoewel deze uitvoering sneller was dan die van het Rondom Kwartet op de plaat.

Ik heb altijd gevonden dat de strijkinstrumenten in het kwartet klinken als zangstemmen (de viool als een altcoloratuur, de cello als een basbariton), maar Theo Loevendies Cycles, op verzoek van het Rondom Kwartet voor dezelfde bezetting geschreven, is een puur instrumentale compositie. De verleiding om naar Messiaen te verwijzen heeft Loevendie weten te bedwingen: het is een totaal ander werk geworden. Cyclisch dus, zoals de titel voorspelt, geleidelijk verbredend en weer naar het slot toe inkortend. Afgezien van wat lang aangehouden noten in het centrum (de strijkers herinneren dan vagelijk aan een zoekend en tastend harmonium) zeer muzikantesk, spits en speels. Maar echt sprankelen wilde het niet, maar dat kan aan het nog onvoldoende spelen gelegen hebben, want veel typische ensemblemuziek onthult pas geleidelijk zijn kwaliteiten.

Loevendie werkt aan een cyclus met als eerste compositie Drones voor viool en piano, een heel grillig en onvoorspelbaar duo, vervolgens een trio voor klarinet, cello en piano als langzaam middendeel dat nog niet is voltooid, en ten slotte alle instrumenten samenvoegend: Cycles.