Conflict ambtenaren Curaçao voor rechter

WILLEMSTAD, 1 APRIL. Het kabinet-Liberia van de Antillen en het bestuurscollege van Curaçao hebben de ambtenarenbonden voorgesteld hun geschil over de financiële positie van de ambtenaren voor te leggen aan de rechter. In de verklaring, die gisteren werd uitgegeven, wordt erop gewezen dat de bonden een eerder voorstel van de overheden om het geschil voor te leggen aan een arbitragecommissie, hebben afgewezen.

De regering heeft eerder voorgesteld de salarissen per 1 januari 1992 aan te passen met negen procent. Zij stellen de bonden voor om, vooruitlopend op een eventuele rechterlijke beslissing, akkoord te gaan met de uitbetaling met terugwerkende kracht ervan eind april. De bonden eisen een aanpassing van het salaris met 15 procent.

De bonden wijzen erop dat het kabinet hen zelf in het vooruitzicht had gesteld dat in 1992 begonnen zou worden met de teruggave van alle primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, die ze in de jaren '80 hebben moeten inleveren.

In 1988 won de PNP van Liberia-Peters de verkiezingen door zich af te zetten tegen het saneringsbeleid van de MAN en DP. Volgens de PNP zou volstaan kunnen worden met minder vergaande maatregelen om het overheidsapparaat financieel weer gezond te maken. Impliciet gaven de bestuurders van PNP vorige week toe dat zij daarin niet geslaagd zijn.

Volgens Liberia zijn serieuze pogingen gedaan om de eisen van de bonden in te willigen. Geleidelijke invoering van de vakantie-uitkering, een salarisverhoging en loonindexering zijn op tafel geweest, maar de bonden willen meer. Zij hechten weinig geloof aan de beloften tijdens de verkiezingscampagne van vorig jaar over de verbeterde financieel-economische situatie op Curaçao. “Het wordt tijd dat wij als ambtenaren daar ook van profiteren”, aldus de voorzitter van de ambtenarenbond ABVO.