Indonesië stoot ontwikkelingshulp uit Nederland af

JAKARTA/ DEN HAAG, 26 MAART. Indonesië wijst voortaan alle Nederlandse ontwikkelingshulp af en ontbindt de Intergouvernementele Groep voor Indonesië (IGGI), de organisatie van donorlanden onder Nederlands voorzitterschap.

In de brief aan de Nederlandse regering waarin Indonesië dit aankondigt, wordt Nederland verzocht alle betalingen voor lopende hulpprojecten en leningen aan Indonesië te beëindigen, geen nieuwe hulp voor te bereiden en geen nieuwe IGGI-vergadering te beleggen. Indonesië hekelt “de overdreven ijver” van Nederland “om Nederlandse ontwikkelingshulp te gebruiken als werktuig van intimidatie”. Indonesië wenst de hulprelatie met de andere donorlanden voort te zetten, maar niet langer in IGGI-verband. Minister van financiën J.B. Sumarlin zou de president van de Wereldbank intussen per brief hebben verzocht een Raadgevende Groep voor Indonesië te formeren onder voorzitterschap van de bank. Nederland wordt van dit gezelschap uitgesloten.

De Nederlandse regering is teleurgesteld, maar respecteert de Indonesische beslissing. De regering meent dat de Indonesische stap moeilijk is te verklaren na de constructieve gesprekken die nog onlangs in Den Haag met minister Ali Alatas van buitenlandse zaken in Den Haag zijn gevoerd. Dat schrijven de ministers Van den Broek (buitenlandse zaken) en Pronk (ontwikkelingssamenwerking) in een brief aan de Tweede Kamer. Uit die gesprekken bleek immers, aldus de brief, de wederzijdse bereidheid om de dialoog voort te zetten over de verschillen van opvatting inzake de relatie die door de landen van de Europese Gemeenschap wordt gelegd tussen ontwikkelingsbeleid en het beleid met betrekking tot de mensenrechten.

In de Tweede Kamer wordt gematigd gereageerd op de Indonesische beslissing. De Hoop Scheffer van het CDA zei: “Het is meer dan een rimpeling in de betrekkingen tussen de twee landen. De relatie met Indonesië is een bijzondere en we zullen moeten nagaan hoe we op ander terrein de verhoudingen kunnen bestendigen.”

Pag 2:

"Nederland niet op de knieën'

Van Gijzel (PvdA): “Indonesië zelf heeft gezegd dat gebeurtenissen als op Oost Timor niet meer moeten voorkomen. Na het onderzoek over de moordpartij heeft de Nederlandse regering gezegd dat zij hoopvol was. De Kamer heeft die mening overgenomen. Het is nu wel heel vreemd dat hulp in de toekomst wordt afgewezen. Het is ook heel jammer want in Indonesië lopen een aantal zeer succesvolle ontwikkelingsprojecten.”

Tommel (D66): “Jakarta plaatst zich hiermee buiten de internationale gemeenschap want het standpunt dat mensenrechten een binnenlandse aangelegenheid zijn is niet vol te houden. Maar we moeten niet in paniek raken. Het is een goed beleid dat Nederland voert. De menserechtensituatie kan niet buiten beschouwing blijven. Dat doen andere donoren ook niet. We moeten niet op onze knieën gaan liggen om te vragen of Nederland alsnog hulp mag aanbieden. We moeten de zaak maar eens rustig bekijken.”

Terpstra (VVD): “Het is goed zo. Nederland moet niet op de knieën. Wel is het in het belang van ons en van Indonesië dat de andere relaties overeind blijven. Met het opzeggen van ontwikkelingshulp hebben ze hun gram gehaald ook voor gebruik bij de binnenlandse politiek. Er staan daar verkiezingen voor de deur.”

Op het minsierie van buitenlandse zaken worden voorbereidingen getroffen voor de terugtrekking van enkele honderden Nederlanders uit Indonesië.